Posts met de tag « ziek»:

apr 30 2010

Afwezige collega

Ik zie een patroon.

Week 1.

Maandag (vrije dag van ouder 1): kind 1 en kind 2 op school afleveren, kind 3 bij ouder 1 thuislaten. Gaan werken. ’s Namiddags telefoon: dat kind 3 ziek is, hoge koorts ontwikkelt en morgen niet naar de crèche kan, en of ouder 2 er morgen op kan letten.
Dinsdag: ouder 2 blijft thuis om op de zieke van gisteren te letten.
Woensdag (vrije dag van ouder 2): ouder 2 krijgt geen klop uitgevoerd in en om het huis omdat hij op het zieke kind 3 + vanaf 11:30 op de schoolgaande kinderen 1 en 2 moet passen.
Donderdag (vrije dag van ouder 1): Kind 3 is er bovenop. Hoera. Probleem: ouder 2 heeft inmiddels de ziekte van kind 3 overgeërfd. Ouder 1 zorgt voor ouder 2.
Vrijdag (vrije dag van ouder 2): Ouder 2 is al wat beter (maar krijgt toch geen klop uitgevoerd in en om het huis omdat de schoolgaande kinderen 1 en 2 al vanaf 15:00 weer voor de deur staan).
Weekend: iedereen genezen! Hoera.

Week 2:

Herhaal voorgaande week. Maar dan met ouder 1 in de rol van thuisblijvende en later ziek wordende ouder 2. En bijvoorbeeld kind 2 in de rol van kind 3.

Week 3:

Iedereen genezen. Een ganse week peis en apothekervree.

Week 4:

Ga terug naar start. Herhaal week 1.

Echt niet te doen. Zelfs met de bijna optimale werkregeling die wij hebben (allebei werken we maar 60%), loopt dat hier de laatste maanden danig “in de shit”, “in de puree” en “in de jus” (al naargelang welke Mijn Restaurant deelnemer je het vraagt). De zieken lossen elkaar naadloos af, als waren het 4×400 meter lopers op een WK, en dan nog meestal op dinsdag, de enige dag dat we beiden uit werken zijn.

Zo is het jaar pas vier maanden ver, maar heb ik al vier dagen verlof moeten nemen om op dinsdagen op een of ander ziek kind te passen. En ben daarbij dan nog eens ongeveer even dikwijls zelf ziek geweest als in de voorgaande 10 jaar. Maag en darmdingen, niks ergs, maar een betrouwbare collega zijn is toch anders. Afwezig, des te meer.


apr 13 2010

Van lijden en herstel

En hoe was uw dag? Ik, ik mag niet klagen. Dit in tegenstelling tot twee van mijn huisgenoten, die daar wel recht op hebben.

Mirre herstelt van operatie

De kat. Die herstelt. En zal het verder zonder haar melkklieren moeten stellen. En zonder baarmoeder, of eierstokken.
Vorige week zagen we immers dat ze met een serieuze hangbuik rondliep. Een vriendin/dierenarts die op bezoek was, merkte dat er iets ergers dan wintervet aan de hand was: een gezwel – de grootte van een kleine appel, onderaan haar buik. Tumor op de melkklieren. Onmiddellijke operatie, en sterilisatie. Operatie vakkundig uitgevoerd door schoonbroer en -zus (ook al dierenartsen).
Nu natuurlijk een jaap van een litteken op haar buik. Lopen is pijnlijk, maar het gaat ondertussen toch al wat vlotter.

Floortje met waterpokken

En Floortje. Die lijdt. Aan waterpokken, windpokken en wijnpokken, al naargelang ge wilt. Varicella dus.
En ze heeft er last van. Maud had het twee weken geleden ook al, maar die was ervan af met een blaasje of 20 en een weekje thuisblijven. Floortje, die is er zondag mee begonnen, en staat intussen zo vol met blaasjes als een wei in Werchter in het eerste weekend van juli. Van kop tot teen dus, waarbij zelfs haar ogen en de binnenkant van haar mond niet gespaard werden. We zijn nu de derde dag, dus normaal is het nu ongeveer gedaan met nieuwe blaasjes krijgen. En intussen: arm kind.

