Dec 18 2008

2(00)8 CD’s

U kan zich inbeelden dat er hier nogal gefeest is de voorbije dagen. Niet elke dag wordt een mens immers 181ste van de 210 in de verkiezing "Site van het Jaar", niewaar. Maar nu het stof terug is gaan liggen, dreigt natuurlijk een debâcle. Torenhoge verwachtingen en hoe eraan te voldoen? Trac. Gaat men niet bij elke blogpost uitroepen van "Amai, als dat de 181-beste site is van gans Vlaanderen, wat voor een miserie moet dat dan niet zijn bij de 182-beste"? Ellende!

‘t Is daarom dat ik eens extra mijn best gedaan heb. Met een blogpost die nèt dat tikje langer dan gewoonlijk is uitgevallen, dus. Met de 28 beste cd’s van 2008 in de hoop dat er dan voor u, en u, en u, iets interessantigs bij zit.

Om uit te printen, dus bij uw volgende bezoek aan de muziekwinkel.
Oh wait. 2008.
Om in een browsertab open te houden naast een paar tabs van goeie torrents sites.

In ‘t kort is dit mijn lijstje:

In het lang, na de klik (Ge krijgt er voor al deze platen mijn eigen mening, die van de eminenste muziekkenners op het wereldwijde web, en een schuifke uit de graaikast van YouTube en consoorten. Niet gewoon een videoke uit de plaat, maar meestal acoustische of live-versies, radio- of televisieoptredens die artiesten deden in het zog van deze cd’s. Er zit daar kippenvelmateriaal bij.)

28. Hannelore Bedert – Wat als

Een van de mooiste nieuwe stemmen op eigen grondgebied (Selah Sue breekt volgend jaar wel door …). Met voldoende eigenheid, een west-vlaamse tong en tussentaal, en een paar hele knappe, emotioneel diepgravende songs. Waarom dan niet hoger in het lijstje? Omdat dit een ondergeproduceerd album is – klinkt bijwijlen gewoon slecht dus – en de begeleidingsband nogal eens geen klein beetje zuigt. Dat moet de volgende keer dus beter kunnen, hoop ik…

Bederts band weet er perfect afwisseling in te houden: swing- en jazzinvloeden, zelfs een slide guitar en een verdwaalde accordeon. De plaats waar Bedert ons dertien nummers lang te luisteren legt is een knooppunt van diverse muzikale en emotionele wegen. Op dit moment geeft het even niet dat we als een mak lammetje verknocht zijn aan haar verhalen. Vertel ons liever, waarom zou de nieuwe release van Eva De Roovere dan meer aandacht moeten krijgen? (Evelyne Vancaeyzeele voor Digg)

Van de dertien songs zijn er welgeteld twee die het niveau even naar beneden halen. ‘Vocabulaire’ – over de West-Vlaamse ‘h’ en ‘g’ – blijkt een origineel thema, maar geen sterk nummer…. Toch is dit met voorsprong het Nederlandstalige debuut van het jaar. Om stilletjes in een hoekje naar te luisteren. Met de ogen toe en de oren open. (Bart Steenhaut in De Morgen)

Bedert heeft talent, maar “Wat Als” is een mooi bewijs van hoe roekeloos we met talent omspringen. Laat duizend bloemen bloeien, zei Mao ooit, maar geen enkel regime eiste zoveel nutteloze slachtoffers. Bedert kan ongetwijfeld beter, maar ik vrees dat wanneer ze haar meesterwerk zal lanceren de hoera-roepers al lang een nieuw slachtoffer zullen gevonden hebben. Ondertussen blijf ik in haar geloven. (Soundslike)

27. The Hold Steady – Stay Positive

Ze zien er uit als een stel boekhouders. Boekhouders op hun retour. Na een avondje bowlen en een soft-ijsje. Maar ze klinken – als je je ogen toe doet dus – als Hüsker Dü. Hüsker Dü begod! En ze hebben bijvoorbeeld met "Constructive Summer" ook nog een aantal knappe songs in huis. Hier onbekend, in Amerika zo groot als een huis: The Hold Steady.

I’ve been listening to it virtually non-stop for the last few weeks, and I’m still trying to find the right words to describe Stay Positive, the astonishing fourth album by The Hold Steady – the vaulting ambition of which combines aspects of the dramatic euphoria and anxious nostalgia of Who’s Next and Quadrophenia and the maggoty grandeur of Lou Reed’s Berlin, alongside the scalding musical dynamics of The Attractions and familiar loud echoes of the E Street Band, especially in the hurtling, incident-packed velocity of most tracks, which, overall, are bigger, more soaringly anthemic than ever, Tad Kubler’s monster guitar parts everywhere to the fore, the sound of something waiting, somewhat impatiently, to fill stadiums. (Allan Jones in Uncut)

It’s just a Hold Steady album at the end of it. They’ve never let us down so far, and they’re not liable to do it any time soon. They turn critics into gibbering wrecks unable to write proper reviews and leave us forced to just string together our favourite lyrics like a damn teenage girl scribbles Tokio Hotel choruses onto her bed headboard. But, y’know. Hairier. So that’s Stay Positive then. An album that, like The Hold Steady themselves, is some straight-up grown man shit (Dom Passantino voor Drowned in Sound)

This, the follow-up to their 2006 breakthrough ‘Boys And Girls In America’, is The Hold Steady’s fourth slab of punk-rock evangelism in five years. Perhaps it’s their desire to make up for lost time (all members are either 35 or over), but the Brooklyn band aren’t wasting any time in their quest to preach the gospel of rock’n’roll…. ‘Stay Positive’ not only confirms The Hold Steady’s status as one of the best rock’n’roll bands in the world, but establishes them as one of its most important too. Frankly, album five can’t come soon enough. (James McMahon in NME)

Suffice to say, then, if you’ve enjoyed the increasingly accessible path The Hold Steady’s taken over the last four years–and, frankly, if you like raising beers, pumping fists and yelling out choice phrases, how could you not?–then you’ll find Stay Positive nearly flawless. (Paste Magazine)

26. Boeijen, Hofstede en Vrienten – Aardige jongens

Curieus drietal blijkt – eenmaal op gevorderde leeftijd gekomen – voldoende gemeenschappelijke grond te hebben om samen songs te maken. In stijl. Niet hoger in de lijst omdat hier en daar tussen de regels en de noten de verveling van de routinier doorschemert.

