De scheurende saxofoonsolo der scheurende saxofoonsolo’s + 6 weken lang parkerend op nummer 2 zonder nummer 1 te worden, twee feiten over deze melancholieke wereldsong omringd met de nodige bakerpraatjes.

Gerry Rafferty, norse schot met een drankprobleem, zijn we hier eerder al tegengekomen in het legendarische Stealers Wheel “Stuck in the Middle With You” uit 1973.
Stealers Wheel ging in 1975 uit mekaar, maar dat zorgde voor heel wat “legal troubles”. Het duurde maar liefst drie jaar eer was uitgezocht of Gerry Rafferty het recht had om op een nieuw label platen uit te brengen. Vanuit Glasgow pendelde Gerry zo regelmatig voor rechtzaken heen en weer naar London (vandaar de naam van zijn eerste solo-Lp “City To City”) en daar logeerde hij bij een kennis in Baker Street (vandaar dus deze single).

Volgens Hugh Murphy, producer van die eerste LP, moesten hij en Rafferty de platenfirma smeken om “Baker Street” als single te mogen uitbrengen. De reactie was immers dat ze het “te goed voor het brede publiek” vonden. In een tijd gedomineerd door disco was het inderdaad een atypisch nummer om heel populair te worden.

In de UK werd het een nummer 3, bij ons een nummer 9, in de U.S.A. een nummer 2, maar liefst 6 weken op die plaats parkerend achter (de jongere broer van The Bee Gees) Andy Gibb “Shadow Dancing” .
Dat laatste is wel een veelbesproken zaak, niet in het minst omdat bij de tweede week daarvan eerst een versie van de Billboard top 100 werd doorgebeld naar de radiostations waarin “Baker Street” wel op 1 stond, en de lijst de dag erna werd aangepast. “Toevallig” nadat Billboard baas Bill Wardlow was gaan eten met Andy Gibb’s management. “When Wardlow was later pressed for an explanation as to why the chart had changed, he (nervously) couldn’t give a plausible one. Wardlow ultimately left Billboard in 1982 following several controversial years in which certain record companies – Andy Gibb’s label RSO Records among them – benefited from some dubious chart anomalies. In 1978, for instance, the RSO label began the year with six consecutive No. 1 singles spanning five months without interruption.#

De andere controverse gaat over de legendarische saxofoonpartij “Baker Street”. Die werd ingespeeld door Raphael Ravenscroft. Rafferty beweerde lang dat hij die solo noot voor noot had bedacht en Ravenscroft had laten inspelen. Ravenscroft beweerde evenwel lange tijd dat hij een partituur met grote blanco stukken helemaal zelf had ingevuld, en daar amper £27 en een half voor had gekregen.
In 2011 stond er op de CD-reissue van “City To City” echter een demo van het nummer waarop Rafferty wel degelijk de hele saxofoonpartij voorspeelt op gitaar.

Case closed, tot er werd ontdekt dat de solo in kwestie wel héél erg lijkt op een solo die Steve Marcus speelt in de song “Half a Heart” uit 1968.

Alle protagonisten van dat verhaal zijn inmiddels overleden (Rafferty in 2011, Ravenscroft in 2014 en Marcus in 2005), dus helemaal duidelijk zal dat verhaal wel nooit meer worden.
Wel zeker is dat de solo zorgde voor “The Baker Street Phenomenon”. Uit “The Cambrigde Companion to the Saxophone”: “No one really knows why, but following the success of this number, it seemed that every self-respecting band had to include a saxophone. Soon after that an enormous percentatge of TV ads had a sultry tenor or wailing alto taking prominence and in the mid-1980’s the sax became the most popular insturment for youngsters starting out. Rafael Ravenscroft, the player in question, can thus be said to have initiated the biggest boom in saxophone sales since the craze of the 1920s“.

In 1992 had dance formatie Undercover een bijna even grote hit met het nummer. Rafferty vond het naar verluidt (en terecht) verschrikkelijk: “Rafferty loathed the 1992 dance music cover version of “Baker Street” by Undercover, describing it as “dreadful, totally banal–it’s a sad sign of the times”.” Maar naast de 80.000 pond die hij naar eigen zeggen jaarlijks kreeg als royalties voor “Baker Street”, verdiende hij blijkbaar wel 1 en een half miljoen aan de 3 miljoen exemplaren die er van de cover over de toonbank gingen.

Minder sax, meer gitaren (al die sax-odes doen trouwens onrecht aan de substantiële bijdrage van gitarist Hugh Burns aan het nummer) kan ook: Foo Fighters brachten het nummer ook ooit uit, als B-kant van “My Hero” in 1998: