sep 27 2007

10 tips om je appels en peren lang te bewaren

Onze fruitoogst was dit jaar wreed goed (een pak groter dan vorig jaar, tot nog toe ons enige referentiepunt): we hebben wel zes kistjes met twee lagen appels, en twee kistjes peren.
Probleem nu: hoe ze optimaal bewaren.

Manier 1: je trekt een foto van de laaste appel aan de boom en zet die op je blog…

Manier 2, iets prozaÔscher: je probeert je appels in de beste omstandigheden te bewaren. Probleem daarbij: de beste omstandigheden zijn enkel op industriŽle schaal toe te passen (koelcellen met een superlage gehalte aan O2 en CO2 in de lucht). Voor de spelers “in my league” (de huis- tuin en keuken-kweker dus) zijn dit de belangrijkste tips om tot ver in de winter van je appel en peren te kunnen genieten:

#1 Bemest je fruitbomen niet te veel. Zeker stikstofrijke meststof haalt de bewaartijd van je appels/peren drastisch naar beneden. Ook boompjes waaronder het (on)kruid welig mag tieren geven daarom iets beter bewaarbare vruchten dan degene uit een veel te schoon gehouden boomgaardje. De begroeiing onder de boom neemt stikstof en overtollig water op, en maakt zo je boom/vruchten sterker.

#2 Zet ťchte appelbomen. Halfstammekes of laagstammekes zijn wel makkelijk, maar hun vruchten zijn blijkbaar toch net iets minder dan die van een goeie ouwe hoogstam.

#3 Teel groene variŽteiten. Rode appels of appels met een blos zijn in het algemeen minder goed om te bewaren.

#4 Pluk bij droog weer. Niet alleen veel aangenamer en veiliger, blijkbaar ook nog goed voor de bewaartijd van je appels en peren.

#5 Pluk liever te vroeg dan te laat. Hangt van soort tot soort af natuurlijk, maar voor eetappels geldt zeker dat je ze moet plukken voor dat ze op hun lekkerst van de boom zijn.

#6 Bewaar individueel. Leg je appels in lage houten kistjes, maar stop krantenpapier tussen de appels. Best niet in lagen stapelen (als je het toch doet: leg er krantenpapier of plastiek tussen)om zo weinig mogelijk contact tussen de appels onderling te hebben…

#7 Wees een pietje precies. Maak appelmoes van alle appels waar een beschadiging aan zit, want enkel de gave en helemaal gezonde appels maken een kans om lang te bewaren.

#8 Let op de kleintjes. Maak appelsap van de grootste appels. Als ze te groot en suikerrijk zijn is de bewaartijd van een appel immers minder lang dan iets minder “goed geschapen” vruchten.

#9 Kies een goed plaatsje om de kistjes te zetten: Kouder is beter dan warmer. Een beetje vochtig is beter dan droog (in te droge lucht gaan de vruchten al snel rimpelen). Goed verlucht is beter dan niet verlucht. Donker is beter dan licht. Een plaats waar muizen of vogels niet aan de appels kunnen is te verkiezen boven een plaats met vrije in- en uitloop. Een constante temperatuur is beter dan een op- en afwarmend plekje. Bref: een niet te droge, verluchte kelder dus.

#10 De belangrijkste: controleer je oogstje heel regelmatig, en neem alle vruchten die een mankementje vertonen dadelijk weg. Een oud nederlands spreekwoord zegt niet voor niks “Eenen rotten appel in de mand maakt de geheele oogst tot schand”. En in ’t Frans: “il ne faut qu une pomme pourrie pour en g‚ter cent autres”…

A la bonheure en veel chance ermee!!!


En nu?

En, voor u het vergeet, steek zeker mijn mijn RSS in uw favoriete feedreader. Je kan je ook abonneren op updates via e-mail, facebook, twitter...