Maar we leven dus op hoop, afijn. Op tumoren die wegblijven. En pokken die verdwijnen.


dec 9 2009

Griep Griep Groera

Als er meer plaats was geweest, dan had deze post “de symptomen van Mexicaanse griep en hun voorkomen in het gezin H. te B. op de gedoemde 8 december van het jaar des heren 2009” geheten. Een schema maakt het duidelijk:

Symptoom Voorkomen in het gezin H. te B. op de gedoemde 8 december van het jaar des heren 2009
Koorts Annemie: check (al drie dagen +39° C)
Daantje: check (zweeft sinds gisteren tegen de 40° C)
Maud: check (vandaag niet meer)
Floortje: check (alweer drie dagen in de 38°ers)
Ik: uncheck
Pijn in spieren en ledematen Annemie: check
Daantje: check
Maud: check
Floortje: geen idee
Ik: uncheck
Hoesten en niezen Annemie: check
Daantje: check
Maud: check
Floortje: check
Ik: een beetje
Loopneus Annemie: check
Daantje: check
Maud: check
Floortje: check
Ik: uncheck
Geen trek in eten Annemie: uncheck
Daantje: check
Maud: check
Floor: uncheck
Ik: uncheck
Vermoeidheid Annemie: check
Daantje: check
Maud: check
Floor: check
Ik: check (maar dat komt wel meer voor)
Hoofdpijn Annemie: check
Daantje: check
Maud: check
Floor: check
Ik: een beetje

Om maar te zeggen dat er hier een griepspook door het huis dwaalt, en het draagt wellicht een sombrero. Mijn huisgenoten vallen als vliegen.

En dat ik toch content bent dat de mortaliteitsgraad van die pandemie veel gunstiger is uitgevallen dan aanvankelijk gevreesd. Want anders was ik hier de last man standing.
En dat ik niet goed snap dat kinderen jonger dan 6 jaar en hun ouders bij inentingsrondes niet bij de priotiaire doelgroepen mogen opgenomen worden. Want ze hebben toch vroeg of laat prijs. Vraag maar aan pietel wat dat voor verschil maakt, zo’n snotneus met crèche- of schoolcontacten in uw huis rond te hebben lopen. Zelf ben ik in de vijf jaar dat ik nu vader ben ongeveer dubbel zo dikwijls ziek geweest als in de twintig jaar ervoor.

Hatsjie. Maar deze keer ontsnap ik. Hatjsie. Misschien.


nov 8 2009

39,9° le matin

Wie het weet, mag het zeggen. Want wij, en met ons de wetenschap, weet het precies niet meer zo goed.

Het probleem situeert zich ergens in Floortje. Al een week of drie snotterend en lichtverkouden, maar sinds deze week met een vreemde ziekte onder de leden. Het symptoom (want er is er eigenlijk maar één): koorts. Hoge koorts, altijd in de buurt van de 40 graden. Die niet wil wijken (Perdolan of Junifen krijgen de koorts wel tijdelijk naar normalere waarden).

En dat duurt nu al zes (6) dagen.

Twee doktersbezoeken aan de kinderdokter brachten geen uitsluitsel. Eerste diagnose was een griepje (ay caramba?), de tweede de driedagenkoorts. Maar die kunnen niet meer kloppen. Tenzij de driedagenkoorts overuren met recup klopt dezer dagen.

Vandaag kon Annemie het niet meer aan (slapeloze nachten, er is een grens aan), en in plaats van nog eens naar de dokter morgen, is ze met zieke Flo naar het UZ getrokken.
Daar vinden ze het alarmerend genoeg om haar aan een grondige doorlichting te onderwerpen. Foto’s van de longen (niks te zien), urineonderzoek (geen ontsteking), bloedonderzoek (zowel waarden die wijzen op een virale ontsteking als op een bacteriële onsteking). En dus ligt Floortje aan het infuus. In het hospitaal. Moet minstens een nachtje daar blijven, om verder uit te zoeken wat er scheelt.

Niks om zware zorgen over te hebben. Maar toch, we willen het nu onderhand wel eens weten.
En morgen wordt het wel puzzelen. Zonder auto, zonder moeder, terug school na een week herfstvakantie.


jan 3 2009

Brand in de parenclub

Bij deze wens ik mij te excuseren bij de eigenaars van Club Z in Zingem. Voor de brand in hun parenclub. Ik zal het nooit meer doen, beloofd.

