Posts met de tag « Vorst nationaal»:

nov 16 2008

Hoe was Sigur Ròs, vanavond?

Omdat ik vanavond naar Sigur Ròs ga, in het Vorst Nationaal, wilde ik wel eens wilde weten of het goed gaat zijn. Daarom hier alvast de bespreking:

Het voorprogramma:
Zal gedaan worden door For a Minor Reflection. Een groepke dat voor deze tour nog nooit voor meer dan 50 man had gespeeld. En elke minuut van de tijd die het gegeven werd waard zal gaan blijken. Volledig instrumentaal, maar toch heel gevarieerd en met verduiveld goed opgebouwde stukken. Regelmatig snoeihard, en een echte ontdekking.

Sigur Ròs dan:
Eenmaal Sigur Ròs echter het podium op zal geklommen zijn, zal het verschil tussen iets van waarde en pure schoonheid snel duidelijk worden. Kippenvel vanaf de eerste minuut.
Een trip die je langzaam mee gaat voeren, als was je onderaan een zweefvliegtuig gebonden over het IJslandse maanlandschap aan het glijden. Filmisch. Repetitief als een metronoom. Maar door de accenten en de glijdende stem van Jón Þór Birgisson altijd hoger en hoger in een spiraal van emotie. Van etherische verstilling tot gillende wanhoop, van naakte uitbundigheid tot fijn gelukkig.
Muziek voor kathedralen. Van straks.

De setlist:
Die zou ik u volontieri neerpennen, maar ik weet niet hoe ge van die Hopelandische/IJslandse letters maakt. Alleen jammer dat Ara Batur, het hoogtepunt van hun jongste cd, niet gespeeld gaat gaan worden.

En ook:
Een groep die tamelijk statisch op het podium staat, wordt natuurlijk best geholpen door sterke visuals. Via verschillende projectoren, een regengordijn (thank God dat wij niet op de eerste rij zullen zijn gaan staan), twee halfdoorzichtbare schermen (voor en achter de groep) en een aantal zwevende bollen vanachter, zal de lichtshow perfect bij de muziek passen.
Het geluid zal niet fenomenaal zijn (het was in Vorst per slot van rekening), maar een kniesoor die zich daaraan zal storen.

De bissen:
Het laatste nummer van voor de bisronde – een verschroeiende versie van Gobbledigook, met de mannen van For a Minor Reflection die terug het podium op klimmen, elk met een drum – overtreffen, zal niet meer gaan. Drie songs spelen ze nog. En dan komen ze nog een stuk of twee keer terug om te groeten. Het publiek recht op de banken.

Kortom. Dit zal goed gaan zijn, vanavond, meer dan goed. Een ongelooflijk intens optreden. Van het schoonste dat ik al gezien zal gezien hebben. Kippenvel van voor naar achter en terug. Een meeslepende trip. Vorst zal even een parochiezaal op een Ijslandse ruigte worden. En wij de kindjes van Heima, die ademloos toe zullen kijken.

Heima

—-

En nu maar hopen dat ik morgen kan bevestigen dat het dit was. En nog meer. Dat mijn droom van een droom van een concert geen utopie was, maar echt. Great expectations.

Met dank aan alle Fransen die de voorbije dagen een concertbespreking van Sigur Ròs neerpenden. En Smintjens.

—-

Update. Na het concert.

Het klopt wel ongeveer wat ik schreef. Te horen aan de reacties nadien zal het zelfs voor veel mensen helemaal kloppen. Min een scherm vooraan. Min het regengordijn. En met maar 2 ipv 3 bisnummers.
Maar voor mij, helaas, ook min de adjectieven.
Want: The bunker ate my concert!
Ik heb er na vanavond zelfs 3 vijanden bij:
– de klankman die de piano van Kjartan Sveinsson regelde. Jeez. (En perfecte klank in Vorst is wel degelijk mogelijk, zelf gehoord bij Portishead eerder dit jaar. Dit was een soep).
– de twee Antwerpenaren achter ons. Ga dan op café, mannen.
Kortom. Colour me not very impressed. Het kippenvel bleef uit. Helaas.


mei 10 2008

Portishead in Vorst

Korte versie (getwitterd vlak na het concert):

Portishead in Vorst vanavond was impressionant. Warm, niet als een fleece, maar als zo’n mohair dekentje, dat af en toe een beetje steekt

Iets langere versie (2 dagen na datum):

Op 17 februari schreef ik alhier:

Als ik van n nieuws wel helemaal warm en zacht en week vanbinnen wordt, is het wel van de aangekondigde terugkeer in 2008 van Portishead. Een nieuw album Third (inderdaad het derde, meer dan 10 jaar na het vorige), een tour, een concert in Brussel.“.

Dat concert, dat was dus donderdagavond, en ik had kaartjes.

