Posts met de tag « knotwilgen»:

okt 7 2007

Knotwilgen in spe

knotwilgen in spe

De schapen hebben in hun wei gezelschap gekregen van 3 takken. Bedoeling is dat dat ooit knotwilgen worden.

De geplante takken zijn wel iets kleiner dan mag voor een nieuwe knotwilg: aangeraden wordt een tak van ongeveer 8 centimeter doormeter en 2,5 meter lengte van een gezonde wilg te zagen, en ongeveer tot aan het grondwaterniveau in de grond te steken.
Die van mij zijn weliswaar van ongeveer de juiste lengte, maar zeker niet dik genoeg. Ze zijn afkomstig van de schietwilg achteraan rechts op de foto, maar de takken van de juiste afmetingen zaten hier allemaal op 10 meter hoogte, en zo’n hoge ladder heb ik (nog) niet.
Ik zal dus nog wat meer geduld moeten hebben dan je voor een knotwilg sowieso al nodig hebt.

Het vormen van een knotboom is niet zo moeilijk: volgende twee jaren de zijscheuten die er (hopelijk) gaan aankomen afknippen. Dan de kroon wat uitdunnen en vanaf het derde jaar op twee meter hoogte de kroon af beginnen te snijden. Dat afsnijden aan de kroon moet je dan verder elke 3 tot 6 jaar herhalen (anders worden de takken te zwaar en kunnen de wilg in twee scheuren). Positief is wel weer dat een knotwilg zo gemakkelijk een een jaar of zestig kan worden, dus zelfs als ik de eeuw haal zal ik er nog altijd van kunnen genieten.

Knotbomen (zoals wilg, es of andere snelgroeiende soorten) waren vroeger economisch van grote waarde: de scheuten werden voor alles en nog wat gebruikt: van huizenbouw tot mandenvlechtwerk, klompen of waterwerken, het werd allemaal gemaakt van deze zogenaamde wilgentenen (de afgezaagde scheuten). Nu is hun waarde eerder landschappelijk (zo’n wilgenrij langs een beekje, ’t is typisch des Lage Landen) en ecologisch (een knotwilg is een paradijsje voor uilen, vleermuizen, varens, insecten en andere vogels).

Mijn eigen redenen om ze te zetten:
– ik vind knotters mooi, in al hun lompigheid
– ik hoop dat er zo nog meer vogels tot bij het huis zullen komen, omdat er een “corridor” van knotwilgen tussen het bos en het huis ontstaat
– fijne aanmaakhoutjes voor de haard
– omdat ze ontzettend veel drinken, wordt de wei in de natte periodes hopelijk wat minder drassig…