De dansvloervuller der franse dansvloervullers, en contrairement aan de vrolijkheid van het disconummer op single uitgebracht op de dag van Cloclo’s begrafenis.

Over Cloclo Claude François valt veel te zeggen, zoals dat hij geen timide Brel was (al is er wel een link: Brels laatste liefde voor zijn dood aan longkanker was Maddly Bamy, en dat was een van de eerste Claudettes), maar een tyrannieke showman.
Of dat hij het merendeel van z’n repertoire liet schrijven door anderen (zijn doorbraak was een bewerking van The Everly Brothers “Made to Love” tot “Belles Belles Belles” in 1962) maar evengoed schrijver was van “Comme d’Habitude” (een evergreen zo evergreen als ze maar komen zodat het Frank Sinatra’s signature song “My Way” werd).
Of dat hij een jaar of 3 “Meneer France Gall” was (zij was 17, hij 25), het voornoemde “Comme d’Habitude” zou gaan over zijn stukgelopen relatie met France Gall.
Of dat hij in Egypte werd geboren in 1939 (overgrootvader en vader werkten aan het Suez kanaal, z’n familie moest het land uit nadat Nasr het Suez-kanaal nationaliseerde in 1956).
Of dat hij tweemaal een aanslag overleefde (een IRA-aanslag in de Londense Hilton in 1975 met 63 doden waar hij als bij wonder, en een nachtelijke schietpartij op de Autoroute de Sud waarbij een stel gangsters 11 schoten op zijn auto afvuurden) maar wel om het leven kwam omdat hij een lampje recht wou hangen vanuit z’n bad.
Een kleurrijk figuur kortom.

De tekst van “Alexandrie Alexandra” is van Etienne Roda-Gil, de vaste leverancier van teksten voor Julien Clerc. Die deed zich voor deze “Claude François goes disco” plaat in 1977 wel moeite “naar het niveau van hem af te dalen” (zei hij zelf).
Voor de muziek zou hij zich hebben laten inspireren op een ontmoeting met Lamont Dozier (een derde van het legendarische Holland-Dozier-Holland trio onder andere verantwoordelijk voor de hits van The Supremes). Die speelde hem een stukje op de piano van wat later zijn song “Going Back To My Roots” zou worden (in 1981 een hit geworden voor Odyssey), wat hem en Jean-Pierre Bourtayre het idee gaf voor de structuur van de song.

Het nummer stond dus op de plaat “Magnolias For Ever” in 1977, maar stond gepland voor release als single op 15 maart 1978, omdat Claude François nog een wat anders georchestreerde versie dan op de plaat wou. Zo wilde het toeval dat de single zo uitkwam, vier dagen na zijn dood, net op de dag dat hij begraven werd.

“Alexandrie Alexandra” werd dus een postume hit, 1ste plaats in Frankrijk, 2de plaats in Zwitserland en 5de plaats bij onze Waalse buren, met iets van een 800.000 verkochte exemplaren in Frankrijk.

Natuurlijk ook een belangrijk element in de film “Podium”, waar Benoit Poelvoorde in de huid kruipt van een man die in de huid kruipt van Claude François:

Een van Claude François laatste televisieoptredens was op onze eigen RTBF, waar hij geïnterviewd werd en hoopte nog “vele jaren muziek te mogen maken”. Tsja.