Feb 21 2012

Reis in een reis

Van de twee laatste dagen in Marokko, daar kan ik ook nog eens wat dia’s van tonen, sprak Nonkel Dirk die avond. En hij zette zijn diaprojector aan. Het jong volk zuchtte. Als nonkel Dirk begon, dan had hij nog niet gedaan, met zijn slome flutdia’s altijd.

Telouet

(dia 1: detail van een wanddecoratie in de Kasbah van de Glaoui in Telouet. Als ge er lang genoeg naar kijkt wordt  het precies een vrouwenborst. Nog even doorkijken, het wordt dan vanzelf wel weer een tafelkleedje).

Alhoewel wij daar in de Club Med van Marrakech in grote luxe vertoefden“, sprak Nonkel Dirk, “besloten wij om op expeditie te gaan. ‘t Is te zeggen, de heer Vuijlsteke, een eminent blogger en “zijn madam” Sandra Pattyn, onze medereisgenoten, hadden dienaangaande aanbevelingswaardige dingen gehoord op het infomoment van de eerste avond. En waren vastbesloten deze verre tocht naar de rand van de woestijn aan te vatten. Omdat zij er met hun getweëen toch redelijk hulpeloos en onbeholpen uitzagen in dat verre en vreemde land zonder veel computers, besloten wij om hen dan maar op deze tocht te vergezellen.“, stak Nonkel Dirk van wal. “Yeah right, get on with it already”, de boodschap te lezen in de ogen van het jonge volk.

De Heer M. Vuijlsteke en zijn madam en hun devices
(dia 2: de heer M. Vuijlsteke en “zijn madam” Sandra Pattyn, in volle actie in de bar van de Club Med. Bits en Bytes zijn interessanter dan cocktails voor dit slag volk.)

Er werd een 4×4 gehuurd, een chauffeur en een gids, en er werd vroeg opgestaan. Het af te leggen traject was immers niet te onderschatten. 230 kilometer, deels onderverharde wegen. De Tizi-n-Tichka-pas over de Hoge Atlas, Telouèt, Aït Ben Haddou, Ouarzazate en de Oase van Finnt zouden worden aangedaan.” Nonkel Dirk sprak die Arabische namen op dreigende toon uit, als waren het door horden kanibalenstammen bevolkte godvergeten oorden van verderf. Maar daar was het jong volk al een keer teveel ingetrapt. Slome flutplaatsen langs een slome flutweg, dat zouden het wel weer zijn.

(dia 3: de route van het reisgenootschap. Alleen de heenweg wordt hier afgebeeld, en wel om de reden dat de terugweg ongeveer dezelfde was)

Eerst werd er geklommen naar sneeuwhoogte (De Tizi-n-Tichka pas is op zijn hoogste punt 2.260 meter). Maar even daarna werd er ingedraaid naar Telouèt. Onderwijl hielden we een paar keer halt om het immer veranderende landschap eens in ons op te nemen. Het landschap is daar geologie in actie. Groene steen, rode steen, grijze steen … het ligt er allemaal door elkaar in indrukwekkende valleien met in de buurt van water een groene strook waar kan gelandbouwd en gewoond worden”. Nonkel Dirk kwam op dreef. Als hij daar nu maar eens was gebleven, dacht zijn publiek.

Tichka pas

(dia 4: de groene strook waarvan sprake in de vallei. Speciaal een tilt-shift effect op gezet omdat de Heer M. Vuijlsteke dan met zijn ogen rolt, en omdat dat de immense schaal van het landschap nog redelijk goed weergeeft).

“Onderwijl hielden wij ook halt bij een weg boven een dorpje, waarvan de gids zei “ça sont les villages qui sont construits avec l’argent que les Marrocains en Belgique, la France etc… envoient ici“. Het jonge volk kuchte. Ging het die kant op? Nonkel Dirk was wel gene racist maar hij begon wel eens een zin met “ik ben gene racist maar…”.

