Ik leerde ze kennen als wolvenmeisje in The Company of Wolves, maar ze was ook een veelzijdig muzikaal talent.

Danielle was geen actrice, haar rol in een van de bijverhalen van deze bijzondere sprookjesfilm van Neil Jordan uit 1984 is blijkbaar haar enige. Maar ze maakte wel een onuitwisbare indruk. Dat ze naakt rondsloop had daar uiteraard _niks_ mee te maken.

Maar zo was wel de aandacht gewekt. Op haar begindagen met de post-punk “aggressive absurdist” groep Lemon Kittens, waar ze door Karl Blake (later: Shock Headed Peters) werd bijgevraagd omdat ze Miss Evening Echo was geworden én saxofoon+keyboards kon spelen.

Of op haar solowerk, want Danielle was in 1982 alleen begonnen. “Dax wrote and produced all the songs on the debut album as well as playing the guitar, drums, bass, flute, keyboards, banjo, tenor & soprano saxophones, trumpet, tapes, drone guitar, TR-808, toys and voices. “

Op haar tweede (mini)LP “Jesus Egg That Wept” mochten Karl Blake en David Knight (allebei ex-Lemon Kittens) ook meedoen. En “Pariah” (nooit op single, dus zal helaas nooit op deze site verschijnen), “Hammerheads” en “Here come the Harvest Buns” hadden m.i. een betere ontvangst verdiend.

Een niche-publiek had ze daardoor wel bijeen gekregen. In de jaren nadien ging ze eerst voorzichtig (deze “Yummer Yummer Man” en “Big Hollow Man”) daarna opzichtiger op zoek naar een groter publiek. Maar dat kwam er nooit. Ze is tegenwoordig blijkbaar binnenhuisarchitect.

De B-kant van de single was eigenlijk kant AA, dus verdient ook een vermelding: Bad Miss ‘M’ gaat overduidelijk over Margaret Thatcher en Dax was er geen fan van. “We’ll all have a party when you are gone Desecrate your grave and sing this song”