Australische zangeres aan de haal met nummer uit Jesus Christ Superstar

Helen Reddy was geboren in 1941 in Melbourne, in een showbizzfamilie (moeder Stella was een danseres, vader Max was een entertainer in het leger). Ze kreeg al op heel jonge leeftijd een kind (Traci) en een echtscheiding. Om in haar levensonderhoud te voorzien deed ze mee aan talentenwedstrijden als zangeres (eerst was ze danseres, maar dat ging niet meer goed na een niertransplantatie): ze won een bandstand TV-show met als eerste prijs een reis naar New York en een single voor Mercury Records. Daar aangekomen in 1966 bleek de prijs een “auditie” voor een single, en dat liep op niks uit. Toch bleef, met amper 200$ op zak in Amerika om haar zangcarrière na te jagen.

Ze trouwde met Jeff Wald, die werkte bij het William Morris Agency, later vertelde ze dat het was “uit wanhoop om aan een Amerikaanse werk- en verblijfsvergunning te raken”. Na een paar jaar van kleine acts stelde ze haar Jeff voor een ultimatum: ofwel kreeg hij haar carrière op de sporen, ofwel kon hij vertrekken. Jeff kwijtte zich ijverig van z’n taak: hij belde vijf maanden lang dagelijks drie keer naar Capitol Records’ hot shot Artie Mogull om de kans te vragen een single op te nemen. Pas toen hij beloofde een maand lang niet meer te bellen gaf die toe.

Na zoveel jaar vruchteloos proberen was Reddy megabenauwd: “I had waited years for this shot and I didn’t think there would be another one”. Dat bleek te horen op de song die ze voor de A-kant had gekozen “I believe in Music“, een song van Mac Davis:

werd bij haar

Voor de B-kant had ze een song opgenomen waar ze eerst niet veel voor voelde, maar die was gesuggereerd door Artie Mogull (A&R man die eerst lang werkte met Paul Anka, en nadien onder andere Bob Dylan, Laura Nyro, Olivia Newton-John, Wilson Phillips en Hootie & the Blowfish tekende). Hij had de musical Jesus Christ Superstar gezien, was onder de indruk van het liedje van Maria Magdalena daarin, en rook z’n kans omdat de versie door Yvonne Elliman nog niet op single was uitgekomen.
Stond wel al op de LP van de musical (de film is van later), maar uit die Andrew Lloyd Webber/Tim Rice musical werd eerst “Superstar” van Murray Head gereleased.
Mogull wou het eerst opnemen met Linda Ronstadt, maar die vond er niks aan. “She hated the song, [saying] it was terrible”. Daarop bood Mogull de song aan Helen Reddy aan.

De B-kant bleek veel populairder, en werd heel langzaam een hit (dankzij de niet aflatende inspanningen van Jeff “who stayed on the phone morning to night, cajoling, bullying, wheedling airplay from disk jockeys. Using $4,000 of his own money, his own telephone credit card and his American Express card to wine and dine anyone who would listen to his wife, he made the record happen“). Yvonne Elliman’s versie werd een maand nadien ook als single uitgebracht, maar Helen Reddy had het voordeel van de eerste release en won die “wedstrijd”.

‘I Don’t Know How To Love Him” klom zo naar een 2de plaats in Australië, 13de plaats in de Billboard Hot 100. In Nederland was het een nummer 23. In België werd het niet genoteerd.

Helen Reddy’s carrière was na deze single vertrokken. Ze kon een langlopend contract tekenen bij Capitol en zou in de jaren zeventig nog driemaal nummer 1 staan in de Amerikaanse charts (met “I Am Woman”, “Delta Dawn” en “Angie Baby”). Vooral in Australië en de U.S. liep dat lang gesmeerd, en ze werd en cours de route ook een feministisch icoon.

Ook nog speciaal: Helen Reddy stierf op 29 september 2020 (78 jaar oud), op precies dezelfde dag als Mac Davis, de schrijver van het liedje “I believe in music”, de bedoelde A-kant van haar “I Don’t Know How To Love Him”.