Posts in de categorie « personal»:

feb 18 2017

Vader

1487185237851-a9cc9121-9939-46d9-8f7b-4ad67b875b19

Een mens is veel momenten.
Een ja-woord, een geboorte, een laatste zucht. Grote momenten.
Misschien was het moment van u met mijn vader iets kleiner.
Misschien was uw moment met hem een zinderende zomerdag in Kuringen, de laatste slag met de zeis in een veld met koren.
Of was uw moment die keer dat u hem opraapte langs de weg omdat hij veel langer dan verantwoord koppig bleef weigeren dat ver wandelen misschien geen goed idee meer was.
Of een keer dat hij u affloot voor buitenspel en het godverdomme geen waar was en ge achteraf moest toegeven van wel.
Mijn moment?
Mijn moment was toen hij, ergens in juni van het jaar 1980, kromgebogen op de grond bezig was aan de reparatie van een droogzwierder.
Ik kom er op terug.

Een mens is veel rollen ook.
Echtgenoot van, zoon van, broer van. Grote rollen. Misschien was het bij u iets kleiner.
Misschien kende u hem in de rol van collega. Tijdens een zenuwslopende revisie van de ketel in de EBES, een race tegen de klok, tegen de tegenstribbelende mechanica, tegen het weekend dat wou beginnen, tegen de uitputting.
Misschien kende u hem in de rol van klant, bij een werk aan de bouw van zijn huis. Die kans is klein want hij deed ongeveer alles zelf.
Mischien was hij uw medebiljarter. Sleutelde u samen met hem aan auto’s in het leger. Kende u hem in zijn rol van reisgenoot.
Zijn rol voor mij werd duidelijk toen hij, ergens in juni van het jaar 1980, kromgebogen op de grond bezig was aan de reparatie van een droogzwierder.
Misschien moet ik dat toch eens uitleggen.

Ergens in die maand van dat jaar kwam ik, bijna 12 jaar toen, naar beneden, omdat ik me moest gaan inschrijven in het secundair.
Twijfelde tussen Hout & Bouw. Of iets algemeens.
En hij was bezig aan de reparatie van de droogzwierder.
“Papa, wij zijn weg, we gaan ons gaan inschrijven, hé”.
“Wat ga je nu gaan doen?” vroeg hij.
“Ik denk hout en bouw, in Sint-Lodewijk”, zei ik.
Hij stond niet op. Zat in zijn eeuwige blauwe overall achter zijn droogzwierder die kapot was en gerepareerd moest worden en nog zeker 10 jaar is meegegaan voor de droogkast zijn intrede maakte.
“Ga gij maar Latijnse doen”.
Unk! Latijnse? Maar waarom? Tranen.
“Omdat gij dat kunt”, zei hij. En daarmee was het voor hem afgedaan. Terug naar de reparatie. Op naar het college.

Achteraf bekeken had ik, daar en dan, aangegeven dat ik wilde zijn als hij.
Zijn voorbeeld wilde volgen, in zijn voetsporen wilde treden. Ik, een zwak ventje met twee linkse handen. Dan ben je goed bezig geweest als vader.

En hij, hij gaf – even achteraf bekeken – daar en dan aan dat hij _niet_ wilde dat ik werd als hij.
Hij was een kind van sterke ouders, maar hij was ook een kind van zijn tijd. Van vooruitgangsdenken. En dus moest een kind vooruit.
Hij moest zich ontworstelen uit de boerderij.
En ik moest mij ontworstelen uit de fabriek.
Ook dan ben je goed bezig geweest als vader.

Het is onmogelijk te zeggen of het iets zou geworden zijn, met mij in de Hout & Bouw, in Sint-Lodewijk.
Maar het is zéker dat ik onmogelijk zou zijn wie ik ben, met een ander vader dan hem, een andere vader, kromgebogen op de grond achter de droogzwierder, in de lente van 1980.

Dank je wel, voor alles wat je geweest bent. Voor je grote momenten en rollen, en voor de kleine. Dank je wel voor je grote rol op dat klein moment, voor wat je was voor mij, vader.

Heb ook een lied gevonden dat voor mij ditzelfde sentiment goed uitdrukt.
Over hoe hij Kuringen moest achterlaten.
En ik Genk.
En mijn kinderen Balegem, allicht, ooit.


aug 19 2013

Voorbij

Ik bracht zonet in de auto, de eerste werkdag na een fijne vakantie, een versie van de kutklassieker “’t Is alweer voorbij die mooie zomer”.

Terzijde: Ik beschouw het als een serieuze constructiefout van de natuur dat de dagen korten in de zomer: zo dragen wat de mooiste dagen van het jaar zouden kunnen zijn al de onvermijdbare melancholie van de vergankelijkheid in zich mee. Dat, en muggen, en zonnebrand.

Een opname van mijn grunt-versie bestaat niet, maar de tekst ging zo:

(Roept) ’t Is alweer voorbij, die mooie zomer.
(Kreunt) Het begon… wanneer was het nu ook alweer?
(Jammert) Ooooooh, ik wist dat er een einde aan moest komen,
(Schuimbekt) maar moest dat … met een machinegeweer?

Daar had ik in de eerste zin bijna “deugddoende vakantie” in plaats van “fijne vakantie” geschreven. Maar bij nader inzien was de moordlust waarop het voorbijzijn van zo’n vakantie inspireert toch niet helemaal bij de deugden te klasseren.

’t Is alweer voorbij, die mooie zomer. Het begon wel ergens op een mooie dag
Ooooooh, ik wist dat er een einde aan moest komen,
maar het eind is toch nooit een lach.


nov 9 2012

De trip naar de platenwinkel

twelve.inch

Interessante column in The New Yorker gelezen vandaag: Spotify and its Discontents.

Daarin een argument dat je wel vaker hoort over de onbeperkte catalogus aan muziek die Spotify en consoorten zijn, als zouden zij de waarde van muziek naar beneden halen: “the Internet frees up cultural treasures while simultaneously eroding the mechanisms that endow them with value“.

Mike Spies beschrijft erin hoe hij in een platenzaakje belandt, een cd’tje vindt dat hij per se wil, toch besluit het niet te kopen, het thuis op zijn computer moeiteloos op Spotify vindt … en het plots allemaal zo banaal vindt:

This was supposed to be a victory of sorts, but I was quickly overcome by the blunt banality of the moment. In front of me was not only the album I desired, but also every other Butterfield recording ever made. And once I sampled and sated my hunger for Paul Butterfield’s blues, I could locate just about any recording ever made. But what, I wondered, were the consequences?

Hij vindt er minder aan. De uitstap naar de platenwinkel, het selecteren, de verwachting, het uitpakken, het artwork, het eindeloos luisteren, het bezitten. Geërodeerd.

And the function of fugitive salesmen (de platenwinkel, red) is to slow the endless deluge, drawing our attention to one album at a time, creating demand not for what we need to survive but for what we yearn for. Because how else can you form a relationship with a record when you’re cursed with the knowledge that, just an easy click away, there might be something better, something crucial and cataclysmic? The tyranny of selection is the opposite of freedom. And the more you click, the more you enhance the disposability of your endeavor.

In plaats van het koesteren is het samplen gekomen. In plaats van de selectie alles.

I don’t think it’s a coincidence that, over the last half decade, very few new albums have stuck with me—I just don’t spend the time with them anymore. Sure, I’ve enjoyed lots of stuff, but I lose interest after a couple listens, bowing to my waning attention span, my anxiety that there’s too much to listen to, and not enough time to take it all in. It’s like going to a large foreign country for a week, and, instead of getting the feel for one glorious city, trying to hit all the sites so you can prove you saw them.

En daar verloor hij mij. Ook ik ken gevoel nochtans. Dateer van oude tijden. Maar smaak ook gulzig de nieuwe.

Toen, toen was een zaterdag in de voormiddag luisteren naar een opgenomen cassetje van Domino van de week ervoor. Van het opschrijven van een paar namen. En de namiddag bestond uit het 15 kilometer met de fiets langs het kanaal naar de Kapelstraat in Hasselt rijden. Want daar was de Giga Swing (nog steeds trouwens, al dertig jaar: hulde!). Van plaatjes laten opleggen, die licht verveelde blik in de ogen van de man in z’n als je iets stoms koos, die twinkeling als je iets koos wat wel goed was. Van het eindeloos twijfelen welke LP of 12″ ik dan ging kopen met m’n gespaarde zakgeld (400 fr, dat was vier weken sparen). En dan die 15 kilometer terugrijden naar Genk, met een vervelend flapperend zakje van LP-formaat aan het stuur. Terugkomen met een juweel. Iets van Hüsker Dü, of Coil of Scraping Foetus off the Wheel of The Birthday Party of Tuxedomoon en The Triffids en The Smiths natuurlijk ook. En de vooravond dan bestond uit het 10 keer opleggen en omdraaien van die LP. En dan ’s avonds na het vreselijke Funky Town weer Domino opnemen, en opnieuw zakgeld sparen, voor over een maand nog eens hetzelfde heerlijke tripje.

Muziek was schaars, en mede daardoor kostbaar. Maar het was vooral ook de levensfase waarin dingen indruk maakten. Boeken erin kerfden. En muziek mijzelf bepaalde.

Nu, 25 jaar later, is die schaarsheid al bijna vergeten. Nu is er geen Domino en (mm) in Humo meer. Maar wel Pitchfork en 100 blogs en de kranten en Spotify-apps of een tweet die signaleren dat er iets nieuws, of de moeite, is. En kan ik het helemaal beluisteren. Helemaal, en meteen. En dan afdoen, of houden. Niet meer bijzetten in de verzameling in de kast, zelfs niet meer in iTunes, maar in de verzameling in m’n hoofd. Niks geen waarde ontnomen, integendeel, naar waarde geschat.

Spotify (of Deezer of Google Music of kies wat je wil) past weer als gegoten bij een levensfase, die waarin ik nu zit. Laat me toe om “mee te blijven”. En terug te grijpen naar wat geweest is. Muziek misschien geen juweel meer, maar het perfecte lampje om de kamer te verlichten, elk moment van de dag. Voor op de trein en het kantoor en met de kinderen en bij het etentje en op het feestje. Alom, en alles. Ook niet slecht.

Het is gewoon vooruitgang. Als oldtimers en moderne wagens. Die oldtimers waren “things of beauty”, wondertjes van hun tijd. Maar een moderne wagen is in alle aspecten beter, veiliger, goedkoper, krachtiger, minder benzine zuipend… Niet dat het verkeerd is terug te verlangen naar de oldtimer, of er eentje in je garage onder een zeil te koesteren, maar het is eveneens zot om voor je verplaatsingen geen wagen van nu te gebruiken.

Ook naar onze tijd, onze wagens, en onze trip naar de onbeperkte platenzaak, gaat men nostalgisch zijn, ooit.


apr 4 2012

Gekraakt

Kijk waar ik gezeten heb:

In het midden van een opnameset. Camera’s klaar om te draaien. Bejaard publiek klaar voor een beleefd applausje. Vier tafels en een roterend plateau in het midden. Achter mijn rug Herman Van Molle die zich stond af te vragen wat ik in hemelsnaam met mijn gsm aan het doen was.
Ik zat dus in de Canvascrack. Als kandidaat.

Ik doe dat namelijk wel eens graag, quizzen. Eén keer per jaar of zo. En zo deed ik vorig jaar eens mee met een online versie van deze quiz met Herman Van Molle, en antwoordde ik “tuurlijk” op de vraag of ik eventueel geïnteresseerd zou zijn om ook in real life mee te doen, en ging ik naar een preselectiedag in de VRT-gebouwen en doorstond ik daar de test en het gesprek met de productie en kwam ik op de lijst van kandidaten voor dit seizoen en was ik vrij op de opnamedatum die ze voorstelden en ging ik dus naar het Amerikaans Theater in Brussel. Heh.

Naar de Heizel dus, met veel twijfel, al wat track en een tas met vier zomerhemdjes. Want dat wordt in een serieus tempo van vier afleveringen per opnamedag ingeblikt, en in de zomer en najaar uitgezonden. Door het concept van de quiz weten ze op voorhand ook niet hoeveel kandidaten ze die dag gaan opgebruiken (kan schommelen tussen 5, als er altijd ex-aequo’s worden gespeeld, en 17, als er een “crack” is die al zijn tegenstanders naar huis speelt). Lotjetrek maakte mij kandidaat 12 van die dag. Lang niet zeker dus dat ik aan beurt zou komen.

Een lange dag dus van opnames bijwonen, van grote twijfel over de eigen capaciteiten als je in het publiek andere afleveringen ziet en de vragen hoort, en van langzaam maar zeker het moment voelen naderen waarop jij in de stoel moet gaan plaatsnemen. Groeiende stress, schmink, enkele raadgevingen, voorgesprekje met Herman (Is het hoebrechts of houbrechts? Kent gij als balegemmer iets van jenever? En gij hebt een sauna thuis, kunt ge daar iets over zeggen?) en hoppa.

Of ik de aflevering doorkom, of meerdere afleveringen, of canvascrak wordt, dat mag daar mag ik (wil ik ) geen “publieke verklaringen” over afleggen. Ik kom erin dus, op het scherm op 11 september.

Supercrack (als je 20 afleveringen overleeft, en dan ook 25.000€ verdient) word ik niet, dat kan ik wel verklappen. En al goed ook: bleek immers dat de setleider van het gebeuren daar in handen is van Ruud, een neef van mij. En familieleden van personeel mogen natuurlijk niet aan de quiz deelnemen. Nu, we wisten het niet van elkaar (dat hij voor dat programma werkte en dat ik kandidaat ging worden) dus niks ergs, maar als ik er lang in had gezeten was dat misschien toch een issue geworden.

Ben wel blij dat ik het gedurfd heb, al weet ik nu hoe die quiz eigenlijk aan z’n naam komt: aan het eind van zo’n dag wachten/quizzen/zenuwen ben je als kandidaat immers serieus gekraakt.


feb 4 2012

Leven met spijt

Elvis Costello schreef een paar jaar geleden een lied. “I dreamt of my old lover” heet het. En het kan me in één zin aan het janken krijgen.

Aan het woord, een oud mevrouwtje, in haar bed ’s morgens bij het ontwaken:

I dreamed of my old lover last night
I wonder if I spoke out loud
And if by chance my husband overheard
He put my face back in the crowd

His eyes were clear and gentle then
He kissed the troubles from my brow
I long to fall to sleep again
And I wonder how he would look now

Eén zin, en je zit in een leven. Een leven met iemand. Samen grijs geworden. Kinderen, werk, gedoe, goede en slechte dagen. Doorgedaan.
En in de achtergrond de spijt, geen wanhoop, spijt dat het niet anders ging, ergens, ooit. Maar we zwijgen erover. Bewaren zoete herinneringen, en willen daarmee slapen gaan. Dood ook.

So I keep this fancy to myself
I keep my lipstick twisted tight
I long to fall to sleep again
I dreamed of my old lover last night
I long to fall to sleep again

Ik speel het opnieuw, en opnieuw. Het raakt een snaar, een gevoelige, ergens. Niet omdat ik zelf met die spijt zit, maar die spijt herken. In veel mensen, in vrienden, of in mezelf, diep weggestoken?

Aanleiding van deze droeve gedachten, een artikel in The Guardian “Top five regrets of the dying“. Een Australische verpleegster op een palliatieve afdeling van een ziekenhuis blogde en schreef een boek over de laatste woorden en wensen van stervenden. En waarover ze spijt hadden in hun leven. De spijt top vijf:

1. I wish I’d had the courage to live a life true to myself, not the life others expected of me.

“This was the most common regret of all. When people realise that their life is almost over and look back clearly on it, it is easy to see how many dreams have gone unfulfilled. Most people had not honoured even a half of their dreams and had to die knowing that it was due to choices they had made, or not made. Health brings a freedom very few realise, until they no longer have it.”

2. I wish I hadn’t worked so hard.

“This came from every male patient that I nursed. They missed their children’s youth and their partner’s companionship. Women also spoke of this regret, but as most were from an older generation, many of the female patients had not been breadwinners. All of the men I nursed deeply regretted spending so much of their lives on the treadmill of a work existence.”

3. I wish I’d had the courage to express my feelings.

“Many people suppressed their feelings in order to keep peace with others. As a result, they settled for a mediocre existence and never became who they were truly capable of becoming. Many developed illnesses relating to the bitterness and resentment they carried as a result.”