Op Aardige jongens doen ze dan ook niet voor elkaar onder. Het zijn verwante geesten met een uitgesproken eigen identiteit. Elk dragen ze nummers aan die evengoed op hun solo-cd’s hadden kunnen staan, maar doordat de anderen ze op hun eigen manier inkleuren, meestal door die uit de duizenden herkenbare stemmen als achtergrondkoortje in te schakelen, vormt dit dozijn liedjes toch een coherent geheel. Het spelplezier spat eraf, zelfs bij ingetogen, haast weemoedige nummers zoals de titelsong, en ‘Geluk’. (Bart Steenhaut in De Morgen)

Aardige Jongens is grotendeels een overtreffende trap van wat onze noorderburen aardig noemen. "Ik val niet/Ik slaap niet/Ik stop niet" echoën de heren in het (nogmaals) onvolprijsbare "Glazen Hart". Het is hun verdomd geraden. Hoe gemakkelijk en verleidelijk is het dan ook niet om in de slotzin (die er na deze aankomt) een uitdrukking met "drie koningen" te gebruiken. Maar ten eerste: laten we toch niet overdrijven; en ten tweede: waarom een cliché gebruiken voor een plaat die halsstarrig alle clichés probeert te mijden. (Philippe Nuyts voor Goddeau)

25. Santogold – Santogold

Elk jaar hoort komt er ook wel een stuiterbal tussen mijn favoriete platen terecht (of hoe heet zo’n doorschijnend rubberen ding, dat botst in alle richtingen, met van die kleurtjes in het midden?). Dit jaar was die rol weggelegd voor Santogold. Iets te schel en too much treble naar de smaak van mijn oren, maar geen ander wist de combinatie boos/booming zo te incarneren als Santogold.

The touchstone for her tough rhyming and sultry singing is the U.K.’s 2 Tone movement, which mixed punk, ska and dub into a post-racial pop idyll. But like M.I.A. and Erykah Badu, Santogold ultimately sounds like her own damn movement. (Will Hermes in Rolling Stone)

Santi White used to work in A&R, which gives her put-downs on debut single “Creator” a professional air: “Sit tight I know what you are/ Mad bright but you ain’t no star.” As Santogold, White is putting her knowledge of star quality into practical effect. At its best, her album’s cross-genre confidence is dazzling, combining dub, new wave, and hip-hop to create some of the year’s freshest pop. At its worst, it feels annoyingly overthought. (Tom Ewing voor Pitchfork)

Of course not everyone thinks that Santogold is so miraculously sent from heaven. Some say she’s a watered-down derivative of her friend MIA, an artist whose production team has a lot of overlap with the crew that worked on Santogold’s album. And while the confrontation, teasing, reggae influence and electronic experimentalism that characterize MIA are here, I have to disagree. The two artists are far from interchangeable … Santogold on the other hand is less confrontation and more content. Her statements are more deliberate and specific and utimately much more profound. (Alexis Pauline Gumbs voor Popmatters)

‘Santogold’ heeft ons over de hele lijn gepákt, en daarmee bedoelen we niet ‘achterlangs door een schele en seropositieve bosneger’ maar wel: enigszins hardhandig bij het nekvel. Weergaloos orgasme! (kv in Humo)

Santogold belichaamt het geluid van vandaag. Volledig op maat gemaakt, is dit schijfje hipper dan comazuipen, man bags, iPhones en tektonic-dansen samen. Catch the buzz! De keerzijde van de medaille wil dat de plaat een eigen persoonlijkheid mist. Talent moet zich immers kunnen ontwikkelen. We hopen dat Santogold de kans krijgt om te laten horen waar ze echt voor staat alvorens er een nieuwe “future of music” gesignaleerd wordt. (Mattias Baertsoen in Goddeau)

24. De Jeugd van Tegenwoordig – De Machine

Laat op het jaar, dus vers in het geheugen. Maar met singles als "Hollereer" en "Dat vind je leuk hè" bewijzen ze dat rèp nog steeds dope is. Of was ‘t nu d0pe?

De conclusie is vrij eenvoudig: De Jeugd heeft een uitmuntend werkje afgeleverd. De mensen die nog steeds menen dat de groep een eendagsvlieg is, zullen zich achter de oren moeten krabben. Het trio vermaakt en vernieuwt, wat ervoor zorgt dat De Machine een van de spannendste hiphopreleases van 2008 is. (Thomas Heerma van Voss voor Kindamuzik)

23. Bloc Party – Intimacy

Samen met "Dear Science" van TV on The Radio is dit een cd waar ik wat gewrongen mee zit. Ik zie de grootheid, maar het is niet volledig spek naar mijn bek.

Like The Streets, Hot Chip and, dare we say, Coldplay, Bloc Party are a UK talent that continue to push the envelope stretching you simultaneously to points of ecstasy, the Hot Chip-esque Signs, and to points of agony, the please-make-it-stop Ion Square. Lyrically it treads a similar tightrope, faring a lot better than the crimes of AWITC, but not without its schoolboy blunders. ”At your funeral, I was so upset, so upset, so upset”, bleats Okereke on Signs. Skilfully put. With huge attention to detail, Intimacy is a beautiful enigma, and, given its early delivery, a cracking surprise. (Tom Young voor BBC Music)

If anything, the fresh sound cannily obscures the fact that Okereke repeats himself. ‘Ion Square’ is basically ‘I Still Remember’ all over again, but with machines. But once the dust settles, Intimacy may be recognised as a classic Bloc Party record, one that has comprehensively outgunned their last. (Kitty Empire voor The Guardian)

After the city paranoia of their last album, with their third, Bloc Party seem determined to dance away the heartache. Drawing inspiration from the big beat of a decade ago, Intimacy begins with "Ares" , a crash of Chemical Brothers drums, and the sound of their fanbase considering a run to the hills. (Uncut)

‘Intimacy’ is uitstékend, misschien wel de beste tot nog toe van Bloc Party. En of dat iets wil zeggen! Wie via Humo’s onvolprezen Arriba! of een favoriete jongerenzender vertrouwd is met de vooruitgestuurde gitaarloze (!) single ‘Mercury’, weet dat de band het experiment niet uit de weg gaat. Maar ‘Intimacy’ is het beste van twéé werelden: die van de vernieuwingsdrang die Kele Okereke en co. opnieuw een stap voorwaarts doet zetten, én die van de directe, dansbare hoekigheid van de eerste platen (cp in Humo)

22. Camille – Music Hole

Samen met "Le Fil", haar vorige CD ontdekt. En puik bevonden. Zap Mama’s eerste, min een beetje Afrika, maar plus nog wat inventiviteit. Sterk.

Camille doesn’t seek anyone’s approval as she muses on her musical roots in Gospel With No Lord. This a cappella popstrel knows she’s got talent as she sings: ”I didn’t get it from the Lord/But I know I got it”. She even slips in a cheeky ”merci” to the listener on the silence which follows ecstatic album closer, Sanges Sweet. What a cutie.. (Sonja D’Cruzy voor BBC Music)

That very special modus operandi – the way in which Camille and her regular co-producer Majiker manipulate the human voice – inevitably draws one comparison, with Björk, and specifically her Medulla, also built from rhythmic vocals. But Camille, for my money, is the wittier artist, her timbre is more attractive and her sense of melody stronger (Caspar Llewellyn Smith voor The Observer)

Every sound other than obvious electronic beats is done by the chanteuse herself and the coherence that she manages to get amid such collusion reaffirms her immense talent. Along with collaborator Matthew Kerr, Camille rattles off sounds that most vocalists wouldn’t dare attempt in a pop frame much less any at all. (Blogcritics)

21. The Notwist – The Devil You + Me

Zoals ik eerder schreef: "Een eerste dagje voorbeluisteren van deze Notwist was een bijzonder aangenaam wederhoren met de groep. “The Devil, You + Me” is dus zeker een goeie plaat. De bezwerende stem van Markus Acher, de loops en de nu al bekende subtiele songopbouw doen absoluut nog steeds hun werk. …
Als je van “Neon Golden” hield, dan koop je deze cd met je oren dicht. Als je die nog niet kende, is dit hét moment om deze onderkoelde Duitse klasbakken te gaan ontdekken."

The Notwist grossiert op dit nieuwe album weer in aanstekelijke, melancholieke liedjes waarin ze de grote vragen niet uit de weg gaan. "Why is everything so locked up?" vraagt Markus zich vertwijfeld af in ‘Gloomy Planets’. De creativiteit van The Notwist zit in ieder geval niet achter slot of grendel, bewijst dit vitale en rijke album. (René Passet voor Kindamuzik)

The Notwist weet net als Portishead op Third een magisch evenwicht te vinden tussen dreiging en verleiding. Het levert ook hier een verslavend album op dat ongetwijfeld een van de meest memorabele van het jaar zal blijken. We hebben er zes jaar op moeten wachten en verwachtten absoluut niet dat een nieuw Notwistalbum nog essentieel zou blijken. De groep bewijst met The Devil, You + Me te behoren tot de selecte groep bands die na jaren afwezigheid relevant blijven door keer op keer hun eigen geluid te kunnen herwerken en door een extreem perfectionisme elk idee tot het uiterste te drijven. The Notwist zet zich hiermee bij in onze galerij van groten, waar Radiohead, Portishead, Tool en Damon Albarn uitermate goed gezelschap zitten te wezen. U moest al aan het luisteren zijn. (Maarten van Meer voor Goddeau)

While it’s a solid follow-up to Neon Golden, The Devil, You + Me falls short of its predecessor in that, taken as a whole, it doesn’t amount to more than the sum of its parts. (Michael Cramer voor Dusted)

De wereldwijde doorbraak met ‘Neon golden’ heeft The Notwist niet genekt. Integendeel, ‘The devil, you + me’ is een bezwerend en donker album dat zijn geheimen maar mondjesmaat prijsgeeft. Geen klakkeloos hernemen van de succesformule dus, al lijkt de eerste luisterbeurt op het ontmoeten van een oude vriend. The Notwist tekent op ‘The devil, you + me’ weer voor warme akoestische indietronics met flink wat dissonante stoorzenders en herkenbare vocals. Maar in tegenstelling tot ‘Neon golden’ zijn de songs op dit album veel minder catchy. In plaats daarvan krijg je lang uitgesponnen, repetitieve en filmische composities die je in een trance brengen. (Jan Dhaene voor Cutting Edge)

There’s no doubting it’s a very good album. The band’s best? Probably not. A successful return from a hiatus overlong? Certainly. (Drowned in Sound)

Even after a six-year siesta, the Notwist’s approach to pop music– exploiting both its formal properties and endless possibilities– is no less captivating and visionary than before. (Pitchfork)

20. Novastar – Almost Bangor

Het was fijn dat hij terug was, Joost Zweegers. En nog fijner dat hij met "Mars Needs Woman", "Tunnelvision" en "Miles" had hij bovendien een trio van zijn allerbeste songs tot nog toe bij. Jammer van het zielige drietal (Because, Bangor en Sundance) in het midden van de plaat, anders was dit top 10-materiaal.

Almost Bangor heeft wat tijd nodig om onder je huid te kruipen maar is de beste, subtielste en eerlijkste Novastar tot nu toe. (Dirk Steenhaut voor De Morgen)

Kijk, Zweegers had het zich heel wat gemakkelijker kunnen maken door zijn X&Y te maken die weer hits zou opleveren in Italië en/of andere omringende landen. In plaats daarvan komt hij middels een U-turn met de zonder twijfel sterkste Novastar-plaat tot dusver af, die jammer genoeg niet volledig het niveau van “Miles”, “All Day Long” en “Making Waves” haalt — maar kom, wie in deze contreien doet dat wel. Hopelijk moeten we niet tot het volgende schrikkeljaar wachten om te zien of de volgende plaat definitief oogst wat op Almost Bangor gezaaid is. (Philippe Nuyts voor Goddeau)

De mooie melodieën volgen elkaar op, in een opbouw volgens het boekje en vaak met een klein angeltje om te blijven boeien. Zwegers choqueert nergens en Almost Bangor is een plaat geworden die alle leeftijden kunnen smaken. En dat is ook een kunst. Vakwerk! (Liesbeth Gijsel voor Kindamuzik)

19. Nick Cave – Dig, Lazarus Dig!

Vintage Cave. Geen verrassingen. Vertrouw materiaal. Maar met elke nieuwe cd een paar parels bij voor zijn intussen ongelooflijk indrukwekkende collectie wereldsongs.

Nog opvallender dan die nauwelijks in te tomen creatiedrang is de kwaliteit van al dat werk. Op zijn vijftigste zit Cave op een artistiek hoogtepunt en ook het nieuwe Dig, Lazarus, Dig!!! zet die tendens voort. Goed: veel muzikale vernieuwing hoef je van Cave niet te verwachten. Hij heeft zijn eigen geluid, en de kans dat hij nu plots disco of nu rave gaat maken is verwaarloosbaar. De nieuwe, zijn veertiende al met The Bad Seeds, vormt zodoende de ontbrekende schakel tussen de Abattoir Blues-plaat en het debuut van Grinderman. (Bart Steenhaut in De Morgen)

Duidelijk niet een van Caves sterkere platen dus, en zeker teleurstellend in vergelijking met de voorgangers Grinderman en Abattoir Blues / The Lyre of Orpheus. Toch valt er nog genoeg te genieten op Dig, Lazarus, Dig!!!. ‘The Night of the Lotus Eaters’ bijvoorbeeld, zindert als een van de weinige tracks wel van de spanning en ‘Jesus of the Moon’ is een van Caves sterkere rustige nummers van de laatste jaren. (Martijn Ten Haar voor Kindamuzik)

18. Dido – Safe Trip Home

Stilaan de vleesgeworden koffietafel, mevrouw Dido. Maar wel een van een griezelige perfectie en geliktheid, en met een stemgeluid dat mij weet te verwarmen. Een beetje als Sade, vroeger. Iets te glad, maar wel schoon.

Dido may not push back the boundaries of music or rage against any machine, but listen closely and you’ll find she still delivers devastating blows of emotion – they just come in a gentler way. (Chris Long voor BBC Music)

But Dido’s featherweight soul has always harbored a dark side, and her third set expands her wine-bar sound with shadows. Co-producer Jon Brion adds cinematic breadth to songs about emotional crossroads: The strings-laden "Never Want to Say It’s Love" finds the singer gulping pills, and the Celtic brooder "Grafton Street," co-written with Brian Eno, recalls Peter Gabriel’s "Mercy Street." Dido’s voice is so comforting, you almost miss the blues it conceals. (Wil Hermes voor Rolling Stone)

Lots of musicians attempt to write great songs and fail spectacularly; better off are those who aim for merely pleasant ones and greatly succeed. Dido has always fallen into the second category: unassuming, low-key, and simple. Safe Trip Home, her third album in nine years, finds her at her gentle mellowest. (Chris Mincher for The Onion A.V. Club)

17. Duffy – Rockferry

Enkel en alleen al voor "Mercy" verdient Duffy haar plaats in alle "Best Of"-en van 2008. En volgend jaar Selah Sue op haar plaats!

Al die invloeden zijn geen bezwaar, want het meisje Duffy doet dat goed en drentelt met haar buigzame stem gezwind alle kanten uit: van schor naar schel, van hees naar helder. Een octaafje bijsteken? Geen probleem. Niet alle songs zijn even sterk en Butler strooit nu en dan te royaal zijn sucre glacé over de liedjes (Amerika lonkt!), maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door straffe nummers als de opener (tevens titelnummer), het slepende ‘Warwick Avenue’, de aanvankelijk knullige maar gaandeweg een onuitwisbare indruk nalatende suikerspin ‘Serious’, de single ‘Mercy’ – intussen op zowat alle radiozenders alle dagen te horen – en afsluiter ‘Distant Dreamer’. (cp in Humo)

Tuurlijk klinkt ze nog niet doorleefd genoeg. Acht jaar geleden werkte ze nog in een viswinkel in een gehucht waar je een uur met de fiets moest rijden om een verdwaalde plaat te vinden. Ze heeft in ieder geval de stem, het talent én ze is de juiste mensen tegengekomen die het als vroedvrouwen uit haar halen. En ze heeft met Rockferry een ontzettend verslavende plaat op zak die ervoor zorgt dat ons zitje achterin die Cadillac voor lange tijd de kans nog niet krijgt om koud te worden. (Philippe Nuyts voor Goddeau)

The magical aura is reinforced by bafflement: how did this shy and fluttery woman-girl, from a remote, Welsh-speaking part of the country, arrive so fully formed, channelling the sounds of far-off Memphis and decades-gone Detroit? (Craig McLean voor The Guardian)

Somewhere there’s an unofficial manual about how to create legendary soul albums. There’s advice for budding new artists on how to screw up their life a bit, get their heart broken, acquire some ‘issues’ and turn it all into music. Listening to Rockferry, it’s evident that Duffy hasn’t yet read this book; the haunting experience of hurt is tangible by its absence. However, the scholarly pursuit of her craft has resulted in an album that’s a delicious confection of elegent, bluesy soul. It’s not legendary, but it’s well over halfway there. (Sophie Hammer voor BBC Music)

16. dEUS – Vantage Point

Nog niet ver afgeweken van mijn snelrecensie: "Niet dadelijk wereldschokkend anders dan anders. Ook niet dadelijk een wereldsong gehoord, maar die laten zich niet altijd bij de eerste luisterbeurt kennen, natuurlijk. Wel al een hele hoop goeie. En een zeer toegankelijk album, minder op maat van Mauro dan “Pocket Revolution". Goed dus. Maar niet goed genoeg voor wie gOD wil zijn.

‘Vantage Point’ is de eerste dEUS-plaat die werd opgenomen terwijl de groep niet langs alle kanten uit elkaar aan het spatten was – vaarwel handelsmerk, ‘t was fijn, bedankt, tot ziens – en is daardoor veel coherenter en doelgerichter dan de verzameling hits & bits van voorganger ‘Pocket Revolution’. (jub in Humo)

Het beste dat u voor Vantage Point echter kan doen, is alles wat u van dEUS kent overboord gooien en de groep opnieuw van nul leren kennen. Met intimistische parels als "The Vanishing Of Maria Schneider", de muzikale draaikolk van "Oh Your God" of de heerlijke, van een kinderkoor voorziene en zo fris als het ochtendgloren klinkende afsluiter "Popular Culture" valt op die manier een groep te (her)ontdekken die heel wat moois op zijn palmares heeft staan. (Joris Vanden Broeck voor Goddeau)

Vantage Point zal duidelijk nog veel luisterbeurten nodig hebben voor hij al zijn geheimen prijsgeeft, maar het is in ieder geval een plaat die prikkelt en intrigeert. U mag er zonder schroom voor in de buidel tasten. (Dirk Steenhaut in De Morgen)

15. Sigur Rós – með suð í eyrum við spilum endalaust

Maakte op mij een iets minder verpletterende indruk dan Aegetis Biryun, Tàkk en (), maar haalt bij momenten toch opnieuwe eenzame hoogtes, van een onwereldse schoonheid. En toonde dat Sigur Ròs ook ambiance maken kan met Gobbledigook.

Op – biertje, iemand? – ‘Með suð í eyrum við spilum endalaust’ klinkt Sigur Póp toegankelijker dan ooit, en toch hebben ze hun ziel niet aan de duivel gesleten. Ze blazen ons niet meer omver, maar ze blijven een verplichte halte op ons ontroerparcours. Wij hopen van u hetzelfde. (cv in Humo)

Með suð í eyrum við spilum endalaust (De moeilijke titel op zich is al een statement) had hun X & Y-Waterloo kunnen worden, maar het werd een bescheiden triomf: een plaat waarop Sigur Rós bewijst toegankelijk te kunnen zijn, zonder dat er iets noemenswaardig moest veranderen. Koppig zichzelf zijn bleek genoeg. (Matthieu Vansteenkiste voor Goddeau)

An English-language debut, All Alright proves as unintelligible as past forays into nonsensical Hopelandish, but Ara Batur, featuring both the London Oratory Boys’ Choir and the London Sinfonietta, is Sigur Rós’ most satisfying epic yet – commercial, credible and glistening with glacial cool. (Betty Clark in The Guardian)

Instead, Með suð promisingly announces itself as a sunny, happy, easily digestible record before relapsing into old school, heavy-bloat, high-calorie Sigur Rós. Ultimately, there are too many wonderful moments here to deem it anything less than a beautiful record, but armchair producers might find themselves similarly wishing for less fat. How do you say "less is more" in Hopelandic? I worry we’ll never know. (Mark Pytlik voor Pitchfork)

(Jazeker, dat is Björk daar rechts op het podium)

14. TV on the Radio – Dear Science

Sterk songmateriaal. Een zanger die dichter zo dicht in de microfoon kruipt dat er rubber aan zijn lippen kleeft. Een knappe productie en sound. En toch heb ik het nog moeilijk om wildenthousiast te worden van TV on the Radio. Respèc, dat wel natuurlijk.

‘De gitaar begon ons te vervelen.’ Aldus David Andrew Sitek tegen uw dienaar over de opvallende aanwezigheid van synthklanken op ‘Dear Science’. Niet dat het een affaire vol jiggy beats is geworden, maar ‘Dear Science’ laat wel een zwoeler, dansbaarder TV on the Radio horen dan voorganger ‘Return to Cookie Mountain’. (kv in Humo)

Niemand twijfelde er aan dat TV On The Radio opnieuw een prachtplaat uitbrengen zou. Dat het album initieel heel anders klinkt, kan voor een zekere verwarring zorgen en een aanvankelijke teleurstelling. Wie evenwel bereid is om een beetje moeite te doen, hoort hoezeer TV On The Radio er opnieuw in geslaagd is zichzelf trouw te blijven en toch anders te klinken. De kleuren zijn al drie platen lang hetzelfde, alleen weet de groep telkens met andere tinten te werken. (Jurgen Boel voor Goddeau)

New York’s TV On the Radio used to make difficult music that was easier to admire than to like. However, their fourth album seems to answer the conundrum of how to make experimental music popular. Career-defining stuff. (Dave Simpson voor The Guardian)

Where previously the band’s love of the experimental could yield moments of magnificence, there was a sense that they were stymied by their own cleverness. Dear Science marks that exciting place where innovation meets the needs of the three-minute pop song. (The Independent)

13. Ladyhawke – Ladyhawke

Poppier dan dit hoeft voor mij niet. En dit is er bij momenten zelfs lichtjes over, over de aanvaardbaarheidsgrens qua plat popgehalte. Maar wel een leuke cd.

Ladyhawke’s louche synthetic pop is brazenly Bananarama, ridiculously ‘Rio’, and wonderfully Waterman, but the lack of posing – her sheer scruffiness – makes it the first credible ’80s pop record since ABC’s ‘The Lexicon Of Love’. (Mark Beaumont in NME)

Ladyhawke is an accessible but immensely rewarding listen, and while some of this singer’s influences may be middle of the road, her album isn’t even on the road. It’s storming across the desert on a nice red motorbike. (Peter Robinson voor The Observer)

Ladyhawke is de nom de plume van de Nieuw-Zeelandse Pip Brown, en valt in geen geval te verwarren met de harige indierockers van Ladyhawk. Gooi haar ook niet op één hoop met Annie, Robyn of Lykke Li: qua talent zet ze de rest van het vrouwenpeloton nummer na nummer een lange neus. (fvd in Humo)

Such unwitting independence from pretension and abundant self-consciousness is Ladyhawke’s star quality, and should rightfully make her the next great indie hit. Indeed, she is the musical embodiment of Ally Sheedy’s character in the Breakfast Club – a shy outsider and creative misfit who reveals quirks that enthrall the mainstream. (Elvissia Williams voor BBC Music)

12. Lykke Li – Youth Novel

Zweedse pop. Soms iets te slap, maar: erg charmant. Ze heeft mij dus bij mijn pietje. Maar zou ze a.u.b. wel het toilet nu willen ontruimen (zie video hieronder), ‘t is dringend.

And for once, all the praise form the bloggers and music scribes is completely warranted. Exuding the kind of ambition and open defiance of convention that could only come from an artist just barely out of her teens, Youth Novels, while not without its share of bumps, is an extraordinary first album. (Adrien Begrand on Popmatters)

Geen idee of Li Lykke Timotej Lachrisson (roepnaam: Lykke Li) echt jarenlang uitsluitend naar ‘The Immaculate Collection’ van Madonna heeft geluisterd (naar verluidt was het de enige cd die ze mee had toen haar ouders van Zweden naar Portugal verhuisden – ze hebben er vijf jaar gewoond) maar de dertien songs op haar debuut ‘Youth Novels’ gaan wél zoals die van Madge over banale, maar daarom niet minder belangrijke meisjesbesognes: liefde, seks en nooit ingeloste verlangens. Kortom, mocht u willen weten what it feels like for a girl, dan bent u hier aan het juiste adres. (kt in Humo)

11. Hot Chip – Made In The Dark

Iets te wispelturig "for its own good", maar bijna altijd opwindend, en met "Ready for the Floor" als indrukwekkend hoogtepunt.

Even when they’re ready to rumble, though, Hot Chip show off the sort of emotion and elation we’ve rarely seen since the glory days of New Order, and that’s high praise indeed. (Louis Pattison on Amazon)

But of all of their many virtues, focus isn’t one, and instead they took them all. A string of self-conscious interruptions, perfect pop moments, show-offy sonics, and inscrutable non-sequiturs, the lovable but flawed Made in the Dark has moments that come off as almost gluttonous– and that’s even by Hot Chip’s standards. And while the majority of the material here ranges somewhere between inoffensive and fantastic, momentarily obnoxious misfires … underscore why "all of the above" is not a tenable long-term formula for the band: That level of consumption can’t stay charming forever. (Mark Pytlyk for Pitchfork)

It’s a shame Hot Chip could only manage four great club smashes, four so-so album tracks and five dull chill-out tunes. Perhaps work out what sort of album you really want to make next time, lads. (Lou Thomas for BBC Music)

Dark is clever, sexy dance music that rewards repeated listening—the more you hear it, the more you can’t live without it. The record gets bonus points for “Ready For The Floor,” one of the best songs of the year in any genre. (Paste)

10. Jóhann Jóhannsson – Fordlandia

Het meest rustgevend stuk muziek van het jaar. Filmisch, maar nooit saai. Er steekt ook een heel verhaal achter: fôrdlandia gaat over een experiment met rubberplantage in de Braziliaanse jungle. Maar ook als het ging over een de loszittende tegel in de badkamer van Johann Johannson zou ik het nog mooi gevonden hebben.

Hoewel zijn muziek zelden of nooit op de radio wordt gedraaid, is de IJslandse Jóhann Jóhannsson er zonder veel media-aandacht in geslaagd een groot publiek voor zich te winnen. Net als Sigur Rós ontgint hij het gebied tussen pop en klassiek, wint emotionele diepgang het van technisch vernuft en haalt de muziek het van de taal. Met Fordlandia heeft Jóhannsson een waar meesterwerk afgeleverd. (BS in De Morgen)

De man drapeert zijn traag ontluikende composities nog steeds met melodieën als thermische dekens die voor een gestadige blos op de wangen zorgen. Ook de koude elektronische details vormen opnieuw het schuim op de zacht aanzwellende golven van strijkers en ook het meesterlijke evenwicht tussen lang uitgesponnen composities en melodieminiatuurtjes is de IJslander niet uit het oog verloren. Al deze ingrediënten maken van ‘Fordlandia’ een ijspaleis met een gloeiende kern dat menig bevoren hart zal ontdooien. (Steven Vervaet bij Digg)

This album might be a Fordlândia-style failure in terms of realising its concept, but its musical stasis provides a most extraordinarily tranquil sense of pleasure, supremely calming without being in any way bland. (Martin Longley voor BBC Music)

9. The Last Shadow Puppets – The Age Of The Understatement

Wie vier songs als "The age of the understatement", "Standing next to me", "My Mistakes were made For You" en "I don’t Like You Anymore" op één plaat weet te verstoppen, verdient een plaats in de top 10.

The Age of the Understatement, dat hij maakte samen met Miles Kane, frontman van de opkomende band The Rascals, is een theatraal en meeslepend popalbum, waarmee hij nogmaals benadrukt één van de grootste Britse talenten van deze eeuw te zijn. (Rob van Leeuwen bij KindaMuzik)

Beide songsmeden beweren vandaag dat ze The Age of the Understatement "enkel voor de grap" maakten. Het kan je eigenlijk alleen maar doen watertanden bij de gedachte hoe briljant The Last Shadow Puppets zullen klinken als ze hun werk ooit serieus opvatten. (in De Morgen)

8. Fleet Foxes – Ragged Wood

Mijn enthousiasme voor de Fleet Foxes is op het moment van schrijven een beetje op de terugweg. Normale levenscyclus van een plaat. Maar haalt dus ondanks de luistermoeheid toch nog moeiteloos de top 10. Such is the beauty of "White Winter Hymnal" and the "Tiger Mountain Peasant Song".

Een van de groepen die zonder twijfel hun stempel op dit muzikale jaar zullen drukken, is Fleet Foxes. Het vijftal uit Seattle zorgde in de Rotonde van de Botanique op de valreep voor een hoogtepunt in het voorbije concertseizoen. De titelloze debuut-cd van de heren is al even briljant. (Dirk Steenhaut in De Morgen)

Ook op songgebied lost Fleet Foxes de verwachtingen in: ‘White Winter Hymnal’ is op zich al bijna voldoende reden tot aankoop, maar Fleet Foxes stapelt de argumenten snel op: ‘Tiger Mountain Peasant Song’ is in zijn herfstige eenvoud een werk van pure melancholie en het bijna episch te noemen ‘Ragged Wood’ blijft ondanks de vele plotwendingen natuurlijk en spontaan klinken. De Amerikanen houden dit hoge niveau schijnbaar moeiteloos aan doorheen het hele album. (Erik De Dijn bij Kwadatuur)

7. Alela Diane – The Pirate’s Gospel

Is eigenlijk al van 2007 (en nog eigenlijker al van 2006, maar toen was ze hier nog niet te krijgen), maar deze stak pas dit jaar in mijn favoriete tracks. Als je mp3′s zou kunnen grijsdraaien, dan waren de songs van deze plaat voorzekers zo grijs als grijs kan zijn. En er perfect tegen bestand.

Maar het is vooral de stem van prille twintiger Diane die deze plaat zo bijzonder maakt. Haar zang heeft iets van het rode velours aan de binnenkant van halfvergane platenkoffers: ouderwets warm en intrigerend tegelijk. Je kan niet anders dan luisteren naar dat volle stemgeluid, en daardoor is de héle ‘The Pirate’s Gospel’ uitzitten misschien een iets te intense luisterervaring voor oren die geconditioneerd zijn door Alela’s collega’s van de fezelende folkbrigade. (hs in Humo)

Een nieuwe Amerikaanse vogel heeft de oceaan na een lange reis overgestoken en heeft een van de sterkste folkdebuten van de laatste jaren meegebracht. Alela Diane heeft de charme en de stem om zo groot te worden als haar stadsgenote Joanna Newsom, en is nu al de nieuwe lievelinge van onze weird folk-liefhebbers. Now let us sing the pirate’s gospel! (Digg)

6. MGMT – Oracular Spectacular

Wegens iets te vaak gehoord is ook dit album al een beetje op de terugweg. Maar tijdloze tracks als "Time to Pretend" en "Electric Feel" en al hun jeugdige branie zijn voorlopig niet kapot te krijgen.

Maar uiteindelijk is muziek vaak ook een manier om te vluchten uit het verantwoordelijkheidsgevoel, om even die soms grauwe dagelijkse werkelijkheid te ontstijgen. En dat is nou net wat Oracular Spectacular met je doet; even die tijdelijke transitie naar de verheffende extase van een parallel universum. Dit is de muziek van de toekomst, jongens. Dit is zó 2008. (Niels Steeghs voor Kindamuzik)

Mocht de Apocalyps zich ooit echt voltrekken dan is Oracular Spectacular de soundtrack die wij erbij willen horen (net als All Hour Cymbals van Yeasayer trouwens). Wacht echter niet tot het zover is en haal dit spectaculaire schijfje nog liever vandaag dan morgen in huis. (Lander Deweer bij Goddeau)

Of je ze nu graag hoort of niet, je kan niet ontkennen dat MGMT een verademing is tussen de vele herkauwende bands die vandaag aan de top staan. Ook dit duo put uit het verleden – meerbepaald de jaren zestig en zeventig – maar in tegenstelling tot de meeste bands weten zij wél creatief om te springen met hun invloeden. Psychedelica is in jaren niet meer zo relevant uitgevoerd geweest en zo krijgen we eindelijk nog eens muziek te horen die het opgewonden gevoel teweegbrengt van iets dat zich afzet tegen het gangbare, iets dat zelfzeker zijn eigen weg gaat. (Laura Van Eeckhout voor Digg)

In such, it’s hard to try and find a nugget of truth at Oracular Spectacular’s core; a message kept behind MGMT’s glittering, stylized façade. But, listening to their pastiche of pastiches —their pastiching of pastichers— perhaps it’s pointless to try and seek meaning. MGMT are but a pair of poseurs pirouetting through a musical hall of mirrors (Anthony Carew voor About.com)

5. Ane Brun – Changing Of The Seasons

Het openingstrio songs “The treehouse song”, “The Fall” en “The Puzzle” is van het fijnste dat ik van 2008 op muzikaal gebied ga onthouden. Zo warm, zo zacht, zo teer, zo lief. Ane Brun, ge kunt mij krijgen. Of toch de 10€ voor deze en uw volgende platen.

‘Changing of the seasons’ is een luisteralbum waarvan een mens niet spontaan een feestje gaat bouwen, maar dat wel beroert met gevoelige, sterk gearrangeerde nummers. Noem het een winteralbum, al wordt het ons af en toe iets té fris. (Julie van Oost voor Cutting Edge)

Toch is dit geen deprimerende plaat, wel een door en door melancholische. Langzaam kruipt ze onder je huid en algauw kun je geen avond meer zonder. Ane Brun doet op Changing of the Seasons wat een goede film ook kan: je laten meeleven, meevoelen, ja zelfs meehuilen met het hoofdpersonage, en vervolgens zorgen voor troost…. Changing of the Seasons is een plaat als een warme, innige omhelzing. Laat de winter nog maar even duren. (Ief Stuyvaert voor Goddeau)

Even when she’s being relatively straightforward, as on the essentially pop “Ten Seconds”, Brun’s quivering voice brings a new, thrilling perspective. And the Scandinavian lilt, only occasionally allowed to come to the fore, gives her songs that flavour of foreignness that is still (despite our inundation by Swedish popmusic) somewhat refreshing. And now on her third full-length album, Brun’s songwriting is assured, her arrangements—from simple acoustic guitar to piano waltzes—neat and confluent. (Dan Raper voor Popmatters)

4. The Ting Tings – We Started Nothing

Ook hier (zoals bij MGMT) een verre van perfect album. Maar wel eentje dat van start gaat met zo ongeveer de vijf leukste songs die er dit jaar te horen waren. That’s not my name, Great DJ, Fruit Machine, Shut Up And Let Me Go en Traffic Light, op een keurig rijtje. Meer mag het, maar moet dat niet zijn.

They call me hell! They call me Stacey! They call me her! They call me Jane! That’s not my name!" Onze kop eraf als u uw stembanden nog niet schor hebt zitten brullen met deze weinig diepgaande slogantaal. De tekstflard komt namelijk uit één van dé hits van dit voorjaar, "That’s Not My Name" door The Ting Tings. Het recept is even simpel als geniaal: heldere, opzwepende drums hier, een flinke scheut elektronica daar, en vooral een door de pittige Katie gerapt refrein dat zo fel in het hoofd blijft zitten dat je er na enige tijd wel moet van gaan houden. Een dikke hit, heet zoiets. "That’s Not My Name" is bovendien niet de enige song van dergelijk kaliber op We Started Nothing, het langspeeldebuut van dit zwierige tweetal. (Lander Deweer voor Goddeau)

There comes a moment when even the most ardent cynic realises its time to sneak out of their jaded prison and gatecrash a party. And this summer, as a nation throws off its shackles of pessimism to the sounds of this debut, it’ll happen to you too. Licking their wounds after trial-by-record-label with former outfit, Dear Eskimo, the Salford duo stared into the roiling canyon of resentment – and decided to go drinking instead. The result is the delirious joy-gasm known as We Started Nothing, and the soundtrack to what can only be described as a Ting Tings moment. (Sophie Hammer voor BBC music)

In het naar de primaire pop van de Tom Tom Club lonkende ‘That’s Not My Name’ eist Katie White op speelse wijze haar identiteit op. Ook ‘Great DJ’ en het kattige ‘Fruit Machine’ drijven op die combinatie van onweerstaanbare Flintstones-ritmes en catchy popmelodietjes. Die drie singles zijn meteen de beste van ‘We Started Nothing’. Valt de rest van dit debuut dan tegen? Welnee, de kauwgomballenfunk van ‘Shut Up And Let Me Go’ is ideaal voor de ochtendgymnastiek, de cheerleaderchant ‘Keep Your Head’ brengt de synthpop van de subversieve nineties-meidengroep Shampoo in herinnering (zijn wij altijd heel blij mee), en de flinterdunne ballad ‘Traffic Light’ zorgt voor een welkome adempauze tussen al dat kattenkwaad. (kv in Humo)

Furthermore, you end up wondering about the Ting Tings longevi-ee. On the evidence of We Started Nothing, they could theoretically be Blondie, who also had a photogenic frontwoman, understood that a certain lack of depth was no barrier to making fantastic pop singles, but had a tendency to follow up said fantastic pop singles with faintly underwhelming albums. Or they could be the Knack – That’s Not My Name also recalls their solitary 1979 hit My Sharona. It’s hard to tell from a debut album that’s all over bar the shouting after 11 admittedly wonderful minutes. (Alex Petridis in The Guardian)

3. Elbow – The Seldom Seen Kid

Da’s al de vierde steengoede plaat van Elbow, en dit keer met de bonus van een wereldwijde erkenning. Eindelijk. Ik ken mensen die Guy Garvey een zaag vinden. Zij dwalen. Hij is een zingende zaag, en een hele schone, ontroerende en goeie.

Componisten schreven vroeger symfonieën die eenvoudigweg genummerd werden. De Tweede, Derde en nu ook Vierde van Elbow passen perfect in dat rijtje. Alweer een klassieker. (Ief Stuyvaert voor Goddeau)

Nee, deze zelden geziene gast moet wel ruim de tijd krijgen om je te omarmen. Enkele jaren geleden werden ze nog beschouwd als de volgende Coldplay. Nu staan ze hun mannetje door te blijven focusen op datgene waar ze goed in zijn: het groots maken van kleine liedjes. (Niels Steeghs voor Kindamuzik)

Het Britse gezelschap Elbow belichaamt de creativiteit en de inventiviteit van hun thuishaven Manchester. Het vijftal rond zanger Guy Garvey maakt geen hapklare muziek, maar de heren zijn meesters van het tweede gezicht. Ook hun vierde cd is bestand tegen ontelbaar veel draaibeurten. (Koen de Meester in De Morgen)

Elbow maakt het potentiële kopers niet makkelijk. Wie hun nieuwe cd wil voorproeven via de luisterpaal (in een platenzaak of bijvoorbeeld op de VPRO-site), moet over enig doorzettingsvermogen beschikken: bij de eerste beluistering is openingssong ‘Starlings’ met z’n avant-gardistische gitaarintro namelijk een bijzonder taaie brok. Maar wie afhaakt, mist één van de mooiste popplaten van het jaar. … Elbows vierde is van een zelden gehoorde schoonheid. Here’s to you, kid. (cv in Humo)

