Mantra voor het opstaan: “I can do it, I can do it, I can really move. Yeah, I can do it, I can do it”. Of toch nog eens op de snooze-knop duwen.

De Rubettes waren in 1974 op het toneel verschenen met “Sugar Baby Love”, meteen hun meest gekende en best scorende nummer.

Dat nummer – doowop meets glam – viel dan ook op door de falset van Paul Da Vinci, maar die verkoos geen lid te worden van de groep, die was samengesteld uit sessiemuzikanten die mochten meedoen als ze beloofden nadien lid te worden van The Rubettes.
De rest – onder leiding van songschrijvers Tony Waddington en Wayne Bickerton – ging verder, en wisten het succes toch nog een hele tijd aan te houden: Alan Williams werd de zanger, John Richardson, Pete Arnesen, Tony Thorpe, Mick Clarke and Bill Hurd de andere leden.

I Can Do It – Soort van Glam rock meets Surf meets Boogie – was de eerste single op State Records, een nieuw label dat in het leven werd geroepen voor The Rubettes en later nog

In onze lage landen wisten The Rubettes een lijst van maar liefst 7 opeenvolgende singles in de top 10 te krijgen (van Sugar Baby Love (1) naar “Tonight” (3), naar “Juke Box Jive (1), I Can Do It (5) – die waren ook in de rest van Europa en de UK dikke hits – zelfs nog door naar “Foe-Dee-Oh-Dee” (7), “Little Darling (7) en “You’re the Reason Why” (6), tot ook hier begon te dagen of The Rubettes wel zo goed waren.

De groep bestaat ten andere nog steeds, meer zelfs: er bestaan verschillende Rubettes, facties van de oorspronkeijke band die met een of meer originele leden nog steeds rondtouren: zo zijn er nu “The Rubettes featuring Alan Williams” (stonden in 2017 zelfs nog in Vorst Nationaal), “The Rubettes featuring Bill Hurd” en “The Rubettes featuring John, Mick & Steve”.