4. I wish I had stayed in touch with my friends.

“Often they would not truly realise the full benefits of old friends until their dying weeks and it was not always possible to track them down. Many had become so caught up in their own lives that they had let golden friendships slip by over the years. There were many deep regrets about not giving friendships the time and effort that they deserved. Everyone misses their friends when they are dying.”

5. I wish that I had let myself be happier.

“This is a surprisingly common one. Many did not realise until the end that happiness is a choice. They had stayed stuck in old patterns and habits. The so-called ‘comfort’ of familiarity overflowed into their emotions, as well as their physical lives. Fear of change had them pretending to others, and to their selves, that they were content, when deep within, they longed to laugh properly and have silliness in their life again.”

De raad van de verpleegster is niet te leven met spijt. “Life is a choice. It is your life. Choose consciously, choose wisely, choose honestly. Choose happiness.

Of is dat zinsbegoocheling? Zal er niet altijd spijt zijn, als je laatste uur slaat? De aard van het beestje.

Als je de spijt over een leven van te hard werken weggetoverd hebt door op de carrière-rem te gaan staan, ga je dan op je doodsbed niet liggen met de gedachte dat je je leven verkwanseld hebt aan nietsdoen, aan kansen die je gemist hebt.
Als je de spijt over een leven naar de verwachtingen van anderen altijd uit de weg bent gegaan, lig je dan op je laatste dag niet spijt te hebben over een leven vol egoïsme en het in de wind slaan van zoveel goede raad?
Als je de spijt over onuitgesproken gevoelens succesvol uit de weg bent gegaan tot op je laatste dag, lig je dan niet wakker van kapotgemaakte relaties, gewreven zout in wondes?

Ik worstel er mee. Voer het aan gedachten. En koester het als tranen met Elvis Costello.


mei 25 2011

Warts and all

Er bestaat een theorie, dat de beste blogs geen terughoudendheid kennen. Alles open en bloot. De emotie, de vrije loop. De minder mooie kantjes van de schrijver niet verhullend. “Warts and all”, wratten en alles, is een staande uitdrukking in het engels.

Warts and all

Meaning: The whole thing; not concealing the less attractive parts.

Origin: This phrase is said to derive from Oliver Cromwell’s instructions to the painter Sir Peter Lely, when commissioning a portrait. “Mr Lely, I desire you would use all your skill to paint my picture truly like me, and not flatter me at all; but remark all these roughnesses, pimples, warts and everything as you see me, otherwise I will never pay a farthing for it.” Lely’s painting style was, as was usual at the time, intended to flatter the sitter. Royalty in particular expected portraits to show them in the best possible light, if not to be outright fanciful. … Cromwell did have a preference for being portrayed as a gentleman of military bearing, but was well-known as being opposed to all forms of personal vanity…

Er bestaat ook een theorie, dat een blog beter toch misschien af en toe een heel klein beetje terughoudendheid kent. De emotie in toom. De minder mooie kantjes van de schrijver niet verzwijgen, maar een beetje wegmoffelen, of er wat mee wachten tot het ergste voorbij is. Zeker als er wratten in het spel zijn. En toch zeker als die wratten op mij stonden.

Het is dan ook met gepaste trots dat ik u voor het eerst in een jaar of 3 een foto van mijn duim op mijn blog kan zetten. Wrattenvrij, nu. Eindelijk.

Dikke duim

Geen idee wat het veroorzaakt had, maar de voorbije jaren groeide er op mijn duimen het ene wratje na het andere. En sommige van die wratjes werden wrat. Vies. En onsmakelijk.
Maar het is dus voorbij nu!
Even plotseling als het gekomen is. Zonder bijgeloof, operatie of behandeling. De antistof gevonden, ergens door een nijvere witte bloedcel. Zoals dat gaat met wratten en het wrattenvirus.

En misschien had ik er over moeten bloggen, toen. Een noodkreet slaken: “Help, mijn duimen zijn eraan”, “Kent iemand tips om je duimen te verstoppen in sociale context?”, “Ik durf niet meer onder de mensen komen”. “Alles gaat kapot”, “Ik wil dood”. Ja, misschien.

