Posts met de tag « Genk»:

Jun 22 2015

Op C-mine Expeditie

Google eens “C-mine expeditie”. 9 van de 10 resultaten kauwt het zinnetje uit de brochure na: “C-mine expeditie, een uniek belevingsparcours in ondergrondse mijngangen.” Geen woord van gelogen dan ook. Misschien wel wat overdreven.

C-Mine. Want daar is het. Of toch, zo heet het daar tegenwoordig: serieuze verbetering ten opzichte van “De mijn van Winterslag”.
Expeditie. Want dat is het. Niet zozeer in de zin van “een (wetenschappelijke) ontdekkings- of onderzoeksreis die vaak naar vreemde en afgelegen gebieden leidt en daardoor vaak gebonden is aan behoorlijke inspanningen en beperkingen“, eerder in de zin van “Wandeling van een kleine kilometer met veel stops en 4 trappen”.
Uniek. Want dat is het. Zoals elke plek op aarde uniek is. En zandkorrel. Voor de rest is het een aardige tentoonstelling met interactieve elementen in een mooi industrieel gebouw.
Belevingsparcours. Absoluut. Alle zintuigen komen aan bod. Zicht: check (er zijn filmpjes in mooi geconstrueerde kijkkasten, en een ferme periscoop die je toelaat ook terug in de tijd te kijken). Tast: check (excuses, mevrouw). Gehoor: check (er is een knappe machinekamer waarin de geluiden uit de mijn loeihard tot u komen na het draaien aan knoppen, hendels en andere bedieningspaneeltoestanden). Smaak: check (de expeditie is met veel zin voor goeie smaak opgebouwd). Reuk: uncheck (maar er schijnt tot vorig jaar een geurinstallatie te hebben gestaan. Nu staat er op die plaats de Mine Duster, een wasinstallatie die vast “uniek” is: je kan er een foto nemen waarop je bekleed met kolenstof opstaat – redelijk uniek voor een “expeditie” waar geen kool, laat staan kolenstofdeeltje te zien was, en dan nog nàdat je je in de wasinstallatie gewassen hebt).
In ondergrondse mijngangen. Absoluut. Want ook -1 is ondergronds, toch? En een gang in een mijn is een mijngang, wat het woordenboek ook moge beweren over “tunnel uitgehouwen in de grond etc.”

C-mine

Dat soort verwachtingen maakt de C-mine expeditie dus niet helemaal waar. Maar “een slim geconstrueerde wandeling door een wat gangen in de ex-mijn van Winterslag“, dat is het wel.

Zeker een aanrader met kinderen is zoals wij de “Cyriel de Krekel” expeditie doen. De kinderen krijgen dan een zeer leuk gemaakt boekje en een gordel met gereedschappen en moeten op een aantal plaatsen in de wandeling aan de slag om tips bij elkaar te sprokkelen. Die tips leiden dan naar de plaats waar ze Cyriel kunnen vinden. (Extra tip, voor de wat luiere kinderen: alle tips staan ook gewoon op de bladzijde voor die waar ze moeten gaan zoeken). Na afloop kunnen ze nog een Cyriel de krekel medaille persen (wel een slimme manier om die gordels terug te krijgen, dat). De kinderen waren dus zeker content, al was er ook wat teleurstelling omdat ze niet de indruk hadden echt ondergronds of “in” de mijn te zijn geweest.

C-Mine expeditie.

Er wordt – zo zagen wij vanop de liftblok – ondertussen op het middenplein een doolhof in elkaar gelast. Dat lijkt ook wel iets leuks te worden. Zolang ze het maar niet in de markt gaan zetten als het “C-Mine Labyrint, een uniek wandelparcours in waanzinnige spelonken“.


Mei 2 2012

O O Genk

Was ik vorige week nog bereid lang en hard te lachen met de “citymarketing” van Genk, was ik gisteren toch weer gecharmeerd.

