Posts in de categorie « Achterom kijken»:

dec 14 2009

I love a girl in uniform

Een bekentenis, van een vaststelling. Dat meisjes en vrouwen in uniform enkele sporten opklimmen op mijn ladder der aantrekkelijkheid.
Wallen, vetrolletjes, haaruitgroei of neus te veel, ik vergeet ze. Of vergeef ze. Een koe in een uniform wordt natuurlijk nog geen hinde, maar een knol komt wel al in de buurt.

De stewardess, de kaartjesknipster, mevrouw soldaat, de meid in het hotel, de amazone, de agente. Ik smelt.

I love a girl in a uniform (by houbi)

Is het omdat een vrouw in uniform mooi is met een functie? Haar schoonheid niet alleen voor de garnituur?
Is het een onbewust verlangen gedomineerd te worden?
Is het de conditionele training van de pornografie, waarin elk uniform gegarandeerd binnen de twee minuten wordt uitgetrokken?
Is het omdat hun vrouwelijke aantrekkelijkheid zich net toont door het contrast met de grijsheid van het uniform? In der Beschränkung zeigt zich der Meister(in).

Of is het een vreemde regressie naar mijn jeugd, waar àlle begerenswaardige meisjes rondfietsten in uniform?
Groengeruite rok, witte bloes. Op weg naar het Onzelievevrouwenlyceum.
Een gescheiden wereld van ons Sintjanberchmanscollege, aan de overkant van de straat.
Geen levensbeschouwelijke kloof gaapte er tussen onze Genkse katholieke instituten, maar een onoverbrugbare afstand niettemin.

Zij, een gracieuze groengerokte zee. Wij, een bende pukkelige pubers. Ze konden ons allemaal krijgen, maar ze dachten er niet aan.
Haast vrouw al in hun lyceumrok, en al ongenaakbaar.
Rokjesdag, de dag dat de collants thuisgelaten werden, een natte droom.

En toch, ik zag en zie ik ook het onbehagen, van de vrouw in het keurslijf. De onvrede van de kaartjesknipster met haar rode hoedje. De goesting van de hotelmeid om gewoon in trainingspak de gang te komen dweilen. De jarenlange dégoût die mijn zus kweekte tegen alles wat zelfs maar naar groen zweemde. Ik voel hun pijn. Ik vind hem mooi.


nov 19 2009

De Hermannen

Amai, Herman Van Rompuy, President van de Europese Unie? Dat we dat nog mogen meemaken.
Hoera voor de vaderlandsliefde! En ik ga morgen zeker en vast nog eens bij hem op zitdag, eens vragen of hij geen schoon europees postje heeft voor mijne jongste. Waar is mijn CVP-lidkaart, nu ze nog eens van pas kan komen?

Maar wat ik me dan afvraag: wat zouden de Hermannen daar eigenlijk van vinden? Dat een Herman het zo ver schopt.
En ook wel, of er eigenlijk nog iemand zich de Hermannen herinnert?

Allez, De Hermannen, weet ge nog? Een terugkerend item in Villa Tempo, het onovertroffen muzikaal programma op toendertijd nog de VRT, of was ’t zelfs nog BRT toen? Die Hermans-gewijs de wereldproblemen oplosten waar ze bijstonden. Met hun witte pruiken en zwarte zonnebrillen.

Het internet geeft niet thuis, op wat losse vermeldingen in de biografieën van Bart Peeters, Hugo Mathyssen en Marcel Vanthilt na. Wel een Humo-cover, uit 1985:

humo-hermannen (by houbi)

Uit de tijd dat de covers van Humo nog wat cultureel verantwoorder mochten: de Hermannen als Janssen, Janssen en Janssens. In een decor van Di Chirico. Van de hand van de legendarische illustrator Ever Meulen. Met Eddy Wally (met een kraag die me een beetje aan dat Rubensschilderij van 3 posten terug doet denken), toen al.
Nog nergens een herfstsymphonie met Marie Vinck te bespeuren.

Marie Vinck op de cover van Humo (by houbi)

Come to think of it, Marie Vinck was toen niet eens geboren. Of wel, ze is geboren in 1983, en de Hermannen zijn van 1984-1986. Dus als Marie Vinck toendertijd al naakt tussen de herfstbladeren lag te krioelen, kraaide er geen haan naar. Of ’t moet een pedofiele haan geweest zijn.

Verplicht af te sluiten met: Zucht, we worden out.


mrt 25 2008

[Wijvenweek]: Mijn Wijflijf

Ontboezemingen in het kader van wijvenweek. Niet aan te ontsnappen. “If you can’t join them, read them”, is een reactie. “If you can’t join them, do it anyway” een andere.
En vermits ik mij gisteren al afvroeg waarom een wijvenweek tot mannen beperkt zou moeten blijven en Ilse uitnodigde de daad bij het woord te voegen… mijn 5 cent. Gratis voor niks.

