Posts met de tag « zindelijkheidstraining»:

mrt 12 2009

Potjeslatijn

Verba docent, exempla trahunt“, zegden de Romeinen. Woorden geven instructies, voorbeelden leiden. Potjeslatijn:

Dames op het potje

Overigens: potjeslatijn, dat komt niet van pispotjes. Wel van Wikipedia: “Het begrip potjeslatijn komt van de geleerd aandoende benamingen als Aqua rosa voor rozenwater en Sulphur depuratum voor poederzwavel zoals dat op etiketten van potten en flessen in oude drogisterijen en apotheken gebruikelijk was. Het is een vorm van Pseudo-Latijn.“. Waarmee Wikipedia dus zelf eigenlijk een uitstekend voorbeeld van potjeslatijn is.

Er wordt hier – alweer overigens – trouwens op twee fronten van zindelijkheidstraining gedaan. Maud zet haar eerste stappen zonder pamper overdag, terwijl Daan al een stadium verder is en de nachten droog probeert door te komen.

Even de theorie:

Zindelijkheid is een vaardigheid die grote zorgen veroorzaakt bij ouders van jonge kinderen. Ouders zien zindelijkheid soms als een mijlpaal in de ontwikkeling van hun kind. Voor het kind is het een teken dat het niet langer een baby is, bovendien verwerft het de trots van de ouders wanneer het kind zindelijk is. De ontwikkeling van zindelijkheid verloopt in een aantal fasen. Eerst verwerft het kind controle over de darmen in de nacht, vervolgens over de dag. Daarna leert het kind eerst s’nachts en daarna ook overdag te controle te hebben over de blaas.

Ja, ja. Trots dat wij ouders zijn… Zie ons glunderen om hun verworven stadia, gaten springend in de lucht vanwege de controle over hun urinewegen en darmstelsel!

En als het eens mislukt, zeggen wij “errare humanum est” (vergissen is menselijk) tegen onze “homo ludens” (spelende mens), bewust van het feit dat “Maxima celeritas nusquam bona est” (haast en spoed, is zelden goed), en kuisen we dat ongelukje “stante pede” (onmiddellijk) op. Dat oefening kunst baart en “Repetitio mater scientiae est” (herhaling is de moeder van de wetenschap).
En dan zuchten wij eens “nihil sine labore” (geen resultaat zonder inspanning te leveren) en “non omnia possumus omnes” (Wij kunnen niet allen alles). En leven wij op hoop, “Fortasse erit, fortasse non erit” (misschien zal het zijn, misschien niet), “accidit in puncto quod non speratur in anno” (in één ogenblik kan gebeuren wat men in een heel jaar niet verwacht”).
En later, later denken wij daar nog eens aan terug, en glimlachen eens “Ad acta” (Dat wat ooit belangrijk was, is het nu niet meer).