Vorige week, dat was het stadsmagazine. Dat stonk.

Genk(s stadsmagazine) stinkt

Ook vorige week, een grootse lipdub, 1000 deelnemers en een regie van Dominique Deruddere bij de opening van de binnenplaats van het geweldige project C-mine. Een lipdub die helaas niet deugde (de woorden van het lied aan de deelnemers leren, enigermate synchroon met het lied meelippen, en doorgaan in 2009, het zijn maar enkele van de ingrediënten der geslaagde lipdub)

2 keer minder geslaagd, dus. Maar gisteren, de verzoening, door de 1 mei stoet. Vroeger een bloemenstoet, met 1 mei koningin en een paar fanfares. Maar tegenwoordig serieus onder handen genomen. Gerestyled (nu een plezante parade) en gerenamed (nu O-Parade, met de O van verwondering). Nog nooit zoveel volk in Genk geweten (200.000 man, blijkbaar). En het was leuk, Zinnekesparade leuk.

Een paar foto’s, de volledige set staat op Flickr:

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

O-parade, Genk

 


Dec 14 2009

I love a girl in uniform

Een bekentenis, van een vaststelling. Dat meisjes en vrouwen in uniform enkele sporten opklimmen op mijn ladder der aantrekkelijkheid.
Wallen, vetrolletjes, haaruitgroei of neus te veel, ik vergeet ze. Of vergeef ze. Een koe in een uniform wordt natuurlijk nog geen hinde, maar een knol komt wel al in de buurt.

De stewardess, de kaartjesknipster, mevrouw soldaat, de meid in het hotel, de amazone, de agente. Ik smelt.

I love a girl in a uniform (by houbi)

Is het omdat een vrouw in uniform mooi is met een functie? Haar schoonheid niet alleen voor de garnituur?
Is het een onbewust verlangen gedomineerd te worden?
Is het de conditionele training van de pornografie, waarin elk uniform gegarandeerd binnen de twee minuten wordt uitgetrokken?
Is het omdat hun vrouwelijke aantrekkelijkheid zich net toont door het contrast met de grijsheid van het uniform? In der Beschränkung zeigt zich der Meister(in).

Of is het een vreemde regressie naar mijn jeugd, waar àlle begerenswaardige meisjes rondfietsten in uniform?
Groengeruite rok, witte bloes. Op weg naar het Onzelievevrouwenlyceum.
Een gescheiden wereld van ons Sintjanberchmanscollege, aan de overkant van de straat.
Geen levensbeschouwelijke kloof gaapte er tussen onze Genkse katholieke instituten, maar een onoverbrugbare afstand niettemin.

Zij, een gracieuze groengerokte zee. Wij, een bende pukkelige pubers. Ze konden ons allemaal krijgen, maar ze dachten er niet aan.
Haast vrouw al in hun lyceumrok, en al ongenaakbaar.
Rokjesdag, de dag dat de collants thuisgelaten werden, een natte droom.

En toch, ik zag en zie ik ook het onbehagen, van de vrouw in het keurslijf. De onvrede van de kaartjesknipster met haar rode hoedje. De goesting van de hotelmeid om gewoon in trainingspak de gang te komen dweilen. De jarenlange dégoût die mijn zus kweekte tegen alles wat zelfs maar naar groen zweemde. Ik voel hun pijn. Ik vind hem mooi.


Feb 15 2009

Elektronicakerkhof

Bij een zondags bezoekje aan mijn ouderlijk huis in Genk werd ik er door mijn vader op gewezen dat er nog “een beetje oude rommel” van mij op zolder stond. En of ik eens kon zeggen wat daarvan weg mocht, en wat ik wilde houden.
Een beetje” bleek een eufemisme, “oude rommel” al evenzeer. Een kerkhof van afgedankte elektronica, bleek ik achtergelaten te hebben. Het stond er netjes uitgestald op het QuickStep-laminaat. Een waardeloos design-museum van halfvergaan bruingoed.