Ik geef de thumbs up toch maar aan de tweede theorie.


jan 8 2011

Stilte

Niemand retweet stilte. Omdat niemand stilte leuk vindt? Of omdat de retweet knop onder de niet geposte tweet ontbreekt? Omdat de “vind ik leuk” onder de niet gemaakte statusupdate zo moeilijk te vinden valt?

Ook aan appreciatie voor mijn niet geposte blogposts, lijkt het vaak te ontbreken.

Nochtans, ik hou van de stilte. De stilte van een leeg huis. Van een wandeling in een leeg bos. De stilte die je conversatiegenoot tot wanhoop drijft. Het stille van een lege dag, het wit van de lege agenda. Het geluid van een leeg hoofd.

Mijn soundtrack, the sound of silence. Cage 4’33”, in een magistrale uitvoering:

Nooit was de ovatie terechter. Of minder op zijn plaats.


jul 27 2010

Fotoshoot

Voor in de rijtjes “voor alles een eerste keer” en “dat hebben we ook weer meegemaakt”: de fotoshoot. Van het hele gezin. Door Eugene Hertoghe, een professionele fotograaf uit Gent die de opdracht kreeg voor het maandblad Goed Gevoel (en wel ter illustratie van een interview over vaders die deeltijds werken voor hun kinderen, normaal gezien in het septembernummer).

En dus poseerden wij happy family-gewijs op de tuintafel:

EHP_9258

Riskeerden we ons leven (of toch een natte broek) op de stapstenen van de vijver:

Fotoshoot Goed Gevoel

Wurmden wij ons op het bankje aan de vijverrand:

EHP_9241

En etaleerden onszelven in de klim/speelboom:

EHP_9289

Na afloop wel last van enige kramp in onze kaken. Maar het was voor Goed Gevoel, en – zoals Eugène kwam te zeggen als hij een paar planten in het zicht van zijn Canon platlegde – alles voor de kunst …

Zo vijf mensen tesamen fotograferen blijkt toch geen sinecure. Van de meer dan 200 foto’s toch amper een handvol waar iedereen van het gezin “goed op staat”. Eindelijk snap ik waarom zoveel fotografen zich toeleggen op het fotograferen van schaarsgeklede nimfen in lingerie. Dat onderwerp zit tenminste stil.

Ook meteen een première, want ik meen dat dit in het 3-jarig bestaan van deze blog de eerste keer dat ik er op sta met mijn façade. Kortom: (u bent een) illusie armer, (ik een) ervaring rijker.


mrt 25 2008

[Wijvenweek]: Mijn Wijflijf

Ontboezemingen in het kader van wijvenweek. Niet aan te ontsnappen. “If you can’t join them, read them”, is een reactie. “If you can’t join them, do it anyway” een andere.
En vermits ik mij gisteren al afvroeg waarom een wijvenweek tot mannen beperkt zou moeten blijven en Ilse uitnodigde de daad bij het woord te voegen… mijn 5 cent. Gratis voor niks.

“Mijn wijflijf” is de opdracht van dag 1.
Cool, daar kan ik kort over zijn.

1 uur. Zoiets. Zolang is mijn lijf een wijflijf geweest.
De andere 39 jaren en x dagen is het bij man-zijn gebleven, maar in 1984, op het feest van de Genkse jongenschiro was ik een vrouwtje.
Een hoertje meer bepaald.
Elke leeftijdsgroep van de chiro moest een podiumact doen. Wij (Jan Colla was erbij – nu journalist bij Het Belang van Limburg – en Dirk Knaeps – later muzikant, o.m. bij Arbeid Adelt – de rest weet ik niet meer) hadden een geweldige sketch bedacht. Fan-fucking-tastisch van intellectueel niveau, professionele uitvoering en hoogstaande humor. Goed dat de Comedy Cup toen nog niet bestond, we zouden hem anders zeker gewonnen hebben. Ook goed dat Youtube toen nog niet bestond, anders zou ik mij nu wellicht diep schamen:

Cue T.C.Matic. “Putain, putain“. Luid!
Gordijn gaat open.
Hoertje (ik dus) staat op het podium.
Been uitdagend op stoel.
Zwarte netkous.
Jarretel.
Vurig rood kleedje. Kort.
Man 1 passeert, keurt de vleeswaren. Likkebaardt. Doet in mime van hoeveel dat moet kosten. Druipt af.
Man 2 passeert. Gechoqueerd van al dat bloot. Schuddebolt van “nee, nee, hoe is het mogelijk, de zeden van tegenwoordig”. Af.
Man 3 passeert. Lijkt genteresseerd. Doet een bod. Ze onderhandelen. Meer. Minder. Komen tot een vergelijk. Hij betaalt. En vertrekt, neemt de stoel mee.
Zij blijft verbaasd achter.
Fade muziek.
Gordijn dicht.