Ik was nochtans niet wild van “Third”, die langverwachte terugkeer. Ondanks hoge verwachtingen vond ik het geen meesterwerk, in de zin van dat dit me geen reeks songs lijkt die over 10 jaar nog erg dicht in het geheugen zullen liggen. Zeker niet slecht, maar tot op heden voor mij niet het effect zoals Humo schrijft:

“Third’ is de brute deconstructie van een geluid, een vraag als antwoord op een vraag, een rauw zelfonderzoek, makkelijker te bewonderen dan te beminnen. Pas na tig draaibeurten blijkt dat 3.650 dagen in de woestijn ook licht gebaard hebben (de ukeleleballad ‘Deep Water’, mt barbershop-koortje), en flonkerende schoonheid (‘The Rip’: vingers plukken gebroken akkoorden, Kraftwerk-arpeggio’s lossen op in de ether). Al is de kans is groot dat je dan al uitgeteld aan Gibbons’ voeten ligt: als zij je niet over het door Barrow en Utley met kraaienpoten bezaaide pad kan lokken, wie wl? Zo heeft ‘Third’ alle opgekropte verwachtingen ingelost – of nee, beter: uitgespuwd. Schuif ‘m in de cd-lader van je oude Saab, trommel een maat op en zet koers naar Parijs. Laat ‘m je hart slijpen, braden in je hersenpan, zinken in je ziel. Meesterwerk.”

Het was dus eigenlijk niet met zo hoge verwachtingen dat ik richting Vorst Nationaal trok.

Het was uitverkocht, en bloedheet. Met een voorprogramma (Kling Klang) dat zat al uit te freaken als de beesten toen we binnenkwamen. Thanks, but no thanks, en dus gingen we maar een half uurtje aanschuiven voor drank (het was dus cht wel heet daarbinnen).
Plaats gevonden op het tweede balkon, beetje ver maar liever dat dan de ganse avond staan (het was cht wel heet daarbinnen, weet u).


Picture: Anton Coene voor Wannabes (meer foto’s aldaar)

Geopend werd met “Silence”, net als op Third. Sfeer meteen gezet. Donker en broeierig. Heet, zoals de zaal dus. Maar met Beth’s stem beetje verloren in het geweld. Meteen gevolgd door Hunter, weer net als op “Third”. Flirtend met vals, maar altijd weer op zijn pootjes, en vanaf dat moment zat het concert goed. Glory box, Roads, Mysterons, Sour Times… gelukkig bleek hun nieuwe koers hun niet af te houden van het spelen van perfecte versies van die ouwe songs. Hoogtepunt was toen Beth Gibbons enkel met gitaar en bas als achtergrond een kippenvelversie neerzette van “Wandering Star”.

In De Morgen van vandaag gewaagt recensent Gunther Van Assche van “Portishead benadert perfectie in Vorst Nationaal” en geeft het concert het maximum van 5 sterren.

“Anno 2008 blijkt Portishead een overtuigende stadiongroep te zijn geworden, die met haar claustrofobische songs het bloedhete Vorst Nationaal herleidde tot een intieme club en je overdonderde met een haarscherp en even dwingend als sober lichtspektakel”.

De man van de Standaard had een geheel andere mening:

“De nieuwe songs vermijden een aantal stijlkenmerken van de vorige platen en klinken vaak harder en drukkender. ‘Machine gun’ is zo’n song die bouwt op een elektronische simulatie van snelvuurgeweer, wat hem doet opvallen in een concert en op plaat. Maar ook in Vorst leek het ons meer een gimmick dan een waardevol element. De neogotische zwart-witbeelden, de obscure verlichting en de drukkende stemming bereikten moeiteloos hun effect, maar konden niet verhelen dat de songs op Third niet zo geweldig zijn. Toen Gibbons met enkel bas en gitaar aan ‘Wandering star’ begon, bleek dat een goede melodie ook voor Portishead belangrijk is. En hetzelfde gevoel had je toen ‘Roads’ tot slot een soulvol deken over de zaal spreidde. Een sfeervol concert dus, met veel mooie momenten, maar ook een donkere sfeer. Uitgelaten werd je er niet van; Portishead liet zijn publiek wentelen in gevoelens van isolatie en uitzichtloosheid.”

Mijn mening zit daar ergens tussenin. Het was juist omdat een aantal van de nieuwe songs (Silence, Nylon Smile, The Rip) een beetje bleekjes afstaken tegen de oude klassiekers, dat die zo’n impact kregen. De verdienste van de nieuwe songs (en dan zeker “Hunter”, “Machine Gun” en “Roads”) is dan dat ze niet geheel afgingen, maar zich staande wisten te houden.
Geen perfect concert dus, maar wel bij momenten van het meest intense, bloedstollende mooie, en hartverscheurende stuk muziek dat ik al ooit op een podium zag. Portishead is (en zker was) een groep van adembenemde klasse.

Vandaar dus mijn conclusie: het was daar warm (of zei ik dat al?), warm, niet als een fleece (zacht en behaaglijk), maar als zo’n mohair dekentje met van die prikhaartjes. Af en toe stak het. En het was prachtig!