Electronicakerkhof

Een kabelmodem (1), een telefoonmodem (1), video-recorders (2), een elektrische type-machine (1), een laptop (1), luidsprekers (4), cassette-recorders (3), platendraaiers (3), versterkers (2), printers (2), een walkman (woot!), mijn kot-televisietoestel (een erfstuk van m’n oma), wekker-radio’s (2) en nog een stuk of 20 lege dozen.

Sommige dingen nog werkend, maar het meeste met hier of daar een klein mankementje. Wellicht wel te herstellen door iemand met wat kennis van circuits en zekeringen, maar geen van allen het geld van zo’n reparatie nog waard. Een versterker en een platenspeler heb ik gered. De rest is ondertussen zijn bestaan roemloos geëindigd op een Genks containerpark.

Confronterend.
Van het geld dat in de apparaten ooit gekropen is (die laptop bijvoorbeeld, die koste toen voor al zijn 640Kb. intern geheugen en Harde Schijf van 40 Mb. ook al meer dan 1.000€), dat het nu niet meer waard is.
Van vergankelijkheid. En wat het zegt over de apparaten en gadgets die we nu hip en must-have vinden (nieuws: Sony heeft er net eentje uit, dat ge niet wilt missen)

Nu, een paar dingen zijn hun geld ook wel waard geweest. Die typemachine bijvoorbeeld, daar heb ik nog ooit een hete vervelende zomer lang “Onder de Vulkaan” van Malcolm Lowry uit het Engels mee vertaald. Don’t ask. Of die platenspelers, die hebben hun werk gedaan. Dat cassette-recordertje van Philips, daar is de halve collectie van de platen-uitleen-afdeling van de Genkse bibliotheek ooit mee opgenomen (in de dagen dat hometaping nog volop aan killing music deed). De soundtrack van mijn jeugd, de dingen waar je later altijd het meest lyrisch over wordt, heeft erop gespeeld.
Die modem heeft ooit zwaar moeten moduleren en demoduleren, in al z’n 28.8 Kb/seconde glorie (herinner u dit geluid, of prijs u gelukkig als u het nooit gekend heeft).

’t Is allemaal voor de pletwals. Of mag Afrika een beetje gaan vergiftigen.
Sic transeat gadgethifigloria mundi.


Mrt 6 2008

Een jeugd in plaatsen (2): een eerste huis

Vervolg van de serie waarin ik terugkijk op de bakstenen die van betekenis zijn geweest in mijn leven, gezien vanuit een Virtual Earth-vliegtuig.

Drie dagen na mijn geboorte werd ik meegevoerd vanuit het Sint-Jans-Ziekenhuis naar een erg tijdelijke eerste plaats waar ik mocht wonen: Gildelaan, op de plaats waar momenteel de Jaarbeurslaan (Limburghal en zo) en de Weg naar Hasselt samenkomen. In een Volkswagen kever. Een witte.

Gildelaan

In een van die lugubere appartementen (1ste verdieping, maar ik weet niet precies van welk gebouw) heb ik een maand of 4 van mijn bestaan gesleten. De eerste maanden, dus je zou verwachten dat die een diepe indruk zouden nalaten. Maar nee. Niks, niks, niks, weet ik daar nog van.

We schrijven 1968. Augustus. The Summer of love! Overal hippies, vrije liefde, Woodstock en rockmuziek. Maar wellicht op dat moment nog niet in Genk, of toch niet in mijn baby-bestaan.

Waren daar: mijn mama (Madeleine, werkte in een bank, maar stopte na mijn komst met werken), mijn papa (Romain, werkte toen nog even in het Belgisch Leger als beroeps-“boeffer”, of was misschien al net begonnen bij Ford). En mijn zus, Hilde, die op dat moment al 5 was en vanaf dan haar leven grondig verstoord zag.

