mei 24 2009

Akelei

’t Is druk dezer dagen in de tuin. Qua understatement kan dat tellen.
Netels. Netels. Netels. Nog altijd. Al drie jaar vecht ik met brandnetels. En win ik terrein in de maanden dat ik erin vlieg en hak, maar verlies ik er tijdens de andere maanden of plaatsen waar ik niet passeer ook weer net zoveel.
En de groentetuin die in mei het meest arbeidsintensief is.
En het onkruid dat in de borders probeert even welig te tieren als de daar wel bedoelde planten.
En het gras dat wekelijks een beurt wil. Don’t we all.

Maar gelukkig kan er tussen al dat gezweet – ons lapke grond is 6000 m2 groot, weet u – nu ook volop genoten worden van wat er wel goed gaat. Van de bloemenwei die weer in een bloemenzee is omgetoverd. Van de moestuin, waar we de eerste vruchten al van kunnen plukken (sla, radijzen, aardbeien). Van de vijver, waar de jonge meerkoetjes hun eerste zwemlessen krijgen. Van de nieuwe plantjes, van Ecoflora, of de plantenbeurs in Beervelde of van meebrengen tijdens wandelingen met de hond, die aan lijken te slaan. Van de bloemenborders die we vorige jaren volstaken, en die er nu erg knap bij liggen.

En van mijn lievelingsplantje, dat op dit ogenblik volop bloeit. De akelei.

Voor wie deze akela der bloemen, met akelige naam niet kent, zo ziet dat uit:

Akelei (Aquilega) (by houbi)

Dodoens, de middeleeuwse kruidenbijbel introduceert dit bloemetje zo:

Akeleyen hebben groote breede bladeren met twee oft drije diepe sneden/ den bladeren van Gouwe gelijck/ maer witter ende niet sterck van ruecke/ noch oock gheen sap uutghevende als zy ghequetst worden.
Die stelen sijn ront ende effen ontrent twee voeten hooch/ daer op wassen bloemen van tweederhande bladerkens vergaert/ waer af die eene/ cleyn ende smal sijn/ ende dandere tusschen den voorghescreven wassende hol met een lanck omghecromt steertken gelijck aen die Riddersporen.
Ende dese bloemen sijn som enkel/ som dobbel/ van coluere som blauw/ som wit/ som peersch/ som root/ som ghespickelt ende ghescakiert blauw ende wit. Ende als dese bloemen vergaen zijn zoo comen daer vier oft vijf scerpe hauwkens voort aen malcanderen wassende/ daer in dat saet leyt dat swert es.
Dese bloemen worden hier te lande in die hoven ghesayet ende gheplant/ zy wassen oock in sommighe hooghe bosschen/ ende aen steenrootsen maer niet hier te lande.
Dese bloemen bloeyen meest in Meye ende in Braeckmaent.
Dese bloem wordt nu ter tijt in Latijn Aquilegia oft Aquileia gheheeten/ den ouders es zy onbekent gheweest. In Hoochduytsch Agley en Ageley. Hier te lande Akeleye. In Franchois Ancolye.

We hebben ondertussen akeleien staan in vijf kleuren, sommige een beetje trutterig, andere wilder en uitgelatener. De paarse vind ik de mooiste.

Dit jaar gaan we voor het eerst eens proberen om er wat bij te kweken uit zaad. In theorie makkelijk (opvangen, onmiddellijk zaaien in teelaarde met laagje zand er bovenop, plantjes kunnen na zes weken uitkomen en mogen in de herfst dan op hun eindbestemming gezet worden). De kleur en vorm van het resultaat is naar verluidt wel steeds een verrassing, want ze doen erg makkelijk aan kruisbestuiving.

  • De truuc zou zijn om de blauwe altijd uit te trekken. Die zijn meestal dominant, en gaan aan de loop met de lichtere kleuren. Maar die donkerpaarse is wel een blijvertje hoor. Ook zonder zaad te nemen kruipen die akeleien de tuin wel rond.

  • ha, kan akelei in de bloemenweide? Wist ik niet, goed om weten. Ik heb er ook een staan, in wat optimisten een border zouden noemen. Wel van het truttige kleur, die paarse zijn inderdaad wel zeer mooi. Mooie foto ook trouwens!


En nu?

En, voor u het vergeet, steek zeker mijn mijn RSS in uw favoriete feedreader. Je kan je ook abonneren op updates via e-mail, facebook, twitter...