Veelzijdig toetsenist die via tal van muziekstijlen - gaande van jazz naar
progrock naar electropop naar ambient naar jazzy electronica en lounge - in de
gratie van het publiek bleef van de jaren zestig tot ver in 2000.
songs : Marc Moulin
Jaar : 2001
Record co. : EMI/Blue Note
Marc Moulin (zoon van een socioloog en een schrijfter en van opleiding
politiek wetenschapper) begon zijn muzikale weg als pianist in het jazz-milieu.
In de jaren zestig vormde hij zijn eigen trio, waarmee hij enkele prijzen wegkaapte,
waarna hij deel uitmaakte van een quintet met Alex Scorier. Zoals gebruikelijk
in jazz-middens, speelde hij met menige Belgische en Amerikaanse muzikant in telkens
wisselende bezettingen (waarvan er een heel deel in de jaren zeventig op zijn
platen met Placebo zouden opduiken). Vooral met gitarist Philippe Cathérine
klikte het (Moulin zou later als pianist meespelen op een aantal van diens albums,
en er ook een paar van produceren in de jaren zeventig), vermits beiden op zoek
waren naar manieren om invloeden uit rock, r&b en funk in hun jazz in te brengen,
gelijklopend met de fusion van Miles Davis (die altijd Marc Moulin's muzikale
held geweest is, of zoals hij het uitdrukt "Hij ging met zijn technische
beperkingen om door een stijl te ontwikkelen die meer op z'n sound dan op technische
virtuositeit stoelde. Hij koos ervoor om enkel de mooiste noten te spelen, in
plaats van alle noten").
Placebo werd de groep die Marc Moulin bijeen bracht (niet te verwarren
met de Brian Molko's Placebo van veel recentere datum): daarin speelde hij met
zijn Wurlitzer en Clavinet aan de zijde van Nic Fisette (trompet), Alex
Scorier (sax), Richard Rousselet (trompet), Nicolas Kletchkwowsky (bas), Freddy
Rottier (drums) en Johnny Dover (sax). Later zouden ook genoemde Philippe Cathérine
(gitaar), Yvan de Souter (bas) en Francis Weyer (zie Francis
Goya - gitaar) deel uitmaken van Placebo.
Met dit fusion gezelschap werden 3 LP's opgenomen: "Ball of Eyes"
in 1971 (waarnaar in kennersmiddens van het genre nu nog van wordt beweerd dat
het "totally unique sonically and ahead of its time compositionally"
is). Ten tijde van de tweede cd, niet toevallig "1973" genoemd
wegens uitgebracht in dat jaar, waren de composities abstracter en meer experimenteel,
en was ook het eerste album waarop Moulin kon uitpakken met een nieuwe aanwinst
: de Mini-Moog. Dit instrument stond ook centraal op het derde Placebo album in
1974, dat voor de duidelijkheid "Placebo" heette, en aan Kirk
Degiorgio (muzikant en producer, en inspirator van een Engelse heruitgave van
de drie Placebo albums eind jaren '90) volgende reactie ontlokte : "it
was clear this wasn't one of those rare but over-rated funk albums with just one
or two killer tracks, this was something special. It had a highly polished, unique
and strangely modern sound that had depth and intelligence. It was part street,
part studio wizardry and above all it was funky as hell! ... A funk album with
70's cop show horn arrangements, breaks and hip hop-style beats, killer Fender
Rhodes solos and synthesisers, all recorded in Brussels by a bunch of hitherto
unknown white dudes. How could I resist?".
Er werd later nog een vierde album opgenomen, maar dit is om onduidelijke redenen
nooit verschenen. De laatste concerten met Placebo hadden plaats in 1976.
