“¡Hey Rosita! ¿Dónde vas con mi carro, Rosita?”. De eerste single van Willy DeVille, impossibly cool met castagnetten.

WIlly DeVille heette in real life William Paul Borsey Jr. (°1950) en kwam dankzij twee gelukskes aan de oppervlakte in New York in de de midden-seventies: de eerste keer toen hij een band bijeen sprokkelde in 1975 en auditie deed bij CBGB’s. Ze werden een van de vaste bands in de club, die op dat moment per toeval ook de smeltkroes en geboorteplaats van de Amerikaanse punk/new-wave was, met Blondie, Talking Heads, Television, Ramones and the likes. Mink Deville paste met hun meer blues-gewortelde muziek niet helemaal in dat plaatje, maar werden door het hippere volk toch goed bevonden.
De tweede meevaller was toen ze na een paar jaar in CBGB’s werden opgepikt door Ben Edmonds, A&R man voor Capitol Records, die de groep koppelde aan producer Jack Nitzsche. Die was ooit begonnen als geluidsman voor Phil Spector, en had nadien een straffe carrière uitgebouwd met werk voor Neil Young (o.m. After the Gold Rush en Harvest bvb zijn producties van hem) en The Rolling Stones (Aftermath, Between the Buttons, Sticky Fingers …). Willy Deville en Nitzsche bleken een erg goeie pairing. “We just fell in love with each other. We were buddies to the end. He was like my crazy uncle. I called him my mentor and my tormentor.” Allmusic: “Nitzsche was the perfect producer to capture the band’s universe, made of early sixties soul sweetness and early Stones/Them angriness, all this blended with the unique New-York Spanish flavor.

Naast coole parlando van Willy DeVille is er op Spanish Stroll ook een belangrijke rol weggelegd voor “The Immortals”, een acapella groepje dat hij een paar jaar tevoren had ontdekt bij een reggae concert. Het Spaanse intermezzo “Hey Rosita! Donde vas con mi carro Rosita? Tu sabes que te quiero, pero ti me quitas todo” werd erin gegooid door Mink Deville bassist Rubén Sigüenza.

In de tekst vertelt Willy over het leven “on the streets”, met onder meer “Brother Johnny” (dat zou Johnny Espineta geweest zijn, een oude dope-dealer van hem) en “Sister Sue” (dat was een kennis die zichzelf met coke vakkundig naar de kloten geholpen had).

Live in 1982:

In “Sounds” beschreef Pete Makowski de single zo: “I haven’t heard the album, so I can’t be too critical. If I say this guy is derivative to an almost unoriginal extent it won’t matter, because the production and song is catchy and commercially infectious. Imagine Lou Reed doing a calypso version of “Sweet Jane” is difficult, but Mink the Pill manages quite well, even throwing in a splash of Springsteen. I dunno, sometimes plagiarism can be effective, sometimes it can be confusing. I’m confused“.
Maar in de UK hadden ze dan ook “Gunslinger” als B-kant, “a street-cornersied Brown Sugar sounding riff that proceed to boogie along in a tastefull manner“.

“Spanish Stroll” geraakte tot op plaats n°20 in de UK charts, en werd daarmee de enige single van Deville (Mink of Willy) die ooit de hitparade haalde.
In de lage landen werd Mink Deville wel in de armen gesloten: Spanish Stroll werd hier een 5de plaats in de ultratop, in Nederland zelfs een 4de plaats.

Bij ons was de B-kant dan ook “Mixed Up, Shook Up Girl”
En dat is in retrospect toch zeker een van Mink Deville’s knapste songs, zou het persoonlijk hoger klasseren dan “Spanish Stroll”

In het tekstblad bij de 2001 compilatie “Cadillac Walk: The Mink DeVille Collection”, vertelt Ben Edmonds hoe Mick Jagger langskwam in de studio waar Jack Nitzsche de debuut-Lp Cabretta was aan het opnemen: “Jack had assisted on several Stones sessions, and it was his collaboration with Jagger on “Memo from Turner” that had me connect him with Mink DeVille in the first place. Jack put on a reel to show off his present work. Jagger listened to a couple of songs with polite disinterest, nodding approvingly to “Cadillac Walk.” But when “Mixed Up, Shook Up Girl” came rolling out of the playback monitors, Jagger was immediately out of his seat and moving to its bittersweet mid-tempo rhythms. He danced with a grace one seldom sees in his herky-jerk stage performances, enveloped in the music and oblivious to the rest of us in the room… It couldn’t have been more perfect if I’d dreamed it.