Afijn. Wij genoten van de verbaasde blikken van het verzameld publiek (in feite zaten wij maar in de Chiro om met de Chiro te lachen).
In de coulissen. Ik nog in mijn meisjeskleren.
Een slungel komt naar me toe. Vraagt: ben jij van de meisjeschiro? En van welke? En hou oud ik ben? En of ik iets wil drinken van hem. Kwijl, kwijl.
“Touche” begod, na een half uur vrouwzijn.
Proestend – wellicht giechelend als een bakvis in zijn ogen – af.
10 minuten daarna, terug in mijn jongenskleren, het drankje gaan halen. De teleurstelling in die ogen!
Iemand een blauwtje laten lopen, in plaats van het te krijgen: dat is de kracht van een vrouwenlijf, zelfs van een mannenlijf in een jurkje, instant.

Ondanks dit “succes” heb ik mij later nooit in de verleiding gevoeld om mijn manlijf in een wijvenlijf te transformeren. Vrouwenkleren aan te trekken. Nooit aandrang gevoeld om te travestieten (of hoe zet je dat in een werkwoord?), laat staan de oljsterse voil jannet uit te hangen. Niks voor mij. Vrouwen trekken teveel aandacht. Zuigen ogen naar zich toe. Hun lijven zijn er om te bewonderen, aan te raken, te strelen, te beminnen, in te kruipen… niet om te imiteren.

En ook niet om onder ongenadig neonlicht te analyseren en masochistisch te zelfbekritiseren, zoals gisteren gebeurde. 70 vrouwen die als ze horen over “mijn wijflijf” prompt in een schrijfkramp schieten en onderdelen waar ze ongelukkig mee zijn beginnen op te sommen aan een tempo waarbij zelfs een autist schichtig van zou worden.


nov 22 2007

Zamu Awards worden MIA’s

Persmededeling van En & Vlaams Muziekcentrum vandaag: de Zamu Awards veranderen niet alleen van formule (dat was eerder al in de pers verschenen), ze gaan ook van naam veranderen. “De naam MIA staat voor Music Industry Award en is een knipoog naar het gelijknamige nummer van Gorki, d Vlaamse song die zowel door luisteraars van Radio 1, Radio 2, Donna als Studio Brussel gekoesterd wordt.

Daar gaat mijn kans om aan mijn kleinkinderen ooit nog te vertellen: “Opa, jongen, die heeft nog ooit zo’n Zamu Award gewonnen. Echt waar. En hij kon geen noot muziek spelen!”

Flashback naar maart 2000

Ik was toen ongeveer 2 3 jaar bezig met The Belgian Pop & Rock Archives, een site die het verleden van de Belgische coole muziek in kaart probeerde te brengen. Mailtje gekregen dat mijn site genomineerd was in de categorie “media” van de ZAMU’s. In schoon gezelschap van bijvoorbeeld Zita Swoon, Ozark Henry, Las, Raymond van het Groenewoud, dEUS … Yihaa! En een telefoontje drie dagen voor de uitreiking, of ik toch wel zker naar de Ancienne Belgique kon komen. Zeer zenuwachtige Dirk dus, op z’n eentje van Genk naar Brussel. Zaal vol met platenbonzen, managers, en andere genomineerden. Optredens van Daan en Soulsucker. Uitreiking “media” komt dichterbij. Zweet. Tong plakt aan verhemelte. En de winnaar is … The Belgian Pop & Rock Archives.

