Gitaarfeestje uit 1979, omdat het niet altijd whiskey uit een kruik moet zijn.

Kwam destijds ook met een handig stripje dat tevens uitstekend dienst doet als tekstvel.

Gitaarwonder Gary Moore was al betrokken bij de vorming van Thin Lizzy (vooral Phil Lynott en Brian Downey) eind jaren zestig, maar dat was toen maar een paar maanden. Ze gingen elk huns weegs (Moore met Skid Row en Colosseum II, Thin Lizzy naar “Whiskey in the Jar”), met eerst Eric Bell, daarna Brian Robertson op gitaar, belangrijk deel van de ‘twin guitar attack” die deze Ierse hardrock band kenmerkte. Robertson kreeg problemen met de drank in 1977, en werd daarom (door de aan hero├»ne verslaafde Lynott en Downey) uit de groep gezet en live vervangen door Gary Moore in 1977 en dan “officieel” bij de groep door Moore vervangen in 1978.

Zo was de bezetting in 1979 dus even Phil Lynott op bas en zang, Scott Gorham en Gary Moore op gitaar, en Brian Downey op drums. “The most powerful version of one of the top bands of all time”. In deze bezetting zouden ze echter maar een LP opnemen, “Black Rose, A Rock Legend”. De 9de van thin Lizzy.
Allmusic: “Black Rose: A Rock Legend would prove to be Thin Lizzy’s last true classic album (and last produced by Tony Visconti). Gary Moore … fits in perfectly with Lizzy’s heavy, dual-guitar attack. Black Rose also turned out to be the band’s most musically varied, accomplished, and successful studio album, reaching number two on the U.K. album chart upon release. … Black Rose: A Rock Legend is one of the ’70s lost rock classics.

Kort na deze LP vertrok Gary Moore trouwens even snel weer als hij gekomen was. “He had become fed up with the band’s increasing drug use and the effects it was having on their performance. Moore subsequently said he had no regrets about leaving the band, “but maybe it was wrong the way I did it. I could’ve done it differently, I suppose. But I just had to leave.” Hij zou wel nog twee keer samenwerken met Lynott, op de single “Parisienne Walkways” in 1978n en “Out in the Fields” in 1985, dat laatste zowat het laatste wapenfeit van Lynott voor z’n dood in 1985.

Bij Thin Lizzy werd Gary Moore vervangen door gitarist Midge Ure (jazeker, dezelfde Midge Ure die later koude elektronica zou maken met Ultravox), daarna door Snowy White (jazeker, dezelfde Snowy White die later het softe “Birds of Paradise” zou maken).

“Waiting for an Alibi”, de vooruitgeschoven single van “Black Rose”, geraakte in de U.K. tot op plaats 9, wat het de derde bestgeplaatste song maakt van de Ieren, na “Whiskey in the Jar” uit 1972 en “The Boys Are Back in Town” uit 1976. Net als alle andere Thin Lizzy songs werd het in onze contreien feestelijk en geheel onterecht genegeerd.