Twee liedjes over ontsnappen, van de onsterfelijke kleinkunstcombinatie Lennart Nijgh + Boudewijn de Groot.

“Onder Ons” was destijds (april 1967) de A-kant. De single kwam net na de fanfare “Het Land Van Maas en Waal”, de vrolijke stamper die destijds een gouden plaat werd en de grootste hit uit het oeuvre van Boudewijn.

In “Onder ons” leek hij z’n geweer terug op scherp te zetten.
Het lied verhaalt het “oninteressante leven” van een man in een dorpje (Het is een stad, het is een dorp, het is een plaats of een gehucht. En je moet er niet te gek doen, anders ben je zo berucht) die eerst droomt van ontsnappen (Eerst dan vind je het gezellig, en je kent de hele stad.En dan doe je eindexamen, en dan heb je het wel gehad) op reis gaat (Dan ontdek je nieuwe landen en je gaat op avontuur. Je lijdt honger in een hooiberg en geniet de liefde puur. En je komt na een paar maanden als een zwerver weer naar huis, met een baard en zonder centen, je hebt honger, dorst en luis) en zich dan comformeert (En dan zeggen ze tevreden: hij verliest zijn wilde haar. Hij wordt eindelijk volwassen en na nog een tweede jaar is hij net zo’n grote hufter als zijn vader is geweest, die een mening over alles in het ochtendkrantje leest).
Allemaal onschuldig, tot de uitsmijter: (Niet dat hij een vlieg zal kwaad doen en hij is niet interessant, en hij kijkt geen meter verder dan zijn borrel en zijn krant. Maar houd hem maar in de gaten want het is zo’n kleine man die als hem dat maar gevraagd wordt, vaak het beste schieten kan). Het fascisme en de rol van de kleine man lag nog vers in het geheugen, toen.

De song schopte het destijds tot de 11de plaats in Nederlandse hitparade. Het lied kwam niet voor op een Boudewijn-LP, wel op verzamelaars.

B-kant “Verdronken vlinder” stak de A-kant later beslist voorbij in bekendheid. Het nummer werd drie jaar later trouwen ook nog als A-kant single uitgebracht met “Beneden alle peil” als B.

In Verdronken vlinder droomt de verteller van een leven “als een vlinder die toch vliegen kan tot in de blauwe lucht, als een vlinder altijd vrij en voor het leven op de vlucht. Ik wil als een vlinder vliegen, op de bloemenblaadren wiegen, maar zo hoog kan ik niet komen, dus vlieg ik maar in m’n dromen.” en dan beseft dat ook die droom de pijn van het leven niet kan uitsluiten “Zo te sterven op het water met je vleugels van papier, Zomaar drijven na ’t vliegen in de wolken drijf je hier. Met je kleuren die vervagen zonder zoeken zonder vragen, Eindelijk voor altijd rusten en de bloemen die je kuste Geuren die je hebt geweten, Alles kan je nu vergeten. Op het water wieg je heen en weer. Zo te sterven op het water met je vleugels van papier“, en dan vrede heeft met “om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn

Hij ziet het nummer als een afscheid van de hippie-tijd (met z’n zoon Marcel op tweede gitaar):

De versie die Boudewijn daar vertelt komt overeen met dit: “Liedjesschrijver Boudewijn de Groot schrijft dit nummer in 1969 samen met de overleden tekstdichter Lennaert Nijgh. In dat jaar woont Boudewijn in Grollo, waar hij met Harry Muskee van Cuby &the Blizzards in commune leeft op Harry’s bluesboerderij.“, maar dat verhaal klopt dus niet met de eerdere release in 1967 als B-kant van “Onder ons”.

Wat wel vaststaat is dat hij het lied ook in het Engels opnam, als “Beautiful Butterfly”, en het ook internationaal – zonder succes overigens – werd uitgebracht als zanger “Baldwin”: