Posts met de tag « Carla Bruni»:

mrt 21 2008

Het vredesteken wordt 50, of toch niet?

Interessant leesvoor bij de BBC. Over het ontstaan van het vredesteken, niet de hand-V van Churchill, maar het cirkeltje met de streep erdoor en twee halve diagonale streepjes. Ter illustratie: het vredesteken op een wel erg zonnige dag uitgebeeld op een strand:

Naked for peace

<Terzijde> Bemerk op de voorgrond de schaamteloos naakt poserende Franse president Nicolas Sarkozy. Carla Bruni – van wie we dat meer gewoon zijn – ligt er ook in haar blootje bij, wat naar links. De fatso tussen hen in – zonnebril, hoedje, valse snor en baardje verhinderen uiteraard niet dat we hier duidelijk Bart de Wever in herkennen – wilde namelijk niet meer rechtstaan. Rechts van Sarkozy heeft de alomtegenwoordige Axl Peleman (altijd al in geweest voor naaktlopen – zie Ashbury Faith) zich neergevleid. </terzijde>.

Blijkt dus dat het symbool in 1958 werd ontworpen in opdracht van de Britse anti-nucleaire beweging, en staat voor de letters N en D – Nuclear Disarmament – in semafoor-taal (de vlagsymbolen die gebruikt worden om vliegtuigen rond te taxiën op de tarmac). Het vredesteken werd door Gerald Holtom in het voorjaar van 1958 gelanceerd voor de eerste Britse Paasmars van het Londense Trafalgar Square naar het Onderzoekscentrum voor Atoomwapens in Aldermaston. Het werd een tocht die vier dagen duurde en 10.000 deelnemers telde.

Gerald Holtom, a designer and former World War II conscientious objector from West London, persuaded DAC that their aims would have greater impact if they were conveyed in a visual image. The “Ban the Bomb” symbol was born. He considered using a Christian cross motif but, instead, settled on using letters from the semaphore – or flag-signalling – alphabet, super-imposing N (uclear) on D (isarmament) and placing them within a circle symbolising Earth. The sign was quickly adopted by CND. Holtom later explained that the design was “to mean a human being in despair” with arms outstretched downwards.

Via enkele opvallende acties werd het symbool ook elders opgemerkt, opgepikt door de Amerikaanse anti-Vietnam beweging en de hippies, en vandaar via Hollywood tot universeel herkenbaar symbool voor de vrede.

In enkele commentaren op het artikel wordt er al op gealludeerd: het symbool is niet zonder discussie geweest. Allerhande theorieën beweren dat met het symbool niet enkel een vredesboodschap, maar ook een verborgen betekenis wordt meegedragen: het zou een heidens nazi-symbool zijn (dood-rune), het zou een communistisch symbool zijn (kruis van Nero, omgekeerd kruis spot met Jezus’ dood, verwijst naar de omgekeerde kruisiging van Petrus), of een satanistische boodschap uitdragen (er is de bokkepoot van de duivel in te herkennen)

“This, of course, led some people to condemn it as a communist sign,” says Mr Kolsbun. “There has always been a lot of misconception and disinformation about it.” As the sign became a badge of the burgeoning hippie movement of the late 1960s, the hippies’ critics scornfully compared it to a chicken footprint, and drew parallels with the runic letter indicating death. In 1970, the conservative John Birch Society published pamphlets likening the sign to a Satanic symbol of an upside-down, “broken” cross.

Het runeteken voor Dood (terug te vinden op SS-graven) is inderdaad terug te vinden in het vredesteken. Op die manier zou het teken dus eigenlijk “dood op aarde” betekenen. En was had men het symbool beter omgekeerd: dan was het “leven voor de aarde” geweest.


dec 18 2007

Carla Bruni – Nicholas Sarkozy. A-i A-y

Be warned: hoog Privé-, Dag Allemaal-, Story-, roddelblad-gehalte verderop. En ook wel een beetje Menzo-, Ché-, Maxim-mannekesblad-toestanden. Alweeral.

Grote opschudding in Frankrijk. Vergeten zijn de treinstakingen, de brandende banlieues, de ijzige mistral of de wijnsector in moeilijkheden: monsieur le président Nicholas Sarkozy is er immers naar Disneyland Parijs geweest met een nieuwe vlam, twee maanden na het op de klippen lopen van zijn droomhuwelijk met Cécilia. De reden van de opschudding: ’t is met Carla Bruni begod!

Carla Bruni, het Italiaanse gewezen maar nog steeds bloedmooie topmodel dat aan een tweede – even verleidelijke – carrière begon met haar singer-songwriter luisterliedjes op de uitstekende cd’s “Quelqu’un m’a dit” en “No Promises”. Vriendin van de poëzie. Godin op stelten…

Carla Bruni - No promises

Carla Bruni Tedeschi. Even oud als ik (zij van december 1968, ik van augustus), rijk van bij haar geboorte (papa was bandenfabrikant). Van die benen waar geen eind aan komt, enorme voeten, supermodellentietjes, sluik haar, een blik verleidelijkheid, onbeschaamd, de sensueelste mond van het westelijk halfrond, liefde voor haar gitaar, een stem om in weg te smelten. Mannen verslinden, haar hobby. Ze zegt knip en ze kan er vijftig krijgen. En ze weet het. En ze geniet ervan. What a woman!

Sarko vertelt hoe hij haar aan de haak heeft geslagen:

Nicolas, mijnen beste, ik hoop dat ge weet waaraan ge begint!
Zoals de fransen zeggen: “Carla n’a pas encore soufflé ses quarante bougies et pourtant, elle a un tableau de chasse digne d’une Don Juane!
Hier is een lijstje van de vorige – meer of minder bekende – gelukkigen:

  • Arno Klarsfeld
  • Mick Jagger
  • Eric Clapton
  • Donald Trump
  • Vincent Perez
  • Charles Berling
  • Kevin Costner
  • Giovanni Malagò
  • Raphaël Enthoven (filosofieprofessor met wie ze getrouwd is geweest, en een dochtertje mee heeft/had: Aurélie uit 2001)
  • Laurent Fabius (Sarko is dus zeker niet de eerste politicus)
  • Louis Bertignac
  • Jean-Jacques Goldman
  • Pierre Benichou
  • Christopher Thompson
  • Léo Scarax

En ze beweert zelf dat ze het niet louter met bekende mannen doet…

Of zoals ze zelf zeg in haar chanson “j’en connais”:

J’en connais des qui charment,
Des qui me laissent femme,
J’en connais qui me pâment…
J’en connais des jolis,
Des qui roulent comme des filles,
Des qui me piquent mes bodys…

J’en connais tant tellement ça me prend tout mon temps,
Et même ma maman qui m’adore tendrement,
Elle me dit : “C’est pas bien, ce n’est pas bon tout ce rien,
Reprends ton droit chemin…”

J’en connais des superbes,
Des bien-mûrs, des acerbes,
Des velus, des imberbes,
J’en connais des sublimes,
Des mendiants, des richissimes,
Des que la vie abîme…

J’en connais même tellement ça me prend trop de temps,
Et ma pauvre maman se dit en soupirant,
“Qu’ais-je fait pour cela ? Est-ce de ma faute à moi,
Si ma fille est comme ça ?” (x2)

J’en connais dans chaque port,
Dans chaque Sud, dans chaque Nord,
J’en connais sans efforts,
J’en connais qui vont dire,
Que je suis bonne à maudire,
Et moi ça me fait sourire…


dec 11 2007

On the Death of French culture

France is up in arms, as Time published an issue with the provocative title “The Death of French Culture”.
A discussion summarized in 5 links:

  • The article by author Don Morrison that caused all the fuzz: “… nobody takes culture more seriously than the French. They subsidize it generously; they cosset it with quotas and tax breaks. French media give it vast amounts of airtime and column inches. Even fashion magazines carry serious book reviews, and the Nov. 5 announcement of the Prix Goncourt — one of more than 900 French literary prizes — was front-page news across the country. … There is one problem. All of these mighty oaks being felled in France’s cultural forest make barely a sound in the wider world. Once admired for the dominating excellence of its writers, artists and musicians, France today is a wilting power in the global cultural marketplace.
  • Reply in The Independent by John Lichfield: “… This is one of the old, cyclical, favourites of foreign journalists, like the prevalence of dog-shit on the streets of Paris and the decline of French love-making. I wrote something similar on the collapse of French creativity when I first went to Paris 11 years ago. I was wrong, but not wholly wrong, then. Time is wrong, but not wholly wrong, now. If there is any news to report, it is the revival of French artistic creativity in many areas, ranging from architecture and pop to classical music and film. … You can argue backwards and forwards whether the subsidies are well used. The fact remains that France – unlike Italy, or Germany, or Britain – still has a cinema industry which is capable of making French thrillers, French comic films or French romances. They may be good or bad or indifferent but they are, at least, French. The British movie industry, by comparison, is largely a branch office of Hollywood.
  • Reply on the blog “Click Opera” by Imomus: “… One major problem with Time’s analysis of the French cultural scene is that it confuses “relevance” with “recognition in America”. Calling this a French problem is like telling the world it mumbles when you’re deaf. … If Time wants commercial culture, France has it. A store like Colette managed to redefine what a store could be — and there’s still nothing like it in New York. A magazine like Purple changed the face of fashion coverage forever. Time calls France “a nation whose long quest for glory has honed a fine appreciation for the art of borrowing”. If anything, the reality is the other way round: Paris is the lab, New York just copies, and sooner or later Madonna calls in a Frenchman to revive her flagging career.
  • Philosopher-writer Bernard-Henri Lévy replies in The Guardian “.The question, it seems to me, is not really whether this Time article is correct in its severe judgment on the state of French culture. My opinion is that it probably is correct, and that in fact many artists from my country are a bit provincial, a little stagnant, unbearably narcissistic and inward-looking. It is not bad to see this denounced. … the more I think about it, seems less and less a survey of France and more and more a savage reflection of the state of American culture itself. Because what really strikes one is the nervousness of the tone. It is this desire to prove too much which inevitably, as Nietzsche said, exhausts truth. It is the whiff of anxiety and, perhaps, of anguish, which emerges from this article.
  • Ancient member of the Académie Française Maurice Druon replies “.Et voilà ! Ça recommence. Tous les quatre ou cinq ans, les États-Unis sont pris d’une fièvre antifrançaise que l’un de leurs grands médias se charge de communiquer à l’univers. Assez de temps s’est écoulé depuis la crise précédente pour qu’on ait pu l’oublier. L’attaque paraît alors toute neuve. Si j’étais adolescent, je serais désespéré. Cette fois, c’est Time qui mène l’opération, ayant jugé l’affaire d’assez d’importance pour lui consacrer sa page de couverture. … Inculte Amérique ! allais-je m’écrier. Mais non. Les États-Unis comptent maints chercheurs, érudits, penseurs, créateurs qui sont du plus haut niveau. Seulement, ils n’écrivent pas dans Time.

My 5 cents: Le fabuleux destin d’Amélie Poulain, Air, Les Rita Mitsouko, 37°2 le Matin, Jane Birkin, Charlotte Gainsbourg, Carla Bruni, Michel Houellebecq, Daft Punk, Marjane Satrapi (Persepolis)… I have no trouble whatsoever of making a strong top 10 of french cultural icons which have moved /excited me in the last year. Not bad for a culture in decline… I even think I would have more trouble putting together an American top 10 with the equal effect (Hollywood not quite my cup of tea, and American, English, Irish, Australian: hard to know the difference sometimes). At least the French have an idendity, not swamped by Anglo-saxon culture yet.