Laatste grote hit van de Amerikaanse soul/R&B groep The O’Jays en dit weemoedig/zwoel nummer is zeker niet hun slechtste.

The O’Jays werden al gevormd in Canton, Ohio in 1958 (eerst als The Mascots), en hadden in de sixties niet echt super veel succes met een lange lijst singles.

Tegen 1972 was de groep op sterven na dood, en enkele originele leden hielden het voor bekeken. De resterende drie (Eddie Lever, William Powell en Walter Williams) bleven echter doorzwoegen, samen met Gamble & Huff, het producersteam van Philadelphia International dat we hier eerder al tegenkwamen (bij The Three Degrees met Dirty Ol’ Man en Joe Simon met Power of Love.
En toen pakte de mayonaise plots, vonden aansluiting bij de “soul train” na release van “Back Stabbers” in 1972.

De rest van de seventies was hun bloeiperiode, ze waren een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Philadelphia Soul, met een pak hits als “Love Train”, For the Love of Money”, “I Love Music” en “Livin’ For the Weekend”.
In 1977 overled William Powell en zijn vervanger werd Sammy Strain. Een van de eerste songs als dit nieuwe trio “Use Ta Be My Girl” was zowat de laatste van hun reeks hits, en alhoewel de groep wel tot ver in de eighties bleef scoren in de R&B-charts in de US, de laatste single met “goud” van The O’Jays.

Use Ta Be My Girl schopte het tot 4 in de pop charts in de US, en ook in de UK een dikke hit op nummer 12.
Bij ons stond de prachtige song niet in de charts genoteerd.