Tichka pas

(dia 5: een dorp langs de route. Hier werd een tilt-shift van gedaan omdat die ogenrollende M. Vuijlsteke van vorige foto nog best grappig was)

Volgende stop was Telouèt, de geboorteplaats en voornaamste woonplaats van de Pacha van Glaoui, een heerschap dat ooit de scepter zwaaide in gans Zuidelijk Marokko. Alhoewel dit er allemaal redelijk oud en vervallen uitziet, was dit een paleis van de 19de eeuw. In verval geraakt omdat de Glaoui met de Fransen meeheulde, en na de Marokkaanse onafhankelijkheid – ze waren wel geen kolonie, een protectoraat – door de Marokkaanse Koning gevangen werd gezet en 6 maanden nadien stierf.” Sterf, Nonkel Dirk, sterf, was alles wat het jonge volk op dit punt gekomen nog kon denken.

Telouet

(dia 6: de Kasbah van de Glaoui in Telouèt, langs buiten. De muren gemaakt van pisé, een materiaal ongeveer even stevig als het klinkt.)

Telouet

(dia 7: dezelfde kasbah, maar deze keer langs binnen. Zeer schoon, als ge niet teveel let op de zeer amateuristisch aangelegde elektriciteitsleidingen en het bepaald slordige pleisterwerk in de gerestaureerde delen. Dat die Marokkanen eens een capabele Pool inhuren.)

Maar niet getalmd. Er moest gegeten worden. En waar kunt ge dat in die buurt beter doen dan bij een Berber thuis.” vervolgde Nonkel Dirk onvermoeibaar. Komaan, laat de flutdia van die flutberber maar komen, dat kan er nog wel bij, dacht het jonge volk.

Eten bij de Berbers

(dia 8: een foto van die Berber is helaas niet voorradig. In plaats daarvan the next best thing: een gretig likkebaardende M. Vuijlsteke en zijn lichtjes groen uitslaande madam. Dat groen kwam overigens niet door het aangeboden voedsel – heerlijk – wel door de haarspeldbochten onderweg)

Verder en verder ging het. Door een indrukwekkende kloof, naar de ksar Aït-Benhaddou. Een aaneenschakeling van kasbah’s – versterkte woningen gemaakt van rode stampaarde – in een wirwar rond een hoger gelegen fortificatie. Het decor van tal van films – van Lawrence of Arabia tot recent The Gladiator – en Unesco-werelderfgoed“, zei Nonkel Dirk. Het is al goed met uw werelderfgoed, dacht het jonge volk.

Aïd Ben Haddou

(dia 9: Aït Ben Haddou van onder. Waar de Oued vloeit. Nu toch, want in de zomer staat dat daar natuurlijk droog als een kurk)

Aït Ben Haddou

(dia 10: Aït Ben Haddou van boven. Tilt-shift effect niet nodig, het oogrollen van M. Vuijlsteke dus overbodig, want dit ziet er van zijn eigen al uit als een reeks zandkasteeltjes in plaats van echte huizen)

Zodanig gingen wij verder dat wij op die manier helemaal tot in Ouarzazate belandden. Deze zuidelijke stad wordt wel eens de poort tot de woestijn genoemd, en wel omdat van daaruit de woestijn iets dichterbij is dan op andere plaatsen. Ouarzazate wordt ook wel het Hollywood van de Maghreb genoemd, en wel omdat er twee grote filmstudio’s die er in Ouarzazate gevestigd zijn. Heel toepasselijk werden wij dan ook gehuisvest in le Berbere Palace, een vijfsterrenhotel vol met aartslelijke decors van geflopte italiaanse faraofilms” ging Nonkel Dirk onvermoeibaar door. Noem het voor ons part het aards paradijs, maar ga in godsnaam ver-der, dacht het jong volk.

