Mensen die mijn belpopverleden wat kennen, weten dat “Vrijaf” met Gust de Coster een belangrijke invloed heeft gehad op mijn beginnende muzieksmaak. …

Maar vaak verdrongen is dat er vlak voor Vrijaf, als ik al klaar zat met de cassetterecorder, het programma “Made in Germany” werd uitgezonden. Met een zachte “r” in Gerrrrrmany. En schlagers (weer met zachte “r”). En Harrie Cremers (met twee zachte r’en). Een verschrrrikking

In die gehate Harrie Cremers zijn stem kwam altijd een extra portie zachtheid als hij het had over Vicky Leandrrrrooss. Zijn knieën knikten voor deze Duits-Griekse zangeres. Een van de sterkhouders van de Duitse schlager, na haar winst in het Eurovisiesongfestival in 1972.

Alhoewel dat met een Franstalig lied was (Après toi), ze opkwam voor Luxemburg, geboren was in Griekenland, en opgegroeid in Duitsland. Dat waren nog eens Europese tijden.

Een gelijkaardige Europese hutsekluts is te vinden in “Theo, Wir Fahr’n Nach Lodz”. Een lied uit de dertigjarige oorlog (Łódź is een stad in Polen), dat door Oostenrijkers in 1915 werd herschreven tot “Rosa wir fahr’n nach Lodz (een marslied, Rosa was een kanon).

Dat lied werd dan weer gebruikt in de televisieserie “Die Abenteuer des braven Soldaten Schwejk” (Tsjechisch). En daar door de vader van Vicky Leandros opgepikt en verschlagerd met een paar Griekse elementen. En voilà, een oorworm was geboren.

Vicky zong het ook als “Henry, Let’s Go To Town” en “Theo, on va au bal” (beide geen hit). Maar de duitse versie was wel raak (28 weken in de singles-top en haar enige nummer 1 in DE) en ook bij ons een ooorrrrrworm uit Made in Gerrrrmany.