Ook mijn opa Matthijs moet toen nog in de buurt geweest zijn. Ik heb de man (een mijnwerker met stoflong) helaas nooit gekend, want hij is een jaar later overleden. Er zijn geen foto’s van ons samen. Maar ik heb nog op zijn schoot gezeten. Hopelijk heb ik het toen droog gehouden.


Mrt 5 2008

Een jeugd in plaatsen (1): het ziekenhuis

Zoals al enigzins aangekondigd in de post over de song chart meme, plan ik hier een reeks van blogposts over de “plaatsen” uit mijn verleden/leven.
Aanleiding voor deze reeks was deze post op belgeoblog waarin verteld wordt dat nu ook Genk beschikbaar is via de birds eye view op Virtual Earth, Microsoft’s tegenhanger van de Google Maps. En zoals Tante Annie al terecht opmerkte, deze jongen is – anders dan de subtitel van mijn blog vermeldt – in feite niet van Balegem, maar van Kolderbos, Genk.
Supergedetailleerde luchtfoto’s te zien van de plaatsen waar ik mijn broek sleet op allerlei schoolbanken, waar ik speelde, woonde, waar mijn vader werkte enz… te zien wat er nog hetzelfde was als vroeger, wat er ondertussen al veranderd is… het gaf een lichte shock, moet ik bekennen.
Vandaar deze reeks – die ongetwijfeld even wordt boeiend als mijn leven zelf al geweest is (not). Ego-posten met een achteruitkijkspiegel. En als ik later beroemd en dood zal zijn, weten jullie alvast waar de gedenkplaatjes moeten opgehangen 😉

Deel 1 van deze reeks kan uiteraard niet om op de plaats heen waar het voor mij allemaal begon: de plaats waar ik geboren ben. En dat was hier:

Sint-Jansziekenhuis, Genk

Het Sint-Jans-Ziekenhuis, Weg naar As in Genk. In een van die kamertjes in het grote gebouw centraal rechts moet het gebeurd zijn. Cameraploegen van VT4 noch VTM, van “Het Leven zoals het Is” noch van Vitaya, amateurfilmers noch fotografen waren aanwezig.
Anders dan Oscar uit De Blikken Trommel, was ik me in die eerste minuten van mijn leven niet bewust van wat er rond me heen gebeurde. Ik weet niet of het pijn deed, of het er warm was, wie de gynaecoloog was, zelfs niet wie er op bezoek is gekomen. Vergeef me.

Ik weet zelfs niet meer dat ik op dezelfde plaats een jaar of twee later nog eens terug ben geweest, om een ingeslikte punaise (duimspijker voor onze Nederlandse medemensen) uit mijn slokdarm te laten verwijderen. Het was geen lekkere punaise, zeker?

Ik weet nog een beetje van het wee gevoel dat ik had toen ik later op dezelfde plaats nog eens terug moest gaan om mijn amandelen te laten trekken. Eenzaamheid. Schreeuwende kinderen. Tekeningen aan de muur.

En nog meer slechte herinneringen toen ik rond de leeftijd van 8 jaar een kleine operatie aan mijn lulletje moest laten doen (voorhuid vastgegroeid aan het eikeltje, naar ’t schijnt komt het meer voor dan je denkt). Met de onderbuik bloot op de operatietafel, met een lieve verpleegster die met watjes en doekjes aan uw gevalletje aan het wrijven ging, en dat alles lang voor erotische gedachten aan dergelijke situatie ook maar in u op zouden komen. Trauma. Wel veel cadeau’s, een spannend boek, en gelukkig toen nog geen cliniclowns in zicht.

Het Sint-Jansziekenhuis ging op die plaats later dicht. Er kwam een kunstschool. Het hospitaal kwam terecht in de bossen van Kattevennen, en heet nu ZOL (Ziekenhuis Oost-Limburg). Daar kwam ikzelf gelukkig nooit te liggen, wel natuurlijk al op bezoek gemoeten bij zieke moeders, vaders, oma’s, nonkels …

Sint-Jansziekenhuis Genk

Onderaan op een gedraaid beeld van het oude ziekenhuis zie je “Herfstvreugde”: het bejaardetehuis waar mijn lieve oma kwam te liggen nadat ze dement werd. Tot ze niks meer wist. En er stierf, onwetend over wat was of wat zou komen. Veel vreugde was er in die herfst niet meer te vinden.