Le Berbere Palace - Ouarzazate

(dia 11: Een van de drie kamers in onze suite in le Berbere Palace. Net voldoende dus. Alhoewel: iets warmer-dan-lauw eten, of betaalbaar drinken in de bar – 40€ voor 4 drankjes – waren anders ook leuk geweest)

De volgende dag was het programma lichter. Eerst reden we ten Zuiden van Ouarzate, naar de woestijn. Steenwoestijn, wel, want voor het clichébeeld van de woestijn als een grote zandduin moet ge nog 200 kilometer verder naar het Zuiden en komt ge in de Sahara.” ging Nonkel Dirk onophoudelijk verder. Zoveel stenen, zoveel gemiste kansen tot steniging van Nonkel Dirk, dacht het jonge volk.

Steenwoestijn bij Ouarzazate

(Dia 12: Berber in de steenwoestijn. Onduidelijk wat zijn bedoelingen, laat staan zijn bezigheden, waren. Tenzij fotogeniek wezen een bedoeling en bezigheid is, wel)

Maar al heel snel, je had zelfs geen tijd om dorst te krijgen of stof te eten, kwam je er bij een uitgestrekte oase, de Oase van Finnt. Daar wandelden we rond in de slim beheerde/geïrrigeerde palmplantages/veldjes en dronken er lekkere muntthee bij een Berber (Aziz de L’oasis dazezegen)“. Nonkel Dirk was niet meer te stoppen. Tenzij. Tenzij, dacht het jong volk.

Oase van Fint

(Dia 13: de oase van Finnt van beneden. De bloesemboom, zo stonden er heel wat langs het hele traject van de reis, is een amandelboom)

Oase van Fint

(Dia 14: de oase van Finnt van bovenop. Waar een indrukwekkende rotsformatie torent, met de Heer M. Vuijlsteke en gezelschap die voor enige schaal zorgen)

Daarna ging het terug naar Ouarzazate. En wel omdat daar nog een Kasbah van de Glaoui stond. Eentje die nog niet tot stof en rode aarde was uiteengevallen zoals die in Telouèt. Deze Kasbah was een aaneenschakeling van honderden kamers en kamertjes voor de Pacha en zijn vele vrouwen, een doolhof waar zelfs de slimste dief niet meer uit zou weten te ontsnappen volgens de gids“, leek er geen einde te komen aan de uitlegdiarree van Nonkel Dirk. Ontsnappen, de uitgang, inmiddels het enige dat het jong volk nog wilde weten.

Kasbah van de Glaoui in Ouarzazate

(dia 15: zicht vanuit de Kasbah van Taourirt in Ouarzazate)

En van dan af begon de terugtocht. Een uitnodiging om te lunchen en wat langs het zwembad te zitten in le Berbere Palace werd vriendelijk edoch kordaat afgeslagen, en in de plaats werd gegegen bij een lokaal wegrestaurantje annex slager langs de Tizi-n-Tichka pas. Licht verkoolde stukken lam en de onvermijdelijke groententajine, smaakte des te beter“, wist Nonkel Dirk niet van ophouden. Slager. Slagen. Slaag er op, dacht het jonge volk.

Eten langs de Tichka pas

(dia 16: de tajine en licht verkolende stukken lam worden bereid. Erlangs stukken rund – die we niet namen – en een te koop gestelde koeienkop. Ook deze namen wij niet.)

Daarna ging het via ongeveer dezelfde weg terug naar Marrakech. Daartoe zal ik dan de dia’s in omgekeerde volgorde nog eens afspelen“, ging Nonkel Dirk verder.

Het is het laatste dat van hem vernomen werd. Wie nadere inlichtingen heeft, neem contact met uw lokale politie, of bel de Cel Vermiste Personen.


En nu?

En, voor u het vergeet, steek zeker mijn mijn RSS in uw favoriete feedreader. Je kan je ook abonneren op updates via e-mail, facebook, twitter...