Presentator van de avond Jan Leyers roept me het podium op. ‘k Krijg een schoon beeldje in de pollen geduwd. Kussen van Gella Vandecaveye en Jan van Rompaey. Jan Leyers duwt me een microfoon onder de neus en vraagt “En zeg nu eens Dirk, waar kunnen de mensen jouw waarlijk fantastische website terugvinden?“. Ik stamel iets als “Euhm, ja, euhm, dat is wee wee wee punt houbi punt com, maar misschien kunnen de mensen beter op het programmaboekje kijken, daar staat het adres geloof ik wel op. En ik wil iedereen hier heel erg bedanken om voor mij te stemmen. Als je bedenkt dat ik dat in mijn eentje vanop een eenzaam zolderkamertje doe en hier win van professionele radioprogramma’s en magazines en zo. Heel erg bedankt!“.

Tot zover mijn kans om iets zinnigs te zeggen tegen de verzamelde muziekindustrie. Iets la: “Is dat hier niet erg incestueus een prijs toe te kennen in de categorie “media” aan een website die jullie op zijn beurt in het zonnetje zet? De pers die exclusief en positief over jullie schrijft, da’s goeie pers? Aaitje over de bol, zodat deze gek nog wat verder gaat met jullie promo op internet te doen. In plaats van eens zelf een goeie site in elkaar te boksen voor jullie artiesten. Zet bijvoorbeeld eens zelf muziekfragmenten op het internet , in plaats van deze neut SABAM te laten betalen om met miezerige real-audio stukjes te illustreren waar jullie mee bezig zijn.“.
Of iets la “Over 5 jaar zitten jullie hier niet meer, bende platenbobo’s. Dan zijn dingen als mijn amateursite klein bier in vergelijking met de schokken die online voor jullie inhoudt. Dan zijn the middlemen uitgeschakeld en zitten hier alleen nog de mensen die er echt toe doen: artiesten en songschrijvers. Dan koopt niemand nog een cd, maar haalt iedereen alles van Napster.“…

Niet dus, ik was verguld (net als dat beeldje trouwens, dat van zweethandjes vreselijk afging).
Tot zover mijn 15 minutes of fame.

Eind 2001 stopte ik met de site, om terug een leven buiten het onderhouden van die verdomde website te krijgen (dat leven moet vanavond laat werken, en slaapt nu boven in hun bedjes, en luistert naar de namen Annemie, Daan en Maud btw).
Muziekcentrum Vlaanderen nam de site over (na een rondje tegen elkaar opbieden van de Mine‘s, Skynet’s en Humo’s van deze wereld). En deden er spijtig genoeg nadien niet veel meer mee. Te druk met andere monumentale projecten. De site staat er nu wel nog, maar is toch al serieus ontmanteld (wordt niet aangevuld, geen audio meer, forum en search kapot …).
Wel leuk dat ik nog heel regelmatig mensen tegenkom – hier gisteren nog ene ntone in de reacties bijvoorbeeld – voor wie die site iets betekend blijkt te hebben.

Terug naar de toekomst

Nu worden de Zamu-awards dus MIA’s.

De VRT en Muziekcentrum Vlaanderen hebben 12 categorien voor de MIAs vastgelegd. Negen prijzen worden uitgereikt door de kijkers en luisteraars van En, Canvas, Radio 1, Radio 2, Donna en Studio Brussel. Dat zijn: beste song, beste soloartiest, beste groep, beste pop, beste dance/elektronica, beste rock/alternative, beste videoclip, beste populair (lichtere pop, levenslied,) en beste wereldmuziek (folk, etnisch, rootsmuziek). De Vlaamse professionele muzieksector zelf heeft het laatste woord bij het toekennen van drie prijzen: beste album, beste nieuwkomer en beste live-act.
Een mediajury – muziekspecialisten van de grote Vlaamse kranten en weekbladen en de VRT selecteert de komende weken uit het Vlaamse muziekaanbod van 2007 vier genomineerden voor elke categorie. Die worden begin januari bekendgemaakt. Pas daarna kunnen het publiek en de muzieksector zich uitspreken over de uiteindelijke winnaars. De uitreiking van de MIAs zelf gebeurt op 1 februari tijdens een speciale tv-uitzending op En.

Live in prime-time, dus. Misschien een goeie impuls, net nu de belpop in het slop zit


Dit was pagina 1 van 212