“Mijn wijflijf” is de opdracht van dag 1.
Cool, daar kan ik kort over zijn.

1 uur. Zoiets. Zolang is mijn lijf een wijflijf geweest.
De andere 39 jaren en x dagen is het bij man-zijn gebleven, maar in 1984, op het feest van de Genkse jongenschiro was ik een vrouwtje.
Een hoertje meer bepaald.
Elke leeftijdsgroep van de chiro moest een podiumact doen. Wij (Jan Colla was erbij – nu journalist bij Het Belang van Limburg – en Dirk Knaeps – later muzikant, o.m. bij Arbeid Adelt – de rest weet ik niet meer) hadden een geweldige sketch bedacht. Fan-fucking-tastisch van intellectueel niveau, professionele uitvoering en hoogstaande humor. Goed dat de Comedy Cup toen nog niet bestond, we zouden hem anders zeker gewonnen hebben. Ook goed dat Youtube toen nog niet bestond, anders zou ik mij nu wellicht diep schamen:

Cue T.C.Matic. “Putain, putain“. Luid!
Gordijn gaat open.
Hoertje (ik dus) staat op het podium.
Been uitdagend op stoel.
Zwarte netkous.
Jarretel.
Vurig rood kleedje. Kort.
Man 1 passeert, keurt de vleeswaren. Likkebaardt. Doet in mime van hoeveel dat moet kosten. Druipt af.
Man 2 passeert. Gechoqueerd van al dat bloot. Schuddebolt van “nee, nee, hoe is het mogelijk, de zeden van tegenwoordig”. Af.
Man 3 passeert. Lijkt genteresseerd. Doet een bod. Ze onderhandelen. Meer. Minder. Komen tot een vergelijk. Hij betaalt. En vertrekt, neemt de stoel mee.
Zij blijft verbaasd achter.
Fade muziek.
Gordijn dicht.

Afijn. Wij genoten van de verbaasde blikken van het verzameld publiek (in feite zaten wij maar in de Chiro om met de Chiro te lachen).
In de coulissen. Ik nog in mijn meisjeskleren.
Een slungel komt naar me toe. Vraagt: ben jij van de meisjeschiro? En van welke? En hou oud ik ben? En of ik iets wil drinken van hem. Kwijl, kwijl.
“Touche” begod, na een half uur vrouwzijn.
Proestend – wellicht giechelend als een bakvis in zijn ogen – af.
10 minuten daarna, terug in mijn jongenskleren, het drankje gaan halen. De teleurstelling in die ogen!
Iemand een blauwtje laten lopen, in plaats van het te krijgen: dat is de kracht van een vrouwenlijf, zelfs van een mannenlijf in een jurkje, instant.

Ondanks dit “succes” heb ik mij later nooit in de verleiding gevoeld om mijn manlijf in een wijvenlijf te transformeren. Vrouwenkleren aan te trekken. Nooit aandrang gevoeld om te travestieten (of hoe zet je dat in een werkwoord?), laat staan de oljsterse voil jannet uit te hangen. Niks voor mij. Vrouwen trekken teveel aandacht. Zuigen ogen naar zich toe. Hun lijven zijn er om te bewonderen, aan te raken, te strelen, te beminnen, in te kruipen… niet om te imiteren.

En ook niet om onder ongenadig neonlicht te analyseren en masochistisch te zelfbekritiseren, zoals gisteren gebeurde. 70 vrouwen die als ze horen over “mijn wijflijf” prompt in een schrijfkramp schieten en onderdelen waar ze ongelukkig mee zijn beginnen op te sommen aan een tempo waarbij zelfs een autist schichtig van zou worden.


mrt 6 2008

Een jeugd in plaatsen (2): een eerste huis

Vervolg van de serie waarin ik terugkijk op de bakstenen die van betekenis zijn geweest in mijn leven, gezien vanuit een Virtual Earth-vliegtuig.

Drie dagen na mijn geboorte werd ik meegevoerd vanuit het Sint-Jans-Ziekenhuis naar een erg tijdelijke eerste plaats waar ik mocht wonen: Gildelaan, op de plaats waar momenteel de Jaarbeurslaan (Limburghal en zo) en de Weg naar Hasselt samenkomen. In een Volkswagen kever. Een witte.

Gildelaan

In een van die lugubere appartementen (1ste verdieping, maar ik weet niet precies van welk gebouw) heb ik een maand of 4 van mijn bestaan gesleten. De eerste maanden, dus je zou verwachten dat die een diepe indruk zouden nalaten. Maar nee. Niks, niks, niks, weet ik daar nog van.

We schrijven 1968. Augustus. The Summer of love! Overal hippies, vrije liefde, Woodstock en rockmuziek. Maar wellicht op dat moment nog niet in Genk, of toch niet in mijn baby-bestaan.

