mei 10 2008

Portishead in Vorst

Korte versie (getwitterd vlak na het concert):

Portishead in Vorst vanavond was impressionant. Warm, niet als een fleece, maar als zo’n mohair dekentje, dat af en toe een beetje steekt

Iets langere versie (2 dagen na datum):

Op 17 februari schreef ik alhier:

Als ik van n nieuws wel helemaal warm en zacht en week vanbinnen wordt, is het wel van de aangekondigde terugkeer in 2008 van Portishead. Een nieuw album Third (inderdaad het derde, meer dan 10 jaar na het vorige), een tour, een concert in Brussel.“.

Dat concert, dat was dus donderdagavond, en ik had kaartjes.

Ik was nochtans niet wild van “Third”, die langverwachte terugkeer. Ondanks hoge verwachtingen vond ik het geen meesterwerk, in de zin van dat dit me geen reeks songs lijkt die over 10 jaar nog erg dicht in het geheugen zullen liggen. Zeker niet slecht, maar tot op heden voor mij niet het effect zoals Humo schrijft:

“Third’ is de brute deconstructie van een geluid, een vraag als antwoord op een vraag, een rauw zelfonderzoek, makkelijker te bewonderen dan te beminnen. Pas na tig draaibeurten blijkt dat 3.650 dagen in de woestijn ook licht gebaard hebben (de ukeleleballad ‘Deep Water’, mt barbershop-koortje), en flonkerende schoonheid (‘The Rip’: vingers plukken gebroken akkoorden, Kraftwerk-arpeggio’s lossen op in de ether). Al is de kans is groot dat je dan al uitgeteld aan Gibbons’ voeten ligt: als zij je niet over het door Barrow en Utley met kraaienpoten bezaaide pad kan lokken, wie wl? Zo heeft ‘Third’ alle opgekropte verwachtingen ingelost – of nee, beter: uitgespuwd. Schuif ‘m in de cd-lader van je oude Saab, trommel een maat op en zet koers naar Parijs. Laat ‘m je hart slijpen, braden in je hersenpan, zinken in je ziel. Meesterwerk.”

Het was dus eigenlijk niet met zo hoge verwachtingen dat ik richting Vorst Nationaal trok.

Het was uitverkocht, en bloedheet. Met een voorprogramma (Kling Klang) dat zat al uit te freaken als de beesten toen we binnenkwamen. Thanks, but no thanks, en dus gingen we maar een half uurtje aanschuiven voor drank (het was dus cht wel heet daarbinnen).
Plaats gevonden op het tweede balkon, beetje ver maar liever dat dan de ganse avond staan (het was cht wel heet daarbinnen, weet u).


Picture: Anton Coene voor Wannabes (meer foto’s aldaar)

Geopend werd met “Silence”, net als op Third. Sfeer meteen gezet. Donker en broeierig. Heet, zoals de zaal dus. Maar met Beth’s stem beetje verloren in het geweld. Meteen gevolgd door Hunter, weer net als op “Third”. Flirtend met vals, maar altijd weer op zijn pootjes, en vanaf dat moment zat het concert goed. Glory box, Roads, Mysterons, Sour Times… gelukkig bleek hun nieuwe koers hun niet af te houden van het spelen van perfecte versies van die ouwe songs. Hoogtepunt was toen Beth Gibbons enkel met gitaar en bas als achtergrond een kippenvelversie neerzette van “Wandering Star”.

In De Morgen van vandaag gewaagt recensent Gunther Van Assche van “Portishead benadert perfectie in Vorst Nationaal” en geeft het concert het maximum van 5 sterren.

“Anno 2008 blijkt Portishead een overtuigende stadiongroep te zijn geworden, die met haar claustrofobische songs het bloedhete Vorst Nationaal herleidde tot een intieme club en je overdonderde met een haarscherp en even dwingend als sober lichtspektakel”.

De man van de Standaard had een geheel andere mening:

“De nieuwe songs vermijden een aantal stijlkenmerken van de vorige platen en klinken vaak harder en drukkender. ‘Machine gun’ is zo’n song die bouwt op een elektronische simulatie van snelvuurgeweer, wat hem doet opvallen in een concert en op plaat. Maar ook in Vorst leek het ons meer een gimmick dan een waardevol element. De neogotische zwart-witbeelden, de obscure verlichting en de drukkende stemming bereikten moeiteloos hun effect, maar konden niet verhelen dat de songs op Third niet zo geweldig zijn. Toen Gibbons met enkel bas en gitaar aan ‘Wandering star’ begon, bleek dat een goede melodie ook voor Portishead belangrijk is. En hetzelfde gevoel had je toen ‘Roads’ tot slot een soulvol deken over de zaal spreidde. Een sfeervol concert dus, met veel mooie momenten, maar ook een donkere sfeer. Uitgelaten werd je er niet van; Portishead liet zijn publiek wentelen in gevoelens van isolatie en uitzichtloosheid.”

Mijn mening zit daar ergens tussenin. Het was juist omdat een aantal van de nieuwe songs (Silence, Nylon Smile, The Rip) een beetje bleekjes afstaken tegen de oude klassiekers, dat die zo’n impact kregen. De verdienste van de nieuwe songs (en dan zeker “Hunter”, “Machine Gun” en “Roads”) is dan dat ze niet geheel afgingen, maar zich staande wisten te houden.
Geen perfect concert dus, maar wel bij momenten van het meest intense, bloedstollende mooie, en hartverscheurende stuk muziek dat ik al ooit op een podium zag. Portishead is (en zker was) een groep van adembenemde klasse.

Vandaar dus mijn conclusie: het was daar warm (of zei ik dat al?), warm, niet als een fleece (zacht en behaaglijk), maar als zo’n mohair dekentje met van die prikhaartjes. Af en toe stak het. En het was prachtig!


En nu?

En, voor u het vergeet, steek zeker mijn mijn RSS in uw favoriete feedreader. Je kan je ook abonneren op updates via e-mail, facebook, twitter...