Niet de uitvinder van de plaat volgesmeten met samples, wel blijkbaar van de “Smiley face” als symbool van de acid house-muziek.

De visie van Tim Simenon was een sterke drum en baslijn (aka the bass) te bedenken, en die dan vol te gooien (aka bombarderen) met samples. Eerst noemden Tim Simenon en Pascal Gabriel zich “Rhythm King All Stars”, maar toen ze deze “Beat Dis” als debuutsingle uitbrachten, namen ze de namen “DJ Kid 33” en “Emilio Pasquez” aan en de naam “Bomb The Bass” om te laten geloven dat dit een Amerikaanse house-import was.

Voor wat visuals op TOTP werd er ook een showgroep samengesteld

Paste perfect in de tijdsgeest van de dag en de reeks van sample-hits “Pump Up The Volume” van MARRS of “Theme From S-Express” van S-Express die hier eerder al passeerden.
Samples zijn er teveel om op te noemen (naar verluidt 72), maar er zitten stukken in van Africa Bambaata, Isaac Hayes (Shaft), James Brown (the “Funky Drummer”, what else), Aretha Franklin, Indeep (Last Night a Dj save my life), Kurtis Blow, The Jimmy Castor Bunch, Prince (The Housequake), Public Enemy en een lap Ennio Morricone … en dan nog wat dialogen of soundbites uit Dragnet en Thunderbirds.

De smiley op de cover was die van Watchmen, de briljante graphic novel van Alan Moore en Dave Gibbons. Uit The Guardians history van dit symbool: “In February 1988, Bomb The Bass released the first pop reference to Watchmen, using the blood-stained logo on the cover of their hit Beat Dis. Tim Simenon has used the Smiley repeatedly: in the videos for the summer ’88 hit Don’t Make Me Wait (and for last year’s Butterfingers). In the previous month, Danny Rampling had used the Smiley in a flyer for his club Shoom. He’d got the idea from seeing the designer Barnzley at the Wag Club in a shirt covered “in a lot of smiley faces”. Embedded into the second “o” in Shoom, the symbol took a few weeks to catch on, but when it did, it swept the country as the logo of acid fashion.

Deze single was dan ook meteen een grote hit. 10de plaats in de hitparade in ons land, 8 in Nederland, 6 in Duitsland, 2 in de UK en ook een eerste plaats in de U.S. Dance charts.
Was ook meteen de grootste hit voor het project Bomb The Bass, alhoewel die nog tot een eind in de jaren 90 doorgingen. Daarna legde Tim Simenon zich een tijd toe op produceren (onder andere het uitstekende “Shag Tobacco” van ex-Virgin Prunes zanger Gavin Friday, en daaropvolgend ook werd van Depeche Mode, wat hem een burn-out van een paar kaar kostte)

Ook nog leuk is de link tussen Tim Simenon en Neneh Cherry: hij zat immers achter de transformatie van “Looking Good Diving”, een B-kantje van The Wild Bunch (een collectief rappers en muzikanten uit Bristol, waaruit later ook Massive Attack ontstond) tot Neneh Cherry’s wereldhit “Buffalo Stance”.
It was Tim Simenon—who, as Bomb the Bass, had released the manic collagist hit “Beat Dis” in 1988—that reworked “Looking Good Diving” into a single for Cherry. His cut-and-paste approach transformed the musical bed into something that resembled a city, all heat action and unexpected sounds whooshing into earshot. “Tim kept coming up with these samples and it would lead you into a different section,” co-producer Mark Saunders told Sound on Sound in 2017. “If we’d have been thinking properly about how to make a hit record, I don’t think we would’ve had anywhere near as many different parts to it.” Cherry rose to the challenge, upping the ante with a shouted-out vocal and asides like “Bomb the Bass… rock this place!