Zelf relativeert Marc Moulin het kunnen van deze band: "Ik weet dat
de groep zijn fans heeft, maar zelf ben ik niet erg wild van Placebo. Ik hoor
vooral de fouten die in die muziek zitten. Sommige muzikanten hadden niet door
waarmee we bezig waren. En dat hoor je. En bovendien was de procutie eigenlijk
verschrikkelijk, zeker wat drums en blazers betreft. De band was, zeker in het
begin, beïnvloed door de Britse prog rock, zoals Soft Machine. Het is mijn
geluk geweest dat ik één van de eerste Mini Moogs op de kop had
getikt. Dat heeft bij mij voor het eerst tot een vermenging van electronic en
jazz geleid".
Naast Placebo had Marc Moulin nog een ander project lopen onder de naam "Sam
Suffy". Daarin trachtte hij met drummer Bruno Castelluci en trompettist
Richard Rousselet jazz te maken gebaseerd op de theoriën van de "musique
concrète" en collectieve improvisatie. Eén sessie van Sam Suffy
werd ook op plaat uitgebracht, in 1975. Zoals het Engelse label Counterpoint later
een heruitgave van dit Sam Suffy album plugde: "Marc Moulin's seminal
album, "Sam Suffy", was recorded in 1974, yet sounds as modern as the
latest offering from DJ Shadow, Carl Craig or Air. ... Twenty five years later
and "Sam Suffy" is in big demand with dj's, beat-diggers, producers
and devotees of undiscovered leftfield sounds. This music is the blueprint for
todays jazz-tinged experimentalists. Tracks like "Tohubohu", "Le
Saule" and "Le Beau Galop" are destined for clubland's more adventurous
dancefloors. Equally, "Sam Suffy" is a sublime listening experience,
taking the jazz flavour to another level and providing the consummate chill out
experience."
Na deze jazz-jaren (waartoe ook nog activiteiten behoren die hij deed met zijn
eigen label Kamikaze, met veel plaats voor avant-garde jazz, en een radioshow
op Radio Cité - voorloper van Radio 21) voerde Marc Moulin zijn experimenten
met electronika een heel andere richting uit: die van de electropop en eurodisco.
Samen met Dan Lacksman en Michel Moers richtte hij
immers het eveneens erg bekend geworden Telex op.
Zelf verklaarde hij deze stap weg van de jazz als "ik had zin om muziek
te maken voor iedereen, en wilde weg uit het hoekje van de kenners en les gens
branchés. Ik had het gevoel dat ik alles gedaan had: jazz, fusion, experimentele
muziek ... Ik heb nog werk van LaMonte Young en obscure Japanse componisten uitgevoerd
in het PSK. Het enige wat nog ontbrak was ... iets normaals".
Na het avontuur met Telex (dat tot ver jaren negentig nazinderde) en een reeks
producties van andermans platen (o.m. Lio, Kid
Montana, Anna Domino, Alain Chamfort, Sparks, The
Bowling Balls) ging Moulin het muzikaal gezien heel wat rustiger aan doen:
in 1992 verscheen er een bescheiden album genaamd "Maessage", een ambientcollectie
in de stijl van Brian Eno's muzakplaten. Daarnaast ontwikkelde Marc Moulin zich
onder andere tot grappenmaker (dagelijks grappen makend op La Première
in "le jeu des dictionnaires"), auteur (La Surenchère, A la Recherche
du Bémol ...) en columnist (in Télémoustique met een vaste
rubriek Humoeurs).
