Openingssong uit de debuutplaat “With a Little Help from My Friends” van meester coveraar annex brulboei Joe Cocker, uitgebracht in mei 1969.

Meer dan “With A Little Help From My Friends”, de Lennon-McCartney cover die voor Joe Cocker de doorbraak was, verklaart deze track waarom er in veel besprekingen van die plaat toen zoveel over Ray Charles gesproken werd:
Robert Christgau in the New York Times: “His transformation of “Bye Bye Blackbird” and “A Little Help From My Friends” from light-hearted ditties into wails of human need succeeds perfectly, and his version of ‘Feelin’ Alright’ is not only better than Three Dog Night’s but better than the original, by Dave Mason and Traffic. If that means Cocker is the best singer in England, well—overlook Mick Jagger and it’s possible, even likely. His voice is very strong, influenced by Ray Charles, and he has no inhibitions about using it.

Of John Mendelsohn in Rolling Stone “Cocker has assimilated the Ray Charles influence to the point where his feeling for what he is singing cannot really be questioned. And, in answer to the question of why someone should listen to Cocker when there is Charles to listen to – how many times in recent years has the latter applied himself to such exceptional modern material?

De song was dus origineel van David Mason die een soort losvast deel was van Traffic (met onder andere ok Steve Winwood, Jim Capaldi en Chris Wood). Het stond op hun tweede LP “Traffic”, als “Feelin’ Alright?”, en klonk dan zo:

De sterren in Joe Cockers’ versie zijn mijns inziens wel de backing vocals. Die werden gedaan door Merry Clayton (die in datzelfde jaar furore maakte als achtergrondzangers op “Gimme Shelter” van The Rolling Stones), Brenda Holloway (ooit zelf beloftevol op het Motown-toneel verschenen met bvb “Every Little Bit Hurts” en haar zus Patrice Holloway.
De geweldige piano-track is van Artie Butler, een man die een jaar later Louis Armstrong wist te overtuigen van “What a Wonderful World” op te nemen.

Voor Joe Cocker werd de opener uit zijn debuutLP twee keer een single: in 1969 geraakte het wel niet verder dan nr 69 in de U.S. Bij ons werd het niet genoteerd, maar in Nederland was het goed voor plaats 11.
In 1972 werd dezelfde opname nog een keer als single uitgebracht, en dan geraakte het tot plaats 33 in de U.S.A.