Via een paar tussenstappen van een een vrome religieuze hymne naar goddeloze rock’n’roll.

Eerst was er een gospelsong “Couldn’t Hear Nobody Pray”. De oudste bekende opname is van de Fisk Jubilee Quartet, ergens tussen 1909 en 1911.

Dan naar Dominee Friendly Womack in 1961, die zijn zoons als The Womack Brothers hymnes liet zingen en in 1961 ook deze “Couldn’t Hear Nobody Pray”:

Over naar Sam Cooke, die erg geloofde in het talent van een van die Womack kinderen, de 17-jarige Bobby Womack. Hij liet in 1962 z’n songschrijvers J. W. Alexander & Zelda Samuels de song swingender maken en veranderde de groepsnaam in “The Valentinos”

Over naar Bobby Womack, die nadat de J. Geils Band er een hitje mee hadden de song in 1973 weer opdiepte om z’n stembanden op te warmen. Er werd 1 take van opgenomen, op single uitgebracht, en dat werd Bobby Womacks grootste solo-hit.

De J. Geils Band R&B versie was in 1971 het eerste voorzichtige hitje (39 in de U.S.) van deze groep, van op hun 2de LP “The Morning After”. B-kant van mijn single is “Whammer Jammer”. Dat werd een mondmuziek-klassieker.

The J. Geils Band werd in de 70s in de U.S. een vaste R&B waarde, maar mainstream succes volgde pas in de 80’s met geweldige songs “Freeze Frame” en “Centerfold”. Daarna ging zanger Peter Wolf ook nog met succes solo.