Eind jaren negentig kwam er echter opnieuw muzikaal schot in de zaak, toen
hij door EMI werd gecontacteerd om een CD te maken "waarop ik de genres
waarin in het beste thuis ben, electronische muziek, jazz, house ... zou vermengen
tot iets heel eigens". Bovendien stelde EMI haar legendarische sublabel
Blue Note hiervoor open. Het resultaat liet wel een tijdje op zich wachten (tot
september 2001), maar dat had als bonus dat intussen het album "Tourist"
van St.Germain (of dichter bij huis Sunzoo
Manley) was verschenen, dat met een andere aanpak (electronische muziek vermengen
met jazz ipv de omgekeerde beweging) op vrijwel dezelfde plaats uitkwam en veel
succes oogste. Nadeel was wel dat Marc Moulin zich bij het verschijnen van deze
indrukwekkende Cd "Top Secret" moest verdedigen niet opportunistisch
op een trend te zijn gesprongen: "Ik ben aan Top Secret begonnen in tempore
non suspecto, maar de dancepoot van Blue Note was toen wel al uitgebouwd, denk
aan US3 of Eric Truffaz. St.Germain heeft welllicht wel deuren geopend waar ik
nu door kan, maar ik vind dat we andere muziek maken." zei hij aan De
Morgen. Aan la Libre Belgique nog iets straffer: "Ceux qui me connaissent
bien me croiront, ils savent que j'ai fait ça toute ma vie. Bien sûr,
il y aura toujours des gens pour demander à Stevie Wonder pourquoi il imite
Jamiroquai!". Anders dan St.Germain waren er ook nog niet meteen plannen
om Top Secret naar het podium toe te vertalen.
Voor Top Secret deed Marc Moulin opnieuw beroep op Philip Cathérine
(gitaar), Bert Joris (trompet), Bart Maris (trompet, fluegelhorn)
en Johan Vandendriessche (sax, drums). Er werd bovendien niet met gesampelde
stemmen gewerkt (behalve één sample van een eigen nummer uit de
Sam Suffy tijd), maar met een zangeresje genaamd Christa dat hij enkele
jaren tevoren bij het jureren van een talentenwedstrijd op de RTBf had leren kennen.
Het resultaat was een aanstekelijke mengeling van elektronische ritmes, jazz en
lounge, met onder ander de succesvolle single "Into the dark".
Het album zal worden uitgebracht in niet minder dan 42 landen.
Mooie afsluiter voor een Marc Moulin biografie is beslist de manier waarop
eerder genoemde Kirk Degiorgio zijn ode aan Moulin besluit "It's quite
possible Marc Moulin's influence on today's music scene is far greater than his
relative lack of intenational profile could ever suggest".
Koop CD's van deze artiest
bij
Albums :
- Placebo : Ball of Eyes (CBS, 1971)
- Placebo : 1973 (CBS, 1973)
- Placebo : Placebo (CBS, 1974)
- Sam Suffy (CBS, 1975)
- Picnic (Magic, 1986)
- Maessage (JM2, 1992)
- Sam Suffy (Counterpoint, 1999 - reissue)
- Marc Moulin: Placebo Sessions 1971-74 (Counterpoint, 1999 - reissue compilation)
- Top Secret (EMI / Blue Note, 2001)
Note : The releases with Telex are on the page of that
band
Websites :
- Meer info en besprekingen van Marc Moulin's "Top
Secret"
- bio van Marc Moulin en de meeste Placebo-leden bij JazzinBelgium
- Counterpoint Records over de re-issues van Sam
Suffy en Placebo
- "Les humoeurs de Marc Moulin", zijn column in télé-moustique,
staat wekelijks ook on-line bij uitgever Luc
Pire.
- MSN-special over Moulin
t.g.v. de lancering van "Top Secret"
Het Belgisch Pop & Rock Archief was tot begin 2002 in handen van Dirk
Houbrechts. Om persoonlijke redenen (lees
hier waarom) stopte hij met deze website. Het archief is nu toevertrouwd
aan het Muziekcentrum Vlaanderen (www.muziekcentrum.be),
het steunpunt voor de professionele muzieksector. Contact: webmaster@muziekcentrum.be
of per post naar Muziekcentrum Vlaanderen, Steenstraat 25, 1000 Brussel.
Opgepast : Deze site betaalt auteursrechten, en is opgebouwd en onderhouden
conform de toelatingsvoorwaarden overeengekomen met de Belgische auteursrechtenvereniging
SABAM. Consultatie
van deze website is gratis, met uitsluiting van het downloaden, reproduceren of
verdere openbare medeling van de onderdelen van de site. Copieer a.u.b. niet,
link!