Planespotting als ontsnapping uit het grijze bestaan, voor Bécaud. Later “Nom de Dieu c’est triste Orly le dimanche, avec ou sans Bécaud” door Brel.

Geschreven door Bécaud samen met Pierre Delanoë (die zijn we her al eens tegengekomen, bij Joe Dassin) vertelt “Dimanche à Orly” het verhaal van een grijze middenklasse muis (À l’escalier 6, bloc 21, J’habite un très chouette appartement. Que mon père, si tout marche bien, Aura payé en moins de 20 ans) die op de zondag ontsnapt om naar de vertrekkende vliegtuigen op de luchthaven van Orly te kijken (Je m’en vais dimanche à Orly, Sur l’aéroport, on voit s’envoler, Des avions pour tous les pays, Tout l’après-midi, y a de quoi rêver. Je me sens des fourmis dans les idées, Quand je rentre chez moi la nuit tombée) en hoopt dat zijn leven zelf ook zal opstijgen (Pour toute une vie, y a de quoi rêver, Un jour, de là-haut, le bloc 21, Ne sera plus qu’un tout, tout petit point)

Orly was op dat moment 2 jaar geopend, en het was in die tijd een waar massaspektakel, heel wat mensen gingen er op de terrassen naar de vertrekkende vliegtuigen kijken. De terrassen zouden lange tijd trekpleister blijven, met 4.000.000 niet-vliegende bezoekers was Orly in 1964 het drukst bezochte monument in Frankrijk. Terrorist Carlos maakte daar in 1975 met 2 (mislukte) aanslagen een eind aan.

Begonnen in 1953, was Gilbert Bécaud (°1927 als François Silly) al een naam als een klok in het Frans chanson en ver daarbuiten (via vertalingen van zijn songs), en had hij met zijn energieke optredens al de bijnaam “Monsieur 100.000 Volts” verdiend. In 1961 en 1964 had hij zijn grootste hits met “Et Maintenant” en “Nathalie”, daartussen dus deze “Dimanche à Orly”.

Klinkt die Orly van Bécaud nog hoopvol, de vertrekkende vliegtuigen als hoop op iets beters, is dat heel anders “Orly”, een lied van Jacques Brel op de laatste LP voor diens dood.

Brel vertelt er over een echtpaar in de menigte (ils sont plus de 2 mille, mais je ne vois qu’eux deux) die verscheurend afscheid nemen (Et puis, et puis infiniment, Comme deux corps qui prient, Infiniment lentement ces deux corps se séparent, Et en se séparant, Ces deux corps se déchirent).
Op het eerste gezicht al een triest verhaal over een afscheid, maar nog triester als je bedenkt dat Brel dit schreef als een soort afscheid van zijn lichaam, op dat moment al vergevorderd aangetast door kanker. “Il s’agit de deux amants qui se séparent, mais surtout d’une métaphore de la Vie et de la Mort. D’un être qui sent sa vie lui échapper ; le jour où, par exemple, il décide de partir se faire soigner. Et l’avion se pose à Orly ! Dernier aéroport, pour un dernier voyage…” schreef hij over dit lied.

Brel haalt het lied van Brassens ook rechtstreeks aan:

La vie ne fait pas de cadeau
et nom de Dieu c’est triste Orly le dimanche
Avec ou sans Bécaud

Allebei verstokte roker, zouden Brel en Bécaud trouwens allebei aan longkanker sterven. Of zoals op de B-kant van het E.P.’tje van “Dimanche à Orly” staat: “Au Revoir”.

Au revoir, au revoir
Qui sait jamais
Tout peut recommencer
Au revoir, au revoir
Il faut croire en l’été, l’ami