’t Was de eerste keer dat ik er kwam,
want om te paren in een parenclub,
moet ge met twee zijn.
En die van mij, die wilde daar niet van.
Tot ik op een zwak moment
het nuttige wist te paren aan het aangename
en ik haar bij een bezoekje aan tante Zulma
in Zingem mee wist te lokken naar club Z.

De inkomprijs was niet van de poes,
maar omdat er vanalles wenkte
betaalde ik met flair
een beetje opgewonden, en benieuwd en bang
voor wat ik nog niet kende
maar altijd al van gedroomd had.
De gastheer en hostess,
glad en met big smile
stonden klaar met bubbles en een handdoek
Vlei u neder, zeiden ze,
maak het u gemakkelijk, doet alsof ge thuis zijt,
dit is een droomwereld, eentje waar
ge overal moogt aanzitten waar ge wilt
en moogt tasten waar het trilt
en je mag kiezen: kijken of zelf doen
hier geen valse schaamte, geen fatsoen.

Ik moet zeggen dat ik dat helemaal zag zitten,
zelfs al waren de mensen die er al waren om te paren
nogal middelbaar
met cellulitiskonten, vetrolletjes
en hier en daar al grijze haren.
Maar daarover ging ik toch niet treuren,
dan was ik eens in een parenclub,
ging ik toch niet over een jaar of een grammetje
meer of minder gaan beginnen zeuren?

Maar die van mij, die werd wat dol
want er zat al een lelijke vent
met zijn tengels aan haar hol
en langs alle kanten werd zij besprongen
door geile bokken, met geile tongen.
En dus vroeg ze mij, kom we zijn hier weg,
dit is hier niet pluis, wat ik je zeg.
Maar zo makkelijk gaf ik mij niet gewonnen,
ik was nog geeneens niet goed begonnen,
en had zoveel betaald, dus vroeg ik haar
mag ik alsjeblief, mijn liefste mijn,
even in de darkroom gaan
dat schijnt ook heel leuk te zijn.

Ik stapte binnen poedelnaakt,
in het pikke donker
maar werd al onaangenaam geraakt
door een weëe geur, uit veel te veel lichaamsopeningen
waar dingen zich in binnendringen.
Na wat tasten had ik touche
vreemde handen streelden mij, wreven,
omarmden, aaiden, en al de rest
kortom deden heel erg hun best,
om mij een hoogtepunt te laten beleven.
Maar toch kon ik er niet van genieten,
zo anoniem, dat vond ik vreemd,
ik wil kunnen zien wie er mij neemt.
Dus in plaats van mij te laten gaan
greep ik mijn aansteker, knipte hem aan
wilde haar gezicht verlichten,
en schrok me dood, het donker kleurde zeker rood
het was geen zij, het was een hem
(hoe zoudt ge zelf zijn, het was Pieter De Crem).

Misschien is bij het vluchten,
van zijn grijpgrage handen, zijn geile zuchten,
bij het sjotten in zijn ballen,
de aansteker op de grond gevallen?
Het werd er alleszins te heet voor mij,
ik maakte me weg, naar buiten, vrij.

We liepen in ons ondergoed,
naar Zingem, de brandweer tegemoet.
En lieten om Club Z geen traan,
dat spel heeft voor ons wat afgedaan.
Dat “Lieu de rencontre érotique”
vonden wij toch wat al te ziek.


nov 6 2007

Papegaai is ziek

Wat leren wij onze kinderen?
Daantje (1ste peuterklasje) leerde net het liedje “Papegaai is ziek”, zo staat op het briefje van de juf dat hij elke week meekrijgt. De tekst en de noten van de aangeleerde liedjes staan er ook soms bij, zodat wij ouders wat kunnen inpikken op de “scholing” die onze peuter in het klasje krijgt. Dat liedje kende ik nog niet. Lees even mee…

Papegaai is ziek en hij moet sterven

“Amai, straffe binnenkomer”, zouden de Jommekeslezers van Man Bijt Hond zeggen. Niet alleen is er een papegaai ziek, hij is ook nog ten dode opgeschreven! Niks meer aan te doen. Ge kunt de jeugd niet vroeg genoeg voorbereiden op het feit dat alles eindig is, dat afscheid nemen erbij hoort, niks voor altijd is en zo… maar dit moet toch wel hard aankomen. Je kent die papegaai nog maar drie woorden en je weet al dat je hem moet loslaten. Of zou het aanloopje naar de heerlijke Dead Parrot-sketch van Monty Python zijn?