Het heeft ons moeite gekost om de mindere punten van ‘The seldom seen kid’ te achterhalen. Al is het wel zo dat je moet houden van Garveys stem. Soms klinkt hij klagerig, en dat zal sommige luisteraars doen afknappen. Gelukkig is dat een subjectief gegeven en hebben wij er geen last van. Kleuren en smaken verschillen nu eenmaal, zelfs in het pretpark. En wij halen dat gelukzalige gevoel graag nog eens naar boven, met Elbow als smaakmaker. (Julie van Oost voor Cutting Edge)

2. Emiliana Torrini – Me And Armini

Geen plaat in 2008 waar ik meer verliefd op was. Emiliana maakt muziek op wolkjes. Huppelkut. In de goede zin van het woord. Of is daar geen goede zin aan te geven? Soit, ik ben er nu al zeker dat ik haar en Armini vele jaren langer dan het huidige zal meedragen.

Sometimes love is like a bomb exploding: sudden and dramatic, it leaves you reeling. But sometimes it creeps up as stealthily as spring, slowly warming your bones. These are the loves that tend to last, and Me And Armini is one of them. (Jaime Gill voor BBC Music)

“Some people think that I’m heading for a meltdown,” she sings on the reggae-influenced title track (and obvious single). In places, the album feels a little too cute. “Big Jumps,” for instance, is affixed with a “Walk On The Wild Side” do-do-do outro. But it’s usually in good spirits and plenty likeable—witness the playful, onomatopoeic refrain of “Jungle Drum.” There is most certainly a parallel universe in which Emilana Torrini is the Next Big Thing. (Paste Magazine)

Laten we er maar geen doekjes om winden: de nieuwe cd van Emiliana Torrini is — net als de chanteuse zelve — van een ongekende schoonheid. … Wie een song als "Jungle Drum" kan schrijven, durft opnemen en aan de wereld presenteren, verdient een vermelding in de "Encyclopedia Romantica" (en een standbeeld). Nooit eerder werd doldwaze verliefdheid zo roenkoenkoen aanstekelijk op muziek gezet als in deze ondubbelzinnige ode aan de blinde onnozelheid die zich dan van je meester maakt: "Hey, read my lips / ’cause all they say is kiss kiss kiss". Waren we minister van onderwijs, we maakten het vandaag nog verplichte leerstof voor elke 16- tot 80-jarige! (Ief Stuyvaert voor Goddeau)

Haar stemtimbre doet bijwijlen aan dat van Björk denken, net als de lichtjes gelispelde ‘s’, wat een IJslands accent verraadt. Bijvoorbeeld in het zweverige ‘Birds’ en in ‘Heard It All Before’. Maar stel u bij de muziek van Torrini niet de ijle, etherische acrobatieën van dame Björk voor, noch de confectie-dancepop van Kylie. Torrini is geëvolueerd naar doorwrochte maar toegankelijke neo-folkrock. Die de ene keer ingehouden en sober is (of ronduit donker, zoals in het bittere ‘Ha Ha’, waar ze sarcastisch aan toevoegt: ‘Hear me laughing?’) maar dan weer uitgelaten. (cp in Humo)

1. Bon Iver – For Emma, Forever Ago

Maar de songs die het diepst in de ziel kerfden waren dit jaar van Bon Iver. Vond en vind ik: "een bevreemdend mooie plaat. “For Emma, forever ago”, is namelijk tijdloos. Singer-songwriter for sure (denk Bonnie Prince Billy, Iron&Wine, een stem die idd. wat aansluit bij TV on the Radio), maar met impact (denk Elliot Smith, of Jeff Buckley). Een eenzame plaat. Triest maar niet suicidaal.". Ik hoorde niks mooiers, dit jaar.

As the year has gone on more people have spread the word about Bon Iver. Deserted farmland has been replaced by television studios and large crowds. But the music is powerful enough to cope with this change, sounding richer and more profound each time it is performed. For Emma, Forever Ago is a real work of inspiration and a totally unexpected one at that. (Paul McInnes voor The Guardian)

Wat For Emma, Forever Ago echter helemaal tot een absolute must maakt, is de wijze waarop Vernon zijn stem opnamespoor na opnamespoor opstapelt tot er wonderbaarlijke, haast hymnische harmonieën ontstaan. Bovendien zingt hij zijn pijn van zich af zoals een soulzanger dat zou doen: stilletjes hopend dat in schoonheid de ware verlossing schuilt. Een kruising van Will Oldham en Otis Redding? Jullie hadden het al begrepen, beste Ploppertjes: dit moeten jullie gehoord hebben. (Kurt Blondeel in De Morgen)

For Emma, though only nine tracks long, is as beautiful, bleak and intimate as anything 2008 is likely to throw up. (Observer Music Monthly)

Vernon’s voice–delicately layered and yearning–gives standouts ‘Skinny Love’ and ‘Flume’ their stunningly direct emotional impact, but his sturdy folk cords, earthy melodies, and plainspoken, pastoral lyrics prevent the album from descending into self-pity. (Spin)

Vernon’s music is stripped-down, uniformly quiet, and confessional, his clipped, cracked, Will Oldham-inspired lyrics not evidence of cabin delirium, but the work of an artist warmed by a creative glow that only pure isolation (read: freedom) can fully render. (Stylus)

For you there’s only one thing left to do: purchase this record and elevate Vernon to the unlikely status of recording star at a level his talents so obviously deserve. This album is simply wondrous. (Drowned in Sound)



Alles bij alles geen verpletterend muzikaal jaar, geen grand cuvée, helaas. Maar kwaliteit drijft boven, en die was er dus toch meer dan voldoende om het voor mij boeiend te houden.
Voilà, en dan ga ik nu andermans lijstjes eens wat napluizen, om te ontdekken wat ik nog gemist had dit jaar…

  • http://www.elsvaneeckhaut.be Els

    Super! Je bent de reddende engel van mensen die het om één of andere reden niet zo goed gevolgd hebben! Comme moi!

  • http://blogonious.skynetblogs.be koen

    met alela diane heb je me herinnerd aan een plaat die ik (steeds weer vergeet maar) me dringend moet aanschaffen. met ane brun heb je me bovendien een mooie tip gegeven. tijd om iets terug te doen. afgaande op jouw voorkeuren ga ook jij de meest over het hoofd geziene parel van 2008 zeker kunnen smaken: “krulle bol” van this is the kit. cheers!


En nu?

En, voor u het vergeet, steek zeker mijn mijn RSS in uw favoriete feedreader. Je kan je ook abonneren op updates via e-mail, facebook, twitter...