Geboorte en dood: weeral bewezen dat het dicht bij elkaar ligt. “Birth, School, Work, Death” zongen de ziedende Godfathers al, en uiteraard is dat ook the story of my life:

Volgende aflevering: de papschool.


Dec 11 2007

Stadsplein Genk-centrum: G-plek?

Tijdens ons veertiendaags bezoekje aan mijn ouders in Kolderbos (een wijkje op een kilometer van Genk-Centrum) kwam ik eergisteren op het onzalige gedacht eens rond te gaan kijken in het vernieuwde deel van het Centrum van Genk. Want dat ze daar serieus aan het verbouwen zijn, dat wist ik al lang. En dat ze nu al een stuk geopend hadden, was ook al tot in Balegem doorgedrongen. Allen daarheen dus? Bof…

Wat is de bedoeling

De plannen waren ambitieus. Midden in Genk-centrum lag er immers een knoert van een plein: het Sint-Martinusplein, zo groot dat het misschien beter Sint-MartinusPlateau had geheten. Lichtjes megalomaan, zoals de rest van Genk (altijd verwikkeld in een race met aartsconcurrent Hasselt voor de “grootste dit” of de “grootste dat”). Een plein waar je altijd je auto gratis kwijt kon, een plein waar Racing Genk waardig kampioen kon vieren. Een betonvlakte, met vrij spel voor de wind tussen de blokkendozen van het station, het stadhuis, Shopping 3 en de GB.

Waarom steken we de auto’s niet eens onder de grond, dan kunnen we ook dat plein nog vol met nieuwe blokkendozen steken?“, moet er iemand op een bepaald moment gedacht hebben (een projectonwikkelaar met een onverwerkt verleden in legoblokken of een mislukte deelname aan de quiz van Ben Crabb wellicht). De oorspronkelijke plannen (van 1998) werden na een volksraadpleging later (in 2002) ingeperkt (iets minder dozen, iets meer ruimte tussen de dozen), maar gingen toch van start (in 2005). Met de bedoeling klaar te zijn in najaar 2007 (nu dus), maar daar zit ondertussen nog een jaartje vertraging op. Een nieuwe bibliotheek, winkels, appartementen. Op maquette:

En het resultaat?

We maakten een wandelingetje van het Marktplein (Yuck! De kiosk op het marktplein met de nieuwe blokkendozen erachter is een hopeloos chaotische zicht. De huisjes rond de markt liggen er bij alsof ze zo snel mogelijk gesloopt willen worden om ook als blokkendoos omhoog te mogen),
van daar naar de nieuwe gebouwen (zowat de helft van het winkelcomplex is al geopend, maar maakt nu nog een doodse indruk. De grote kleppers – H&M, Zara, C&A – moeten nog komen. Hopelijk blijven ze dan ook. De wind fluit er nu om de hoeken in plaats van over het plein. Volgestapeld. We waren niet de enigen die erdoor liepen en ons afvroegen “Wa s mich da hei?” (wat is me dat hier). Denk: het Zuid in Gent, zonder mensen. Denk: een van die Duitse Ruhr-steden – in de oorlog platgebombardeerd en later heropgebouwd ter meerdere eer en glorie van de middenstand. Rijk van beton. Zielloos),
dan terug door Shopping 3 (wat is daar nog de aantrekkingskracht van?),
naar Shopping 2 (overal te huur, te koop)
en dan naar Shopping 1 (ook verouderd, maar wel nog steeds de gezelligste van de 3. Ten minste warm, en met wat leven in de Quick, Lunch Garden en de koffiebars),
tot aan het park (hebben ze die vijver nu nog vergroot of wat? Was precies vroeger veel mooier met hoekjes en kantjes, nu lijkt het n grote watervlakte).
En dan weer terug. Snel weer naar de warmte en gezelligheid van het “ouderlijk nest”.