Maak een appelmoes al van conserven

Huh? Het wordt nog vreemder. Omdat we hier te maken hebben met een stervende papegaai, moet er ineens appelmoes gemaakt worden? Wordt hij daar dan terug beter van, of zo? En geen appelmoes van in de kelder opgeslagen appeltjes, neen eentje van “conserven”. Wordt dat hier gesponsord door Marie Thumas of wa? Is een appelmoes van conserven dan het wondermiddel? One spoon of tinned applesauce a day keeps the doctor away?.
En trouwens, wat valt er nog te “maken” aan appelmoes van conserven. Dat zit daar toch al in. Opendoen en uw appelmoes is toch al klaar en zo?
Veel vragen. Weinig antwoorden. En weet je wat dat betekent in het bijzijn van een kleuter die net de eerste wetten der logica begint te zien? “Waarom is da?”, “Waarom ‘pelmoes?”, “Waarom van con-sjeerve?”. Weten die liedjesmakers dan niet dat ze hiermee ouders voor een onmogelijke taak opzadelen? Dat ze later naar Wendy zullen moeten lopen om dat allemaal terug recht te zetten?

voor onze gaai, voor onze gaai

Gaai? Gaai? Is het nu ineens een Vlaamse gaai of wa? Is dat een soort die graag appelmoes eet?

voor onze allerliefste zoete papegaai

Ah, ’t is toch diene stervende papagaai. Die dus niet alleen afgeschreven is, maar ook nog beschikt over de kwaliteiten “allerliefste” en “zoet”. Ja, als je zo’n beest niks dan appelmoes voert …

Papegaaitje leef jij nog?

Ja, dat wil ik nu ook wel eens weten… Susssss-penssss.

Ie-ja Dee-ja

Is dat de papegaai die antwoordt? Dan is ’t goed nieuws: hij kan nog praten. Maar wat zegt hij eigenlijk? Zou hij daarom als terminaal bestempeld zijn, omdat er enkel nog koeterwaals uit komt?

Ja, Mevrouw ik ben er nog

Aha, plots komt hij er luid en duidelijk door! Een laatste stuiptrekking? Zijn bazinneke heeft hem blijkbaar goede manieren aangeleerd met haar “Ja Mevrouw”. En die houdt hij vol tot zijn laatste snik. Mijn gemoed schiet vol.

‘k heb m’n eten opgegeten en m’n drinken laten staan

Dit stukje wordt gezongen in ��n adem en op ��n toon, wat terecht aangeeft dat die papegaai nu serieus aan het zeuren is geslagen. Wij wilden gewoon weten of hij nu al dood was of niet (moeten we voor een papegaai Rendac bellen of mag die in de tuin begraven worden?) en hij begint over zijn culinaire avonturen. Seffens gaat hij nog uitweiden (thanks (db)) over op welk stokske hij toen zat en waar hij zijn laatste kakske heeft laten vallen… Maar dat willen wij allemaal niet weten. “Wanneer ga jij nu dood?”, d�t wil de zingende kleuter te weten komen…

Ie-ja Dee-ja

Oei, hij begint terug wartaal uit te slaan

Boem!

Is dat die papegaai die morsdood van zijn stok naar beneden valt? “Boem Paukeslag” zou Van Ostaaijen zeggen. In de versie op Wikipedia is het laatste woordje “Poef!”. Wat een sisser! Onze Balegemse versie is toch veul krachtiger.
Maar wat lees ik daar nog op wikipedia? “Bij de laatste Poef prik je het kind voorzichtig in de buik of in de zij. Na een aantal malen zingen leren ze het moment waarop de Poef zal komen, wat doorgaans een hoop hilariteit geeft.”. Ah, dus dat die papegaai dood gaat, dat moet dus voor hilariteit zorgen. ’t Was dus maar om te lachen? Oef.

Ja ja, d�t leren we onze kinderen.