Waren daar: mijn mama (Madeleine, werkte in een bank, maar stopte na mijn komst met werken), mijn papa (Romain, werkte toen nog even in het Belgisch Leger als beroeps-“boeffer”, of was misschien al net begonnen bij Ford). En mijn zus, Hilde, die op dat moment al 5 was en vanaf dan haar leven grondig verstoord zag.

Ook mijn opa Matthijs moet toen nog in de buurt geweest zijn. Ik heb de man (een mijnwerker met stoflong) helaas nooit gekend, want hij is een jaar later overleden. Er zijn geen foto’s van ons samen. Maar ik heb nog op zijn schoot gezeten. Hopelijk heb ik het toen droog gehouden.


mrt 5 2008

Een jeugd in plaatsen (1): het ziekenhuis

Zoals al enigzins aangekondigd in de post over de song chart meme, plan ik hier een reeks van blogposts over de “plaatsen” uit mijn verleden/leven.
Aanleiding voor deze reeks was deze post op belgeoblog waarin verteld wordt dat nu ook Genk beschikbaar is via de birds eye view op Virtual Earth, Microsoft’s tegenhanger van de Google Maps. En zoals Tante Annie al terecht opmerkte, deze jongen is – anders dan de subtitel van mijn blog vermeldt – in feite niet van Balegem, maar van Kolderbos, Genk.
Supergedetailleerde luchtfoto’s te zien van de plaatsen waar ik mijn broek sleet op allerlei schoolbanken, waar ik speelde, woonde, waar mijn vader werkte enz… te zien wat er nog hetzelfde was als vroeger, wat er ondertussen al veranderd is… het gaf een lichte shock, moet ik bekennen.
Vandaar deze reeks – die ongetwijfeld even wordt boeiend als mijn leven zelf al geweest is (not). Ego-posten met een achteruitkijkspiegel. En als ik later beroemd en dood zal zijn, weten jullie alvast waar de gedenkplaatjes moeten opgehangen 😉

Deel 1 van deze reeks kan uiteraard niet om op de plaats heen waar het voor mij allemaal begon: de plaats waar ik geboren ben. En dat was hier:

Sint-Jansziekenhuis, Genk

Het Sint-Jans-Ziekenhuis, Weg naar As in Genk. In een van die kamertjes in het grote gebouw centraal rechts moet het gebeurd zijn. Cameraploegen van VT4 noch VTM, van “Het Leven zoals het Is” noch van Vitaya, amateurfilmers noch fotografen waren aanwezig.
Anders dan Oscar uit De Blikken Trommel, was ik me in die eerste minuten van mijn leven niet bewust van wat er rond me heen gebeurde. Ik weet niet of het pijn deed, of het er warm was, wie de gynaecoloog was, zelfs niet wie er op bezoek is gekomen. Vergeef me.

Ik weet zelfs niet meer dat ik op dezelfde plaats een jaar of twee later nog eens terug ben geweest, om een ingeslikte punaise (duimspijker voor onze Nederlandse medemensen) uit mijn slokdarm te laten verwijderen. Het was geen lekkere punaise, zeker?

Ik weet nog een beetje van het wee gevoel dat ik had toen ik later op dezelfde plaats nog eens terug moest gaan om mijn amandelen te laten trekken. Eenzaamheid. Schreeuwende kinderen. Tekeningen aan de muur.

En nog meer slechte herinneringen toen ik rond de leeftijd van 8 jaar een kleine operatie aan mijn lulletje moest laten doen (voorhuid vastgegroeid aan het eikeltje, naar ’t schijnt komt het meer voor dan je denkt). Met de onderbuik bloot op de operatietafel, met een lieve verpleegster die met watjes en doekjes aan uw gevalletje aan het wrijven ging, en dat alles lang voor erotische gedachten aan dergelijke situatie ook maar in u op zouden komen. Trauma. Wel veel cadeau’s, een spannend boek, en gelukkig toen nog geen cliniclowns in zicht.

Het Sint-Jansziekenhuis ging op die plaats later dicht. Er kwam een kunstschool. Het hospitaal kwam terecht in de bossen van Kattevennen, en heet nu ZOL (Ziekenhuis Oost-Limburg). Daar kwam ikzelf gelukkig nooit te liggen, wel natuurlijk al op bezoek gemoeten bij zieke moeders, vaders, oma’s, nonkels …

Sint-Jansziekenhuis Genk

Onderaan op een gedraaid beeld van het oude ziekenhuis zie je “Herfstvreugde”: het bejaardetehuis waar mijn lieve oma kwam te liggen nadat ze dement werd. Tot ze niks meer wist. En er stierf, onwetend over wat was of wat zou komen. Veel vreugde was er in die herfst niet meer te vinden.

Geboorte en dood: weeral bewezen dat het dicht bij elkaar ligt. “Birth, School, Work, Death” zongen de ziedende Godfathers al, en uiteraard is dat ook the story of my life:

Volgende aflevering: de papschool.