Posts met de tag « ploetervader»:

jun 14 2009

Mijn vader

Vaders. In theorie geweldig. In praktijk met een paar serieuze constructiefouten. Eentje in het bijzonder, valt moeilijk te negeren. Ze gaan dood.

Mijn Vader, Toon TellegenIk ben Jozef. “Mijn vader” gaat over… inderdaad, over mijn vader. Mijn vader is de slimste, sterkste, mooiste en vooral grootste man van de wereld. Hij kan àlles! In mijn boekje vertel ik je wat mijn vader zo allemaal kan, en wat hij doet.

Zo schrijft Toon Tellegen, in zijn magische boekje “Mijn vader”.

Een geweldig boek, over een geweldige vader en hoe hij helpt de angst te bezweren:

Onder mijn bed lag een boef. Net als het zeer ernstig dreigt mis te lopen met deze gevaarlijke boef en Jozef alleen nog maar een gesmoord ‘help’ kan uitbrengen stormt vader naar binnen en slingert de boef met een hand het raam uit.
‘Zie je hoe ik hem wegslinger?’ vroeg mijn vader.
‘Ja,’ zei ik.
‘Laag over de grond. Zo moet je boeven wegslingeren. Nooit recht omhoog. Zal je dat onthouden?’

Maar ook hier duikt de constructiefout op:

Mijn vader gaat niet dood. Nooit.
Hij heeft dat besloten.
Mijn vader kan alles besluiten wat hij maar wil.
Als mijn vader bijna dood zou gaan, zou hij opstaan en met zijn armen zwaaien en roepen: “Geen sprake van!” of “Verboden toegang!” zoals bij een wegversperring.
Misschien is de dood wel een onzichtbaar iemand.
Maar als hij iemand is – onzichtbaar of niet – en hij zou bij mijn vader komen, dan zou mijn vader hem optillen en over zijn schouder leggen, als een zak cement. Al weegt hij duizend kilo. En dan zou hij hem over een muurtje gooien, achter in onze tuin. Dan zou hij tussen twee kapotte stoelen en een verroeste fiets terechtkomen.
En als de dood voor mij zou komen, dan zou mijn vader net zo doen.
‘Komt u voor Jozef?’
‘Ja.’
‘Geen sprake van.’
‘Hoho, wacht even…’
‘Nee, niks wacht even…’ en de dood lag al over zijn rug, vloog al over dat muurtje.
Of hij het voor andere mensen ook zou doen, dat weet ik niet. Voor mijn moeder wel.
Wij gaan dus niet dood.
Dat kan niet.’

Mijn vader leeft. Al een stuk in de zeventig. En met de bibber.
En ik – een man in het midden, ploetervader in de generatie tussen de grootvader en het kleinkind – leef ook.
En Daantje, die nog vaderdag viert in één richting, hij leeft. Hij vooral.
Maar altijd sluimert die vreselijke gedachte in de achtergrond.
“Nog”.


mrt 27 2008

[Wijvenweek]: Huishouden

Aw. Deelname aan Wijvenweek als andersgeslachtige is niet geheel zonder risico’s. Zo word ik hier in mijn eigen comments nu al een “tof wijf” genoemd. Swellegant!

De opdracht voor vandaag luidt: “het huishouden”.
Cool. Daar kan ik kort over zijn.

Want het huishouden, dat is zowat het saaiste dat er bestaat op deze monotone aardkloot. Saaier dan een grap van Geert Hoste over prins Filip, herhaald door Raf Coppens het jaar nadien, en dan naverteld door Nigel Willams in Volt. Zo saai.
Of wacht. Er is nog n ding saaier: schrijven over je huishouden.
Of wacht. Er is ng een ding saaier dan dat: lezen van andermans schrijfsels over het huishouden.

Huishouden, da’s – in my humble opinion – iets voor huishoudsters (m/v).
En een huishoudster, dat kunnen wij – twee werkende universitairen op universitair niveau – ons niet veroorloven.
Wij werken immers allebei vrijwillig en goed verdeeld slechts 3 dagen op 7. Omdat we kinderen geproduceerd hebben, die wij graag zouden zien opgroeien in plaats van er over te leren in een heen- en weerschriftje van de onthaalmoeder of het oudercontact in de school.
Voor ons dus geen strijkwinkels, poetsvrouwen of thuisbezorgde boodschappen. Wij hebben gekozen voor het halftijdse ploetermoederschap, en het halftijds ploetervaderschap.
Met een huishouden dat we tussen het kindergewoel ternauwernood rechthouden. Achter de feiten aan. Opkuisend waar het te gortig wordt. Opruimend waar er levensgevaar dreigt. Opplooiend waar de stapels het plafond dreigen te bereiken.
Huishouden met tegenzin, want het houdt ons af van een huis uitbouwen. Het houdt ons uit de tuin, vijver en bos die er in onze dromen al in alle groene glorie staan. Het houdt ons van onze “boven” in hout, gyproc en verf te maken tot iets dat lijkt op het plan. Het houdt ons af van het speeltuig dat we willen maken, van onze sauna af te werken, van onze keuken te verven, onze badkamer te vernieuwen, van te spelen, te shoppen, te niksen, te slapen…
Huishouden heeft dus meer gemeen met “hell” dan de beginletter alleen.

Valt er ondertussen iets te leren uit de post van de andere “wijven” over hun huishouden? Welzeker:
1a. Blogster Smiley vraagt zich af hoe haar vrouwelijke medeblogsters het in hemelsnaam doen: de tijd vinden om te bloggen.
1b. Zowat alle vrouwelijke blogsters bekennen vandaag ootmoedig dat ze een huishouden van Jan Steen hebben: chaos alom, slordigheid troef, vuile vloeren, stof overal, ruzie over vuilbakken, etensresten, geen zin in koken, een strijk van weken. Zij die niet klagen, komen ermee klaar dankzij zoemende hulpstukken … Pijnlijk leesvoer.
1 en 1 = 2. Madammen die bloggen zijn dus slecht in ’t huishouden. Niet toevallig, maar OMDAT ze bloggen.
Levensles: wil je dat je was gedaan is, de strijk aan de kant, de kattebak verschoond, de kindjes proper, de vaat spic en span, de badkamer blinkend, de sokken in paartjes … check dan eerst of ze geen blog heeft, voor je afspreekt.