ANDRÉ
BIALEK
De bio van André Bialek kun je voortaan rechtstreeks bereiken via:
Voornaamste en vrolijkste Belgische chansonnier van eind jaren zeventig, begin
tachtig.
Hij werd in Brussel geboren in 1947, ontdekte al vroeg de geneugten van de
muziek en groeide dus op met Brel, Ferré, Ray Charles en de Onyx Club.
Op 18-jarige leeftijd liet hij de school in de steek en leefde zes jaren een leven
van 13 stielen en 12 ongelukken, waarbij de hoes van zijn gitaar zijn enige koffer
was. Hij woonde aan de Belgische kust en op 19 verschillende plaatsen in Brussel.
In 1971 schrijft hij zich in voor de afdeling Tekenen van de Academie van Schone
Kunsten. 's Avonds en 's nachts gaat hij werken in de "cartonneries Vanneste
et Brel", de fabriek die ook al Jacques Brel deed
wegvluchten naar Parijs.
In deze periode begint hij ook zelf liedjes te componeren (de oudste zijn "Ma
façon de vivre" en "L'alcool".
Hij wint een liedjeswedstrijd in Bastogne, maar besluit nooit meer aan liedjeswedstrijden
mee te doen. In het weekend treedt hij moederziel alleen op in de "Grenier
aux Chansons". Al vlug wordt hij ook gevraagd in jeugdhuizen en op festivalletjes
allerhande.
In 1975 vestigt hij zich met de liefde van zijn leven tussen de serres van
Hoeilaart en componeert "La Belle Gigue".
Dit lied, een soort ode aan de eenheid van de belgen, zou later zijn bekendste
nummer worden.
Entre Wallons et Flamands
Y a les bourgeois les fransquillons
Pendant qu'on se tire les deux langues
Qui nous étreignent et nous étranglent
Mais la Belle Gigue Gigue
Gigue qu'on leur fera danser
Quand les vieilles digues digues
Diguedon les fera tomber
Met enkele bevriende musici richt hij in 1975 het groepje "Bal du Bourgmestre"
op, een slimme zet om veel volk te trekken - alhoewel nogal wat mensen de zaal
weer verlaten als blijkt dat de burgervader helemaal niet op komt dagen.
Eind 1976 krijgt hij een platencontract te pakken (bij IBC, dat later bij EMI
ging horen, een platenmaatschappij die hij zijn hele leven trouw is gebleven).
Hij neemt, in een productie van Jean Blaute (zie Kate's
Kennel, Raymond van het Groenewoud ...) er de
plaat "Rue de L'arbre Bénit" (Gewijde Boomstraat) op, genoemd
naar de straat waar Charles de Coster, de auteur van Tijl Uilenspiegel, in eenzaamheid
stierf. De plaat wordt in elk geval enthousiast ontvangen, zowel in het noorden
als zuiden van het land.
In 1978 volgt een tweede plaat, genaamd "Belgeries". Hij krijgt hele
weiden aan het dansen : le Temps des Cérises, Nekka, Dranouter, Nyon, Québec,
Printemps de Bourges ...
In 1979 brengt hij enkel een singeltje uit met "Routinelle"
(een duet met Ilona Chale), en "La petite caissière" (over de
geboorte van zijn eerste zoontje, Julien). Hij windt zich voorts ook erg op over
het verbod op rockconcerten dat in Brussel wordt uitgevaardigd bij de viering
van het duizendjarig bestaan van de hoofdstad.
In
1981 komt hij naar buiten met zijn bekendste plaat : "Nord-Sud" (Noord-Zuid).
Er staan verschillende hitjes op, zoals "La belle Gigue", "Elle
n'est pas belle", "Visite Guidée" en de anti-kernenergie-song
"La petite centrale". Tegelijkertijd gaat hij met een "Nord-Sud"
show de baan op. Als een van de enige artiesten in die tijd weet hij zowel interesse
van de media te wekken in Vlaanderen als in Wallonië.
Tengevolge van het tijdgewricht waarin hij doorbrak (de belpop-golf woedt op
dat moment in volle hevigheid in Vlaanderen en Brussel), was hij echter ook een
symbool voor het doodlopende straatje waarin de muziek in Wallonië was geraakt.
Zo schreef Oor's muziekencyclopedie bijvoorbeeld "Ondertussen werd Wallonië
verder oud met chansonnier-troubadours als Bialek en Pierre Rapsat en de symfonische
rock van Machiavel". Het waren dan ook de
cynische new-wave jaren tachtig, geen tijd voor mannen met een akoestische gitaar.
In
1984 neemt hij zijn vierde plaat, "André Bialek", op. Terwijl
hij bezig is met een TV-special rond deze plaat voor de RTBF (Witloof Story genaamd),
besluit hij echter plotseling dat het genoeg geweest is. Hij hangt zijn gitaar
aan de wilgen (en gaat in de publiciteit).
Gilbert Léderman (A&R bij EMI voor onder andere Adamo)
wist in 1997 André Bialek wel nog te bewegen om de "Nord-Sud"
en een compilatie van eerder werk op cd uit te brengen onder de titel "Les
Années Belle Gigue".
In 1998 verscheen er een door hem geschreven nummer van hem op de plaat "Doum
Doum Tschak" van Jean-Louis Daulne, en in 2000 werd
er rond zijn "Belle Gigue" een interessante folkband opgericht, toen
Yves Barbieux van Coïncidence de opdracht kreeg
een hedendaagse versie van deze song te maken, kwam hij op de proppen met Urban
Trad.
| Koop CD's van deze artiest
bij |
 |
Albums :
- Rue de l'Arbre Bénit / Gewijde Boomstraat (IBC, 1976)
- Belgeries (EMI, 1978)
- Nord-Sud (EMI, 1981)
- André Bialek (EMI, 1984)
Compilaties :
- Les Années Belle Gigue (EMI, 1997)
Websites :
- Kleine franstalige site
over André Bialek
Forum :
- Lees de berichten over André Bialek
- Voeg een bericht, vraag, cd- of concertverslag
... over Bialek toe
|