Een uurtje of twee, met klein mannen in de rugzak en dapper stappend, en een oponthoud aan de paardjesmolen in het Shoppingcenter.

Plaatsen waar ik m’n jeugd heb gesleten. En die nu aanvoelen als een oude broek waar je nog eens probeert in te wringen. Ongemakkelijk, kil, koud. Nog een beetje vertrouwd maar toch niet meer wat je dacht dat het was.

Tenslotte

Niet mis te begrijpen: Genk heeft een pak troeven! Genk is Bokrijk n Kattevennen, Genk is “De Maten” en hei, Genk is Winterslag, Waterschei n Zwartberg, Genk is KRC en een groot stuk van het geroemde Limburg fietsroutenetwerk, een scholenstad, Ford n een kanaalhaven, groen en uitgestrekt, een industrieel kloppend centrum van Limburg.
Een verzameling van 10 centrumkes die allemaal wat te klein zijn om echt iets uit te stralen. De Stalenstraat, de Dieplaan, Shopping 1, 2 en 3, Kolderbos (waar ik vandaan kom), Bret, Gelieren…
En alle inspanningen ten spijt, het lijkt me niet dadelijk dat dit de komende jaren gaat veranderen. Het centrum wordt groter, groeit in bewoning, zwelt op. Maar de sfeer blijft weg. De shopping centra maken al een afgeleefde indruk, niet leeg maar wel verkrampt kijkend naar het succes van winkelstad Hasselt of de Maasmechelen “Village”.

Misschien, misschien, als over een jaar alles piekfijn gaat afgewerkt zijn, de auto’s verdreven, de bomen gegroeid, het leven teruggekeerd, het zonnetje schijnt, misschien kan dan dit hele project dan opnieuw een beetje elan geven aan Genk-Centrum. Positief alleszins dat er genvesteerd wordt.

De slogan waar ze het “nieuwe centrum” mee willen promoten is “Genk, de G-plek”. G zou daarbij staan “voor gezelligheid en genieten”. Als het maar niet de G van “goed geprobeerd” en n “grote geeuw” gaat worden. De G-plek die G-spot werd, of zoiets …


Sep 19 2007

Kruipertje

kruipertje

Ongeïdentificeerd kruipend voorwerp. (zie update onderaan deze blogpost)

Ik weet niet wat het al gegeten heeft of nog van plan was op te gaan eten in de tuin, maar positief is alleszins zijn keuze van kleuren.
Rood en Zwart, dat blijven voor mij immers de kleuren van KFC Winterslag, de club waarvoor ik supporterde in de lagere school (1974-1980), net voor ze hun glorietijd beleefden met de memorabele Europese campagne.
Rood en zwart, dat was het tegengestelde van geel en zwart, het verfoeide Thor Waterschei, een bende jeanetten die niet konden voetballen. Met een rood-zwarte dan wel een geel-zwarte sjaal naar school gaan was in Genk een noodzakelijke en existentiële keuze, en de aanleiding voor heel wat vechtpartijen op de speelplaats. Waar is den tijd?

An Unidentified Creeping Object (UCO) in my garden. Don’t know what it has eaten or will eat, but certainly positive is his choice of colours (black & red, just as my favourite – longtime forgotten – club KFC Winterslag).

update 28 september: thanks to Bart of Eigenwijze tuin, the little critter has been identified as a “Graphasoma lineatum”, dutch name “pyamawants“, english name “Stripes shield bug“. Apparently it is a member of the “Stinky bug” family, and although this member of that family smells of apples and is thus the least foul smelling of the lot, birds still won’t get anywhere near it …